...WAARUIT NIPO CONSEQUENTIES TREKT...

Het NIPO, een van de bureaus die het meest met politiek onderzoek worden geassocieerd, heeft inmiddels consequenties getrokken uit de verwarring van woensdag. Het maakte vandaag bekend dat in de aanloop van gemeenteraadsverkiezingen voortaan geen landelijke cijfers meer worden gepresenteerd.

“Met stomme verbazing” heeft onderzoeksdirecteur Henk Foekema namelijk de afgelopen week zitten kijken hoe er met zijn cijfers “onzorgvuldig” werd omgesprongen. Het NIPO publiceert al sinds mei vorig jaar elke twee weken opiniecijfers over het aantal parlementszetels dat politieke partijen zouden halen wanneer er op dat moment verkiezingen zouden worden gehouden. Vorige week maandag, twee dagen voor de raadsverkiezingen, was het weer zover. Wie schetst Foekema's verbazing toen hij op de ochtend van de verkiezingsdag op de radio 'prognoses' hoorde van zijn bureau. De cijfers over de parlementsverkiezingen werden gebruikt alsof het om een voorspelling van de raadsverkiezingen ging, terwijl iedereen - bij het NIPO - weet dat door verschillen in opkomst, aantal deelnemende partijen en een ander keuzeproces beide verkiezingen moeilijk met elkaar zijn te vergelijken. Foekema vreest dat zijn bureau schade kan leiden.

Doorgaans wordt dan wel gesproken over 'Het NIPO' en 'Het bureau Inter/View', maar dat mag niet verhullen dat deze twee vertrouwenwekkende aanduidingen de namen van commerciële bedrijven zijn. Marktleider NIPO (Nederlands Instituut voor Publieke Opinie en marktonderzoek, opgericht in 1945) heeft 235 werknemers en had vorig jaar een omzet van 64 miljoen gulden. Het politieke werk maakt minder dan een procent van die omzet uit, maar is wel belangrijk als uithangbord om klanten mee te trekken. Het bedrijf werkt met een zogenoemd Telepanel van 1200 mensen die elke week via een computerverbinding allerlei vragen beantwoorden.

Concurrent Inter/View (opgericht in 1967) vraagt elke dag honderden mensen telefonisch naar hun mening. Elke week worden de gegevens van in totaal vijftienhonderd respondenten onderworpen aan drie bewerkingen, die bekendstaan als de de 'methode De Hond'. Eerst wordt gekeken of de respondenten representatief zijn voor de bevolking als geheel. Wanneer er bijvoorbeeld weinig PvdA-stemmers bij zijn in vergelijking met de verkiezingsuitslag van 1994, worden hun antwoorden zwaarder gewogen. Daarna worden incidentele uitschieters uitgevlakt. Ten slotte wordt gecorrigeerd op de 'vergeetachtigheidsfactor'. Respondenten vertonen namelijk de neiging om bij de vraag welke partij zij bij vorige verkiezingen te hebben gestemd, een partij te noemen die op dit moment aan de winnende hand is.