VS is motor achter snel optreden

LONDEN, 9 MAART. De landen van de Internationale Contactgroep, en daarbinnen de vier lidstaten van de EU, waren vanochtend vóór het spoedberaad in Londen nog verdeeld over de te nemen maatregelen in de Kosovo-crisis.

Amerikaanse diplomaten in het gevolg van minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright lieten gisteren weten weinig concrete druk op de regeringen van Servië en Joegoslavië van de Europese landen in de Contactgroep (Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië) te verwachten. Van Rusland zou ronduit oppositie te verwachten zijn.

Behalve Rusland willen alle leden van de Internationale Contactgroep de Joegoslavische president, Slobodan MiloviEÉc, dwingen tot een dialoog met de gematigde leiders van de Albanese meerderheid over het herstel van de provinciale autonomie van Kosovo, die MiloviEÉc in 1989 eenzijdig ophief. Maar hoe krachtig dat gezamenlijke signaal kan zijn, was tot vanochtend onduidelijk.

Minister Albright waarschuwde dit weekeinde tijdens een rondreis langs Rome, Bonn en Parijs dat het conflict in Kosovo naar andere delen van de Balkan kan uitzaaien en achtte MiloviEÉc voor zo'n escalatie verantwoordelijk. “Het moment om het moorden te beëindigen voordat het zich verspreidt, is nu. De manier om dat te doen is onmiddellijke actie nemen tegen het regime van Belgrado om er zeker van te zijn dat het een prijs betaalt voor de schade die al is aangericht en om het aan te moedigen eindelijk de problemen in Kosovo op te lossen door dialoog en verzoening”, zo zei Albright.

Diplomaten gingen er vanochtend vóór het spoedberaad in Londen vanuit dat de Contactgroep het niet eens zou worden over economische sancties, laat staan over militaire interventie. De Verenigde Staten, gesteund door Groot-Brittannië, hebben de afgelopen week gedreigd met economische sancties tegen Belgrado als een dialoog mislukt. Washington heeft vorige week zelf al lichte economische en diplomatieke sancties genomen. De VS sloten vorige week zelfs militaire interventie niet uit, maar hebben dat dreigement de laatste dagen niet meer geuit. Albright en haar Duitse ambtgenoot Klaus Kinkel bespraken gisteren wel de mogelijkheid de missie te verlengen van de voor de helft uit Amerikanen bestaande VN-vredesmacht in Macedonië of van de West-Europese Unie in Albanië.

De Amerikaanse suggesties voor maatregelen stuitten op tegenstand van Rusland, dat het Joegoslavische standpunt onderschrijft dat de kwestie-Kosovo een binnenlandse aangelegenheid is waarmee het buitenland niets te maken heeft. Om te onderstrepen hoezeer het tegen buitenlandse inmenging is, stuurde Moskou vanochtend niet minister van Buitenlandse Zaken Jevgeni Primakov naar Londen, maar diens onderminister Nikolaj Afanasievski.

De Duitse minister Kinkel sloot gisteren “bestraffende diplomatie” niet uit, al nam hij niet het woord sancties in de mond. Frankrijk en Italië lieten zich dit weekeinde voorzichtiger uit. Parijs wil snel ingrijpen, maar heeft nog niet aangegeven hoe. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, de halfjaarlijkse EU-voorzitter, zei dit weekeinde: “Als voorzitter wil ik een duidelijke boodschap aan president MiloviEÉc zenden dat de repressie moet ophouden. Uit de berichten van het afgelopen weekeinde blijkt duidelijk dat het geweld in Kosovo is doorgegaan. Wij accepteren niet dat dit voornamelijk een interne zaak is.”

Voor 19 maart staat nog een missie van de Franse en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken, Védrine en Kinkel, naar Belgrado op het programma. De EU-ministers van Buitenlandse Zaken zullen later deze week over 'Kosovo' praten tijdens een tweedaags beraad.

De vraag of MiloviEÉc zal zwichten voor diplomatieke druk wordt in het Westen voorlopig met scepsis beantwoord. “Men heeft het recht pessimistisch te zijn”, zei gisteren een diplomaat uit de Contactgroep.