'Wachtlijstbrigadiers' wijzen ziekenhuizen de weg

Via een actieplan moeten de wachtlijsten worden bestreden. Twee 'wachtlijstbrigadiers' houden daarbij voor minister Borst de vinger aan de pols.

DEN HAAG, 9 MAART. Veel ziekenhuizen en medisch specialisten komen niet graag voor de draad met gegevens. Zij willen liever niet dat huisartsen en patiënten weten hoe groot hun wachtlijsten zijn en hoe lang er moet worden gewacht. Patiënten zouden er maar door op het idee kunnen komen naar een ander ziekenhuis te gaan waar ze sneller worden behandeld en waar ze later ook voor andere aandoeningen misschien naar toe zullen gaan.

“Als veel patiënten dit doen, lijden het ziekenhuis en de medische staf daar financieel behoorlijk onder. Dit is dan ook een van de redenen waarom een uniforme registratie van wachtlijsten zo moeilijk van de grond komt”, zegt prof. E.W. Roscam Abbing. De Nijmeegse hoogleraar in de sociale geneeskunde vormt samen met de arts A. Kroonen de 'wachtlijstbrigade'. Deze rapporteert minister Borst (Volksgezondheid) hoe ziekenhuizen het geld besteden dat ze extra hebben gekregen voor het wegwerken van de wachtlijsten. Vorig jaar kregen de ziekenhuizen daar 45 miljoen gulden voor, onlangs kwam daar voor 1998 nog 75 miljoen gulden bij.

Dit extra geld is zeker niet het enige wat nodig is om veel wachtlijsten weg te werken en die te verkorten, concluderen Roscam Abbing en Kroonen. “Veel ziekenhuizen kunnen in de 'niet-geld-sfeer' nog een hoop doen, al is de huidige regelgeving daarbij soms een probleem. Uiteindelijk zal er hier en daar wel geld bij moeten, maar wij denken dat je dit steeds moet koppelen aan veranderingen die structureel tot kortere wachttijden leiden. Het moet gelijk oplopen, wil je er zeker van zijn dat de situatie inderdaad verbetert”, aldus Kroonen.

Niet bekend

Kroonen: “Als je wachtlijsten wat nauwkeuriger bekijkt, blijkt er met die registratie het nodige mis. Er staan mensen op die al genezen zijn of die elders zijn behandeld, of die inmiddels zijn overleden. Ook hanteert het ene ziekenhuis andere criteria dan het andere.”

Een van de voorwaarden van Borst is dat de ziekenhuizen de registratie van hun wachtlijsten uniformeren. Net zoals dat deels in de 'hartsector' al het geval is, kunnen de wachtlijsten dan met elkaar vergeleken worden.

Door die transparantie kan ook worden nagegaan waarom er in het ene ziekenhuis voor die behandeling wel een wachtlijst is en bij het andere niet. Roscam Abbing: “Voor een ziekenhuis kan dit nuttige informatie zijn voor het verbeteren van de eigen organisatie. De huisarts en patiënt komen te weten waar ze wel moeten zijn als ze niet willen wachten op behandeling in het voor de hand liggende ziekenhuis.”

Veel ziekenhuizen en medisch specialisten hekelen de voorwaarden die Borst aan de toewijzing van het extra geld verbindt. Niet alleen zou het te weinig zijn en bovendien maar eenmalig verstrekt, maar bovenal leidt het plan van Borst tot veel bureaucratische rompslomp, zo luidt de klacht. Kroonen: “Bij enig doorvragen blijkt het verzoek om gegevens vaak verkeerd begrepen te zijn en kan de informatie wel worden geleverd. De ziekenhuizen zien steeds meer het belang in van een uniforme wachtlijstregistratie en van het belang huisartsen en patiënten adequaat te informeren, al kan dat laatste nog veel beter.”

Kroonen constateert dat het extra geld al in redelijke mate tot extra productie heeft geleid. “Maar het gaat allemaal wel erg traag, dat geef ik toe. De maandenlange discussies door een deel van de ziekenhuizen en specialisten over het tarief heeft daaraan bijgedragen. Waar de specialisten op een aantal plaatsen gewoon aan het werk gingen en de gevraagde extra operaties werden uitgevoerd, ging elders veel tijd verloren door de discussies over geld en bureaucratie.”

Roscam Abbing hekelt daarbij de informatievoorziening in de ziekenhuiswereld. “Alle partijen gebruiken eigen cijfers die maar zelden vergelijkbaar zijn. Zelfs als twee ziekenhuizen cijfers over zoiets als de operatiecapaciteit geven, hoeft dit niet te betekenen dat ze hetzelfde bedoelen. Meer eenduidigheid is nodig om een beter zicht te kunnen krijgen op de capaciteit van ziekenhuizen. Ik ben ervan overtuigd dat er in ziekenhuizen nog veel behandelcapaciteit niet wordt benut, ook al lijkt het alsof ze vol zitten.”

Elk ziekenhuis heeft een zekere 'werkvoorraad' aan patiënten nodig om doelmatig te kunnen plannen. Daar is volgens Roscam Abbing ook niks op tegen. “Maar er bestaat geen eenduidigheid over de vraag op welk moment de planninglijst overgaat in een problematische wachtlijst. Het is al evenmin helder hoe dergelijke wachtlijsten ontstaan. De vraag blijft toenemen. Aan de andere kant worden wachtlijsten ook gebruikt als politiek instrument, zowel om iets binnen het ziekenhuis te bereiken, zoals uitbreiding van de afdeling, als om naar buiten toe druk uit te oefenen om bijvoorbeeld de verzekeraars te bewegen meer geld voor dat specialisme uit te trekken.”

“Maar we hebben ook ziekenhuizen gezien waar men de zaken goed op orde had, waar vaak met veel moeite een evenwicht was bereikt tussen vraag en aanbod. Maar waar dan door een ruzie of doordat iemand ziek of zwanger wordt, de productie even wat minder is en er een wachtlijst ontstaat waar men dan niet meer op eigen kracht van af kan komen. Met wat extra geld kan zo'n ziekenhuis worden geholpen om van die wachtlijst af te komen”, aldus Roscam Abbing. “Zo'n situatie komt redelijk vaak voor.”

De organisatie van de poliklinieken en de indeling van de operatietijden kan in veel ziekenhuizen aanzienlijk doelmatiger. Volgens Roscam Abbing en Kroonen zou 10 procent efficiencywinst al voldoende zijn om de bestaande wachtlijsten op te heffen. “Geleidelijk aan krijgen de ziekenhuizen steeds meer stimulansen om wachtlijsten weg te werken. Daarbij hoort ook onderlinge samenwerking, mogelijk een uitkomst voor de 'workload' die nogal ongelijk over de ziekenhuizen is verdeeld”, aldus Kroonen. “We moeten af van het idee dat een dokter met een lange wachtlijst een betere is dan een arts zonder wachtlijst of dat een ziekenhuis zonder wachtlijsten slechter zou zijn dan een waar je altijd lang moet wachten voordat je wordt geholpen.”

“Onderzoek geeft geen steun voor een dergelijke opvatting”, constateert Roscam Abbing. “Een dokter zonder wachtlijst biedt de patiënt geen slechtere behandeling; vaak heeft hij alleen zijn zaakjes beter voor elkaar dan zijn collega bij wie je als patiënt pas over een paar maanden terechtkunt. Een wachtlijst zegt weinig of niets over het vakmanschap.”