Percussie voor kinderen

Jeugdtheater: Een rustige zondag door Het Filiaal. Regie: Monique Corvers. Tekst: Alain en Didier de Neck. Spel en muziek: Gabe Tarjan. Vanaf 5 jaar. Gezien: 4/3 Van Ostadetheater Amsterdam. Toernee t/m 26/4. Inl. (030) 273 49 56.

Bijna was ik goed door Huis aan de Amstel. Regie: Liesbeth Coltof. Tekst en spel: Roel Adam, Peter van Heeringen, Julia Henneman e.a.. Vanaf 8 jaar. Gezien 5/3 Huis aan de Amstel Theater Amsterdam. Toernee t/m 23/4. Inl. (020) 622 93 28.

Het Filiaal bestaat krap twee jaar en heeft reeds naam gemaakt met stukken voor kinderen als De oceaanvlucht van Kapitein Lindbergh. Hierin lag de nadruk op ritmische teksten en (percussie)muziek. In het nieuwe stuk Een rustige zondag heeft de percussie een nog grotere rol gekregen.

Speler/muzikant Gabe Tarjan staat met oranje punkhaar in een cirkel gevuld met percussie-instrumenten. Hij vertelt over het meisje Julie dat geniet van de zondagochtend: “Zeven uur, dat is mijn lievelingstijd. Als iedereen nog ligt te slapen.”

De rust wordt wreed verstoord doordat een stadsbus waarin Julie zit, wordt opgevist door de reus Junior, die hoog in de lucht op een schijf aarde woont. Hij ziet de bus aan voor een 'een bont blikje vissige visjes' die hij in zijn mond steekt. Julie overleeft de ramp door tegen de rotte kies van de reus te trappen. Kermend spuugt hij haar uit.

Tarjan doet alle personages in zijn eentje. Ook de passagiers van de bus, waarbij hij soepel overschakelt van een groep voetbalsupporters naar een dame die chips eet. Hij geeft ieder personage een duidelijk kenmerk. De supporters zingen 'olé, olé', de chipsdame kraakt dat het een aard heeft.

Het experimentele aan de voorstelling is de hoofdrol die de percussie speelt. Virtuoos tovert Tarjan de raarste geluiden uit zijn instrumenten. Als in een hoorspel kan hij de chips laten kraken en de bus laten rijden. Prachtig is de wijze waarop hij zonder woorden laat horen hoe de ouders van Julie de zondagsrust verstoren. In één lange roffel laat Tarjan ze de trap af lopen, de badkamer in gaan, hun tanden poetsen en een douche nemen. Net als bij De oceaanvlucht van kapitein Lindbergh dringen de kinderen na de voorstelling rond de instrumenten om te zien waar de muzikant al die geluiden vandaan haalde.

Ook in de voorstelling Bijna was ik goed wordt met de vorm geëxperimenteerd, maar met minder resultaat. Ter voorbereiding verbleven de spelers van Huis aan de Amstel enige tijd onder verstandelijk gehandicapten. Op basis van hun ervaringen schreven zij teksten die in een collage-voorstelling naast elkaar zijn gezet. Huisschrijver Roel Adam deed dat al eerder met autisten.

Het podium lijkt op een ruimte in een inrichting. Geestelijk gehandicapten zitten aan een soort schoolbanken. Het toneelbeeld is fraai. Er hangt een vogelveer in de lucht en een tafel is bedekt met suiker. Een man loopt rond met een tas waaruit een spoor van suiker stroomt.

Een verhaal ontbreekt, de teksten zijn veelal onbegrijpelijk. Een speler zegt: “Het kan me ook geen bal schelen als ik woedend ben. Werken met verschillende gedachten kan op heel veel manieren en in Engeland kan dat net zo gemakkelijk als in Nederland.” Natuurlijk, hier is een gek aan het woord, en gekken praten onzin. Maar als dergelijke teksten meer dan een uur doorgaan wordt het erg vermoeiend.

Toch zitten er een paar mooie scènes in het stuk. Vooral die waarin met het publiek wordt gespeeld. Een man met grote blauwe ogen vraagt aan mensen in het publiek: “Mag ik je vriendje zijn?” Wie instemt moet een kledingstuk afstaan. Een toeschouwer moet zelfs zijn broek uittrekken.

Halverwege komt Sinterklaas het podium op lopen. Dat is verrassend en vermakelijk, maar het blijft onduidelijk wat de goedheiligman komt doen. Het lijkt alsof Bijna was ik goed in het improvisatiestadium is blijven steken. Er is geen touw aan vast te knopen. Terwijl juist een stuk over zoiets diffuus als geestesgestoordheid een strak raamwerk nodig heeft.

    • Wilfred Takken