Op z'n Amerikaans

Blij waren ze er niet mee, vorige week maandagavond in de Beurs van Berlage. Geen van de lijsttrekkers in Amsterdam was in het laatste debat voor de gemeenteraadsverkiezingen op de lokale zender AT5 echt goed uit de verf gekomen. Een gemiste kans, was de teneur van hun reacties na afloop. Wat hebben de kiezers hier nu aan gehad? Zijn ze niet volledig in verwarring gebracht?

Vuurwerk wilde AT5 tijdens het debat. “Ik wil Amerikaanse televisie”, zei presentator Ton van Royen buiten de camera tegen CDA-lijsttrekker Goedhart. De campagne in de hoofdstad had tot dan toe voor weinig ophef gezorgd. Veel te onduidelijk vond de redactie van AT5 de standpunten van de politieke partijen. Alleen het parkeerbeleid en de al dan niet gedane uitspraak van VVD'er Groen dat er aparte scholen voor allochtonen moesten komen, hadden voor enige commotie gezorgd. “Vanavond willen we de verschillen laten zien”, zei hoofdredacteur Ton F. van Dijk.

“Is Harry Groen van de VVD een racist? Ja of nee? Jaaaa of neeee?”, riep presentator Van Royen de andere lijsttrekkers van de vijf grote partijen toe. Als zij aan een antwoord wilden beginnen, onderbrak hij hen bits. “Ja of nee? Ik wil een duidelijk antwoord.” En na een onbevredigende uitleg van een lijsttrekker scandeerde hij: “Vaag verhaal, vaag verhaal, vaag verhaal.”

Hoofdredacteur Van Dijk kreeg zo het vuurwerk dat hij wilde. Het was geen politiek vuurwerk, maar wel opmerkelijke televisie dankzij het chaotische verloop. Op de publieke tribune zaten de kandidaten van de negentien kleine en lokale partijen. Zij joelden door alles heen.

Presentator Van Royen sloeg door in zijn opzet om duidelijke antwoorden te eisen. Hij liet de lijsttrekkers bijna geen zin uitspreken en interpreteerde meteen het antwoord als hij het te vaag vond. “Okee, u vindt hem dus een racist.” Moet dat allemaal zo, vroegen de lijsttrekkers zich na afloop af. Hebben zulke debatten wel zin om de kiezers bij de politiek te betrekken? D66-fractievoorzitter A. Arda, die zich op de tribune had geërgerd, vond dat AT5 te weinig op de inhoud van de campagne gericht geweest was, terwijl er volop aandacht was voor het 'vlekkie van Jikkie', de pigmentvlek van D66-lijsttrekker Jikkie van der Giessen. Arda herinnerde eraan “dat de gemeenteraad nog wel over de subsidie aan AT5 kwam te spreken”.

Die opmerking lag gevoelig. AT5 is volledig in handen van uitgever PCM, waarmee het een commerciële zender is. Maar AT5, dat een jaarlijks budget heeft van ruim tien miljoen gulden, is ook een beetje publiek, want de gemeente Amsterdam draagt per jaar vier miljoen gulden bij. Daarvan loopt 2,5 miljoen via het kabelbedrijf en 1,5 miljoen komt rechtstreeks van de gemeente. De regeling voor dit laatste bedrag loopt aan het einde van het jaar af. De gemeenteraad zal dan opnieuw een beslissing moeten nemen over de bijdrage. De lokale politici worden bijna wekelijks voor de camera van AT5 gehaald, zeker de afgelopen weken. Ze worden kritisch benaderd. En net die ene verspreking of alleen dat leuke 'quootje' wordt tot hun ergernis uitgezonden. Althans, zo ervaren zij dat nogal eens. Diezelfde politici beslissen over een grote financiële bijdrage aan de zender. Dit probleem doet zich met de Hilversumse publieke omroep ook wel voor, alleen bij AT5 is de afstand tussen de politiek (subsidiegever) en de zender (subsidiekrijger) veel kleiner.

D66'er Arda zegt nu desgevraagd de koppeling tussen de inhoud van de berichtgeving van AT5 en de gemeentelijke subsidie niet te willen maken. “AT5 heeft een eigen journalistieke verantwoordelijkheid.” Toch zou het volgens hem beter zijn dat AT5 geheel onafhankelijk wordt. Hij stelt daarom de bijdrage van de gemeente ter discussie, ook om de zender te bewegen zelf een oplossing te vinden voor het financiële gat.

Volgens AT5-hoofdredacteur Van Dijk, die tevreden is met de vele uitzendingen die zijn zender aan de verkiezingen heeft besteed, is het geld van de gemeente hard nodig om goede televisie te blijven maken. Over de gevoelige relatie met de politiek wil hij niet al te veel kwijt. “Ik ga er vanuit dat ze een verstandige afweging kunnen maken. Ze zouden heel blij met ons moeten zijn.”