Slootwater te smerig voor vee

DEN HAAG, 9 MAART. Het oppervlaktewater in sommige laaggelegen gebieden in Nederland is soms van onvoldoende kwaliteit om als drinkwater voor rundvee te dienen. Ook de afgenomen weerstand van rundvee verhoogt de kans op bacteriologische besmettingen.

Dat concludeert de commisie-Ouwerkerk naar aanleiding van een onderzoek naar de massale sterfte van rundvee op het bedrijf van boer K. Pauw uit Beets in Noord-Holland in augustus 1996. Vanmmiddag overhandigde de voorzitter van de commissie, oud-burgemeester van Groningen H. Ouwerkerk, het rapport aan minister Van Aartsen (Landbouw, VVD).

Boer Pauw heeft altijd beweerd dat de massale sterfte verband hield met de aanwezigheid van een puinstortlocatie twee kilometer van zijn bedrijf af. Een Belgische onderzoeker onderschreef in november vorig jaar dat de slechte kwaliteit van het water de oorzaak van de sterfte was, maar de commissie-Ouwerkerk verwerpt deze conclusie.

De werkelijke oorzaak van de verhoogde diergezondheidsproblemen in Noord-Holland moet volgens Ouwerkerk gezocht worden in de onvoldoende doorstorming van water uit bijvoorbeeld sulfaatrijke bronnen of afbraak van veen. Ook de genetisch verhoogde melkproductie van koeien (volgens Ouwerkerk: “topsport voor runderen”) en een recente aanpassing in de samenstelling van het voer kunnen voor problemen zorgen.

De specifieke problemen die Pauw in 1996 op zijn bedrijf ondervond staan daar echter los van, concludeert de commissie. De sterfte van de bijna tweehonderd koeien was te wijten aan de interne bedrijfsvoering: onvoldoende kwaliteit van voeding, drinkwater en huisvesting en een slechte verzorging van het vee. Van Aartsen beschouwt de zaak-Pauw hiermee als afgedaan.

In kwesties zoals bij boer Pauw adviseert de commissie om in een eerder stadium afspraken te maken over de coördinatie.