Muziek van het mooiste van het slechtste

Liesbeth Esselink, als artieste 'Solex' geheten, maakt muziek van het mooiste dat ze vindt tussen het slechtste. Haar werkwijze met 'samples' is in de popmuziek hoogst bijzonder. “Dit is innovatief, Oasis zou dit moeten doen.”

Solex: Solex Vs. The Hitmeister. Matador

AMSTERDAM, 9 MAART. Alchemisten dromen er al eeuwen van: oud schroot omtoveren in goud. Iets vergelijkbaars deed de Amsterdamse zangeres Liesbeth Esselink, die vandaag onder de naam Solex de opzienbarende cd Solex Vs. The Hitmeister uitbrengt. “Ik verkoop tweedehands cd's in een winkeltje, en wij hebben een grote bak met cd's die zo slecht zijn dat ze onverkoopbaar zijn. Maar op elke slechte cd zit wel een stukje dat heel goed is; die goede stukjes heb ik ingevoerd in mijn sampler, en er vervolgens nieuwe nummers mee gemaakt. Ik koos voor die slechte, onbekende cd's omdat je anders gauw uitkomt bij de bekende dingen, zoals Jimi Hendrix en James Brown. Het is een grotere uitdaging om iets moois te maken van iets slechts.”

Het werken met samples, korte stukjes geluid die samen worden gevoegd tot nieuwe muziek, is gemeengoed in dance-muziek, maar minder in pop, die over het algemeen nog met gitaar, bas en drums wordt gemaakt. Esselinks werkwijze levert zeer originele muziek op, die moeilijk te benoemen is: ergens tussen jazz, new wave, triphop, Oosterse pop en dance. Er komen allerlei instrumenten langs: saxofoon, gitaar, fluit, bas, klarinet en orgel bijvoorbeeld - soms duidelijk herkenbaar, soms bewerkt tot nieuwe geluiden. De door Esselink gezongen liedjes klinken fris en pakkend.

De cd verschijnt op het Amerikaanse Matador, één van de vijf platenmaatschappijen die interesse toonden toen Esselink in mei vorig jaar demo-bandjes naar Engelse en Amerikaanse labels had gestuurd. Proefpersingen die circuleren van het album riepen al enthousiaste reacties op van de invloedrijke Engelse radio-discjockey John Peel en het popblad New Musical Express, dat Solex vroeg een liedje te leveren voor een gratis bij het blad te voegen single.

Solex begon ruim een jaar geleden. Esselink, eerder zangeres bij de groep Sonetic Vet, kocht een sampler en een acht-sporenrecorder, een cassetterecorder waarmee acht apart ingespeelde partijen kunnen worden gecombineerd. Het grote voordeel van het werken met een sampler is volgens Esselink dat het apparaat, in tegenstelling tot reguliere muziekinstrumenten, geen beperkingen heeft. “Je kunt er alles mee doen wat je wilt, hoe gek je het ook verzint. Het is ideaal voor mij, want ik speel verschillende instrumenten maar beheers niet één echt goed. Met de sampler kan ik mijn ideeën verwezenlijken zonder tien jaar te hoeven studeren op een instrument.”

De sampler gaf Esselink de beschikking over een grote hoeveelheid geluiden. “Sommige klinken meteen goed, die kun je gemakkelijk gebruiken. Andere klinken alleen maar raar, onbruikbaar - maar zulke samples kunnen juist een verfrissend effect of een leuke rare draai geven. Elk sample is in principe te gebruiken, ook als het ritmisch of wat toonhoogte betreft niet helemaal klopt - dat kan juist iets verrassends opleveren. Soms is het een heel gepuzzel om een sample dat eigenlijk nergens bij past, toch te gebruiken.”

Op een paar nummers zijn ook 'echte', niet-gesampelde drums te horen. Live-optredens doet Esselink met een drummer en een bassist/gitarist, maar het in elkaar zetten van nieuwe nummers blijft ze alleen doen. “Het is heel verslavend om in je eentje te werken”, zegt ze. “Je kunt snel werken, omdat je geen bandleden hebt waar je rekening mee moet houden. Ik maak nu binnen twee dagen een compleet liedje, terwijl het bij een band gauw weken duurt voor een nummer af is. In je eentje gooi je ook gemakkelijker dingen weg.”

Het criterium dat ze daarbij hanteert is simpel: het moet opwindend zijn. En niet clichématig. “Het voordeel van clichés is misschien dat ze hun kracht bewezen hebben, maar het vervelende ervan is dat ze je voortdurend herinneren aan het origineel. Het is beter als iets op zichzelf staat en een andere kracht in zich heeft dan herkenning. Dit is eigenlijk de muziek die Oasis zou moeten maken. Zij spiegelen zich aan The Beatles, maar ze zijn bij lange na niet zo innovatief als The Beatles in hun tijd waren. Ik weet zeker dat die nu ook met samplers hadden gewerkt.”

De naam Solex komt van het brommermerk, maar via een omweg. “Het is genoemd naar mijn kat. Die noemden we Solex omdat de moeder Harley heet, omdat die zo hard bromt. Deze bromt iets minder hard.”

Opvallend is dat het woord Solex in elke songtitel terugkomt, zoals Solex Feels Lucky, Waking Up With Solex en There's A Solex On The Run. “Het is hetzelfde concept als die kinderboeken: De Grote Vijf Gaan Op Vakantie, De Grote Vijf Gaan Naar De Stad, ga zo maar door. Solex is telkens een ander personage, een soort Barbapappa, die in elk nummer een andere gedaante aanneemt.”

De teksten vertellen elk een verhaaltje. Zo gaat One Louder Solex over een oud vrouwtje dat stokdoof is omdat ze een dagje naar de Grand Prix is geweest. Veel van de teksten beschrijven een rare situatie waarin mensen zich bevinden, vertelt Esselink. Zoals Rolex By Solex, dat de in het oor springende regel 'But you made a crack/ of his fatness/ and his hairy back' bevat.

“Dat gaat over een jongen en een meisje die elkaar slecht kennen en samen in het buitenland zijn. Ze huren twee kamers in een hotel, die aan elkaar grenzen en een verbindende deur hebben. Het is niet duidelijk of die deur nog opengaat gedurende die nacht. De jongen is heel verlegen, hij weet zich niet zo goed raad met de situatie. Uiteindelijk belanden ze wel bij elkaar op de kamer. Maar hij had het zich waarschijnlijk heel anders voorgesteld. Zij maakt hem eigenlijk alleen maar belachelijk, ze maakt grappen over hoe dik hij is en het haar op zijn rug. Het loopt nogal zielig af voor die jongen.”

Esselink is benieuwd of anderen de teksten, die in het cd-boekje zijn afgedrukt, net zo interpreteren als ze bedoeld zijn. “Het zijn geen en-toen-en-toen-verhaaltjes, de ene is duidelijker dan de andere. De mensen van de Amerikaanse platenmaatschappij snapten ze wel: die moesten er smakelijk om lachen.”