Strijd om legaat Wertheimer; Fotocentrum wil uitbreiding tot museum

ROTTERDAM, 9 MAART. De stichting Photo Plaza heeft het Prins Bernhard Fonds gevraagd naar de mogelijkheid het door haar beoogde Fotocentrum Amsterdam uit te breiden tot een fotografiemuseum.

Daarvoor zou gebruik gemaakt moeten worden van het legaat van 22 miljoen gulden dat vorig jaar werd nagelaten door fotoamateur en multimiljonair Hein Wertheimer. Dat zegt directeur J.H.L. Meerdink van het Prins Bernard Fonds (PBF), de instelling die het Wertheimer-legaat beheert. Door het verzoek is de stedenstrijd over de vestigingsplaats van het Wertheimer-museum verhevigd; ook Rotterdam heeft eerder al laten weten belangstelling te hebben voor het fotomuseum.

Vorige week presenteerde Photo Plaza, geleid door fotograaf Paul Huf en de voormalig directeur van het Nederlands Foto Instituut Adriaan Monshouwer, een plan voor de oprichting van de nieuwe 'Kunsthal voor de fotografie' in Amsterdam. Bij die gelegenheid ontkenden zij nog iedere relatie tussen hun voorstel en het Wertheimer-legaat.

Monshouwer bevestigt nu het verzoek aan het PBF. “Het plan voor het fotografisch centrum in Amsterdam is los van het Wertheimer-legaat ontwikkeld. Wel denken we dat het mogelijk moet zijn dat centrum in de lijn van de wensen en verlangens van Wertheimer te doen uitgroeien tot het beoogde museum.” Directeur Meerdink van het PBF zegt 'erg ongelukkig' te zijn met de timing van Photo Plaza. “Om speculaties te voorkomen had ik liever gehad dat het voorstel voor het Fotocentrum was gedaan nadat het onderzoek is afgerond dat momenteel door het Instituut Collectie Nederland wordt gedaan naar de opzet van het museum.” De resultaten daarvan worden in juni verwacht.

Inmiddels is van verschillende kanten kritisch gereageerd op de plannen voor het nieuwe fotocentrum. Die kritiek geldt vooral de financiële onderbouwing. De initiatiefnemers schatten het aantal bezoekers per jaar op 140.000 en rekenen op een jaarlijkse sponsorbijdrage van 450.000 gulden. Daarmee moet driekwart van de jaarlijkse begroting van 1,6 miljoen gulden worden gedekt.

“Eerder rooskleuriger dan reëel,” noemt Loek van der Molen, directeur van het Nederlands Foto Instituut (NFI) in Rotterdam, deze cijfers. Het NFI trok in 1997 17.000 bezoekers. “Gezien de ervaringen, zowel hier als elders, lijkt het me veel te hoog gegrepen.” Ook Bob van den Bergh, directeur van het Amsterdams Centrum voor Fotografie (jaarlijks bezoekersaantal 25.000), heeft grote twijfels. Wel zeggen beiden het initiatief als zodanig te ondersteunen. “Er gebeurt in Amsterdam veel in de fotografie maar een expositieruimte van allure is er niet,” aldus Van den Bergh. Speculaties omtrent een mogelijke concurrentiestrijd tussen het Amsterdamse Centrum en het Rotterdamse Instituut, vindt hij onjuist. “Een van de voornaamste taken van het NFI is het stimuleren van de fotografie. We juichen ieder nieuw initiatief toe, ook al betekend dat concurrentie.”

Van der Molen is het oneens met de gedachte het Fotocentrum te doen uitgroeien tot het Wertheimer-museum: “Een soort kunsthal voor fotografie is toch wel iets anders dan een museum voor fotografie.” Daarnaast is het de nadrukkelijke bedoeling om dat museum in samenhang met reeds bestaande instellingen op te zetten, aldus Van der Molen. “Het kan natuurlijk best in Amsterdam komen. Maar dan op een solide financiële basis.” De Amsterdamse Kunstraad, die de gemeente moet adviseren, is nog niet om een advies gevraagd. Wel heeft de tijdelijk kunstwethouder Cornelissen zijn opvolger inmiddels aangeraden 2,8 miljoen ter beschikking te stellen.