Zet je bed toch op de club, schat

In 1924 was mijn vader één van de oprichters van de club. Hij was toen vijftien. De andere jongens, die hij kende van school en van de kerk, waren ook van zijn leeftijd, misschien iets ouder. Ze wilden een eigen club omdat de andere voetbalverenigingen in Leeuwarden allemaal op zondag speelden.

Dat mochten mijn vader en zijn vrienden natuurlijk niet door hun christelijke achtergrond. Zo onstond LVV De Zwaluwen, wat op aandringen van mensen uit de kerk al gauw werd veranderd in CVV De Leeuwarder Zwaluwen. Later werd het CSV, omdat de club ook een korfbalafdeling kreeg.

Die christelijke signatuur heeft de club nog altijd een beetje, al vind ik het moeilijk om aan te geven waaruit dat precies blijkt. Het zit 'm in de sfeer, denk ik. Wij zijn natuurlijk ook prestatiegericht, maar bovenal zijn wij een gemoedelijke, vriendschappelijke club.

In 1964 werd me gevraagd secretaris te worden. Daar zeg je natuurlijk geen nee op. Vier jaar later werd ik gekozen tot voorzitter. Dat ben ik nog altijd. Ik heb weleens gevraagd aan leden of ze niet vinden dat ik moet opstappen. 'Alleen als je het zelf nodig vindt, maar dan moet je wel de nieuwjaarstoespraken blijven houden'', zeggen ze dan.

Per week stop ik zo'n 25 uur in Zwaluwen. Veel vergaderen natuurlijk, maar ik ben ook bij alle thuis- en uitwedstrijden van het eerste. 's Zaterdags ben ik trouwens altijd om acht uur op de club. Kijken of iedereen er is en of de vlaggen er mooi bijhangen. Is de theezetter te laat, dan zet ik thee.