Opgewekte Faust in een productie zonder drama

Voorstelling: Faust twee naar Johann Wolfgang von Goethe door 't Barre Land en Toneelschuur Produkties. Decor: Michiel Jansen; regie: Guy Cassiers; spelers: Margijn Bosch, Ingejan Ligthart Schenk, Vincent van den Berg e.a. Gezien 7/3 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 2/5. Inl.: (023) 531 24 39.

Faust komt op en niemand gelooft zijn ogen: tegen een achtergrond van gekleurde gordijnen staat daar een jonge vrouw, ze heeft zo te zien haar dagelijkse kleren aan, in elk geval geen toneelkostuum, en op fluistertoon vertelt ze ons over hoe de nacht moet wijken voor het zonlicht van de dag. Het is alsof we op theevisite in het theater zijn, zo terloops en met veel huiselijke gestiek vertelt de actrice haar verhaal.

Dan, met een daverende klap, vallen de gordijnen omlaag en tuimelt de toeschouwer hals-over-kop in een burleske carnavalsscène. Obscene lol, afzakkende broeken, iemand heeft plastic nepborsten op zijn kop vastgebonden. Inspiratie voor deze scène deed het gezelschap op bij frivole duo's als De deurzakkers en De twee pinten. Zo leuk is deze scène, vinden de acteurs, dat ze nog eens wordt overgedaan. Intussen kijk ik nog steeds met lichte radeloosheid naar deze toneelvoorstelling die Faust twee heet, het vervolg op Faust van Johann Wolfgang von Goethe. De Vlaming Guy Cassiers zorgt in beide gevallen voor de regie; in januari was zijn versie van het eerste deel bij het Zuidelijk Toneel te zien, nu tekent het Utrechtse gezelschap 't Barre Land voor de vertoning.

Cassiers moet iets met de Faust hebben, anders wijdt hij niet een heel seizoen aan dit project. De eerste uitvoering ervan was een strikt individuele lofzang op de theatrale mogelijkheden van de techniek. Videocamera's en beeldschermen speelden de hoofdrol. Nu, bij het gezelchap 't Barre Land, begeeft Cassiers zich naar de andere kant van het spectrum. Afgezien van enkele stoelen, een kruk plus een draagbare schijnwerper, moeten de acteurs het zonder noemenswaardig rekwisiet stellen. Elke theatrale verbeelding, elke vorm ook, is uitgebannen. Ruim twee uur nemen de zeven acteurs het woord; ze schmieren en kletsen er in die tijd het tachtig pagina's tellende tekstboek doorheen. Er staan huiveringwekkend mooie en poëtische passages in Goethe's tekst. Maar niet alleen zijn tekst: de Metamorfosen van Ovidius gaan voorbij, flarden Nietzsche, Byron, Wittgenstein, Büchner. Kortom, de westerse cultuur uit de rugzak van Cassiers.

De vraag is: wat blijft er achter van dit alles? Waarheen, naar welke visie of inzicht, naar welke emotionele ontroering, dwingt ons de voorstelling? Dat is ternauwernood te zeggen. Bij vlagen is Faust twee hilarisch, zeker door de minimale, gortdroge stijl. Herhaaldelijk wordt de vierde wand doorbroken. “Ben ik te vroeg?” vraagt Vincent van den Berg die op z'n eentje het koor vertegenwoordigt en met een rookmachine opkomt. Want het is oorlog. Ook Ingejan Ligthart Schenk als Mefisto is innemend door zijn ironische afstandelijkheid. Margijn Bosch in de rol van Faust is eerder op lieftallige wijze opgewekt dan dramatisch. In het optreden van de titelheld schuilt de crux van de hele voorstelling; de ontstentenis van elke vorm van drama is zo welbewust door de regie nagestreefd dat het een statement wordt. Faust? Geen tragedie zou de ondertitel kunnen luiden.

Uiteindelijk heeft het mij niet gehinderd: ondanks alle gebrek aan samenhang en de zeurende vraag in mijn kop 'Waar gaat dit allemaal over?' gaf ik me aan de acteurs en actrices in deze potpourri gewonnen. Meer aan hen dan aan de regisseur. Het leek vooral hùn Faust. Omdat zij zich voordoen als een niet te temmen en te regisseren opgeruimd gezelschap.

    • Kester Freriks