Stoffige buurtwinkel wordt gemakssupermarkt

In Nederland ligt de bakermat van de SPAR, de eerste supermarktformule van Europa en de grootste ter wereld. Toch lijdt de SPAR in eigen land een kwijnend bestaan. Een nieuwe formule, afgestemd op de gemakscultuur van de jaren '90, moet daar verandering in brengen. “Het zou krankzinnig zijn als de SPAR in Nederland dood zou bloeden.”

AMERSFOORT, 9 MAART. De SPAR wordt sinds jaar en dag heen en weer geslingerd tussen zijn twee grossiers: De Boer Unigro (DBU) en Schuitema. DBU wil de SPAR nieuw leven inblazen met een nieuwe formule, afgestemd op de gemakscultuur van de jaren '90. Schuitema beschouwt SPAR als een aflopende zaak.

De SPAR kampt al jarenlang met de tegenstrijdige belangen van de beide grossiers, die sinds kort gebroederlijk naast elkaar gevestigd zijn in Amersfoort. Terwijl de formule in de jaren '50 en '60 floreerde onder maar liefst veertien toeleveranciers, slagen de twee groothandels die daarvan zijn overgebleven er anno 1998 niet in een eensluidend beleid te ontwikkelen voor de SPAR. Van de 1567 zelfstandige winkeliers die de SPAR-formule in zijn hoogtijdagen voerden, zijn er nog slechts 181 over.

Verreweg het merendeel daarvan, 153 winkels, valt onder DBU. Dat zijn vooral de kleinere buurtsupers in woonwijken en dorpskernen. Onder Schuitema ressorteren 28 grotere SPAR-winkels, de zogenaamde 'SPAR Voordeelmarkten'. “Zowel De Boer Unigro als Schuitema heeft de afgelopen jaren goedlopende SPAR-supermarkten omgevormd ten gunste van hun eigen winkelformules”, aldus Wilbert van Woerden, directeur van de SPAR Centrale Nederland, het overlegorgaan waarbinnen DBU en Schuitema hun SPAR-beleid op elkaar trachten af te stemmen. Bij DBU maakten veel SPAR-winkeliers de overstap naar Super en bij Schuitema aangesloten ondernemers kozen vaak voor C1000, om zo onder meer te profiteren van landelijk gevoerde reclamecampagnes.

Er lijkt maar weinig meer over van het Door Eendrachtig Samenwerken Profiteren Allen Regelmatig, de afkorting van De SPAR, die grondlegger Adriaan van Well in 1932 bedacht. De Zoetermeerse grossier kwam als eerste op het idee om de Amerikaanse formule van het 'vrijwillige filiaalbedrijf' naar Nederland te halen. Zelfstandige kruideniers bundelden hun krachten, voerden een gezamenlijke naam met bijpassend logo en genoten samen inkoopvoordelen.

De gouden formule van toen lijdt in Nederland een kwijnend bestaan, maar floreert over de grens. “Wereldwijd zijn er ruim 19.000 SPAR-winkels in 28 landen, variërend van kleine buurtsupers tot hyperstores van 4800 vierkante meter. In Oostenrijk is SPAR zelfs marktleider”, aldus Van Woerden.

Hij ziet dan ook met lede ogen aan dat 'zijn' SPAR in Nederland al jarenlang niet uit de verf komt. “Met de formule is echt niks mis. Het zou krankzinnig zijn als de SPAR in Nederland, waar toch de bakermat ligt, dood zou bloeden.” De directeur van de SPAR Centrale is dan ook verheugd dat in elk geval DBU de SPAR nieuw leven in wil blazen. Sinds de fusie tussen De Boer en Unigro, vorig jaar, richt het concern zich op twee formules: Super De Boer en SPAR. De grotere supermarkten met een oppervlakte van meer dan 500 vierkante meter, goed voor driekwart van de omzet van DBU, worden omgevormd tot 'Super De Boer'. Dit zijn veelal de supermarkten die nu nog De Boer, De Jong en Super heten. De kleine winkels die overblijven - SPAR, A-markt, Amax en een aantal kleinere Super en De Jong vestigingen - worden 'gemakssupermarkten' en gaan zo veel mogelijk SPAR heten. Deze operatie, waar DBU drie jaar voor uitgetrokken heeft, moet ertoe leiden dat het aantal SPAR-winkels binnen DBU (nu: 153) verdubbelt.

SPAR moet het ietwat stoffige imago dat het nu heeft van zich afschudden en van de buurtsuper voor de vergeten boodschappen worden tot de lekker-dichtbij-winkel voor dagverse producten en kant-en-klaarmaaltijden. “De meeste mensen gaan eenmaal per week naar een grote supermarkt of een discounter en doen daar hun boodschappen. Als kleine buurtsuper kun je daar toch niet tegen concurreren, daar heb je simpelweg de ruimte niet voor”, zegt Dick Roele, directeur van de Convenience afdeling van DBU, waar de kleine supermarkten onder vallen. Het aantrekkelijke van de supermarkt op de hoek is juist dat die dichtbij is en veel verse producten verkoopt. “Daar hechten klanten vandaag de dag veel waarde aan”, aldus Roele. “Wij willen met SPAR dan ook niet de goedkoopste supermarkt worden, maar wel de gemakkelijkste.”

Behalve voor de dagelijkse boodschappen moet de klant straks bij SPAR ook terecht kunnen voor andere 'gemakken' als schoenreperatie, stomerij of postagentschap en de winkels moeten zo veel mogelijk elke dag van acht tot acht geopend zijn. De 'Spar Express' winkels bij benzinepompen en in stadscentra - waarvan er nu twee proefdraaien bij Texaco-stations - moeten zelfs nog ruimere openingstijden krijgen.

De zwaarste dobber wordt voor Roele het overtuigen van de zelfstandige winkeliers om SPAR te worden. “Kleine ondernemers zijn toch al sceptisch. Hun winkels lopen lang niet altijd even goed en overal horen ze dat buurtwinkels ten dode opgeschreven zijn.” Daarom komen de supermarkten die al redelijk goed draaien als eerste aan de beurt. “Als ik dan na een dik jaar met keiharde cijfers kan aantonen dat de SPAR-winkels het beter doen dan de andere, dan volgt de rest vanzelf”, aldus Roele. Hij erkent dat er altijd wel een enkeling ontevreden zal blijven - bijvoorbeeld een ondernemer die in het verleden van SPAR is veranderd in Super en nu weer SPAR moet worden - en er zal ook best een winkelier bij zitten die voet bij stuk houdt en vast wil houden aan zijn huidige formule. “Daar leg ik me dan uiteindelijk wel bij neer. Zo'n ondernemer blijft een zelfstandige, dus je kunt hem nooit ergens toe dwingen.”

Terwijl DBU de SPAR-formule nieuw leven in wil blazen, kiest Schuitema ronduit voor C1000. Schuitema beschouwt SPAR als een “aflopende zaak”, aldus woordvoerder K. van den Hoven. “Wij gaan geen enkele SPAR-ondernemer forceren om C1000 te worden, maar wij wijzen hem natuurlijk wel op de voordelen daarvan.” Meer druk kan Schuitema ook niet op een SPAR-winkelier zetten, want die is en blijft een zelfstandige ondernemer, die in het uiterste geval - wanneer Schuitema definitief met SPAR zou stoppen en alleen nog C1000-supermarkten zou beleveren - altijd nog kan 'overlopen' naar DBU, dat SPAR wél handhaaft.

Toch verwacht Schuitema dat het aandeel SPAR-supermarkten binnen het concern uiteindelijk te klein zal worden om de formule te kunnen handhaven. “Dat einde is nu nog niet in zicht, maar er komt een moment dat wij met SPAR zullen moeten stoppen”, aldus Van den Hoven.

Wilbert van Woerden van de SPAR Centrale Nederland is een stuk optimistischer daarover. “Schuitema heeft ook nog een paar kleine winkelformules, zoals Kasper en Copak. Als nou blijkt dat SPAR succesvol wordt in het segment van de kleine buurtsupers, dan zou het mij niets verbazen als Schuitema daar straks ook SPAR van maakt.”