The Seven-Per-Cent Solution

The Seven-Per-Cent Solution (Herbert Ross, 1976, VS). BBC1, 0.55-2.45u.

Waarom koestert Sherlock Holmes argwaan jegens alle vrouwen? Waarom pleegt hij zo fanatiek op misdadigers te jagen? En waar komt zijn verslaving aan de cocaïne vandaan? Deze en andere vragen worden door niemand minder dan Sigmund Freud beantwoord in The Seven-Per-Cent Solution (1976). De film kondigt zichzelf aan als een 'waar gebeurd' verhaal', “alleen de feiten zijn verzonnen.” Volgens deze feiten ontmoetten de fictieve Holmes en de historische Freud elkaar in het Wenen van 1891. Een en ander was gearrangeerd door Dr. Watson. De trouwe assistent hoopte dat Freud de beklagenswaardige Holmes af zou kunnen helpen van zijn cocaïne-verslaving en van zijn ziekelijke fixatie op een zekere Moriarty, de 'Napoleon van het Kwaad'.

De speurneus naar het onderbewustzijn weet inderdaad die andere beroemde speurneus middels hypnoses te genezen van zijn verslaving, maar wat nog meer in het oog springt is het feit dat zij hun beider deductieve talenten broederlijk ineenslaan om de ontvoering van een beroemde zangeres te ontrafelen.

De gelijknamige bestseller van Nicholas Meyer waarop de film is gebaseerd, leest naar verluidt als een regelrechte pastiche, de verfilming door de altijd wat kleurloze vakman Herbert Ross laveert tussen camp, avontuur, parodie en ernstig drama. In 1976 hadden we weliswaar al films als The Panic in Needle Park (Jerry Schatzberg, 1971) achter de rug, met Al Pacino als verslaafde, maar de angstaanjagende hallucinaties van Holmes (verslaafd aan een cocaïne-oplossing van 7 procent) liegen er ook niet om. Tegelijk biedt de film een nogal oubollige achtervolging voor twee stoomlocomotieven. Een wat je noemt bizarre cocktail.

Behalve op de aardige, maar nogal kortademige vondst om twee vermaarde vorsers aan elkaar te koppelen, drijft The Seven-Per-Cent Solution vooral op een prikkelende rolbezetting: Alan Arkin als Freud, Wicol Williamson als Holmes, Robert Duvall als Dr. Watson, Vanessa Redgrave als de ontvoerde zangeres en - in een piepklein bijrolletje - Laurence Olivier als de vermeende kwade genius Moriarty. De beroemde Amerikaanse filmkritica Pauline Kael schreef destijds dat het in deze film lijkt alsof de acteurs op vakantie zijn.