Violist Zimmermann bereikt hoogste top

Concert: Frank Peter Zimmermann (viool). Gehoord: 8/3 Concertgebouw Amsterdam.

Opgenomen heeft hij ze nog niet, de zes Sonates en Partita's voor viool solo van J.S. Bach, de bijbel voor violisten. Maar met zijn sublieme uitvoering van Bachs Derde sonate en Tweede partita maakte de Duitse violist Frank Peter Zimmermann duidelijk dat er ooit opnamen van hem zullen komen, die op zijn minst het niveau zullen hebben van violisten als Arthur Grumiaux en Nathan Milstein.

Al eerder bewees Zimmermann met zijn spectaculaire opnames van de zes Solosonates van Ysaye, dat hij de grootste en meest riskante violistische uitdagingen niet schuwt. Zondag koppelde hij de werken van Bach aan 5 Caprices van Paganini, die hij in alle bescheidenheid liet klinken als hemelse muziek in plaats van helse acrobatiek. Met de vaart en de wendbaarheid van een space shuttle zoefde Zimmermann door Paganini's labyrint aan violistische obstakels. Moeiteloos lanceerde hij alle tersten, sexten, octaven en staccato's van de nrs. 13, 9, 15, 17 en 24 de ruimte in, waarbij hij er af en toe in slaagde Paganini's Caprices te verfraaien met kleine details als chromatische glissando's en een toegevoegde reeks octaven op ijle hoogte.

Zimmermann (32), voormalig leerling van Herman Krebbers, valt op door nobele eigenschappen als muzikale eenvoud, artistieke integriteit en een smetteloos vakmanschap. Zoals een bezeten alpinist zonder veel ophef de hoogste toppen beklimt, waagt Zimmermann zich aan de meest beruchte vioolmuziek omwille van de zelfoverwinning en het goddelijke uitzicht. Zijn spel is wars van effectbejag en verenigt Duitse ernst en degelijkheid, de Oostenrijkse elegantie en de Russische bezieling.

Volmaakt zuiver, zowel van inspiratie als van intonatie, klonken Zimmermanns interpretaties van Bach, waarin hij een organische vitaliteit verbonmd met een bijna religieus getinte verfijning in articulatie, frasering en spanningsopbouw. Zijn glanzende toonvorming kwam regelrecht uit het hart en ook al nam hij soms pittige tempi, toch wekten ook de snellere delen een indruk van verheven rust en waardigheid. Passages hoog op de g-snaar of onverwachte akkoordbrekingen hadden het effect van kaarsjes, die even opflakkerden om Bachs glorie nog beter te belichten. Heel af en toe haperde Zimmermann één fractie van een seconde, zoals in de Fuga van de Derde sonate, maar direct daarna trok hij weer hoge zuilen op, zodat er klankstructuren ontstonden met de allure van de Keulse Dom.

    • Wenneke Savenije