INTERNATIONALE SPECTATOR

Hans Renner, docent geschiedenis van Midden- en Oost-Europa in Groningen, zet in de Internationale Spectator de recente geschiedenis van Europa in gedachten op zijn kop.

Hij vraagt zich af hoe in ons land tegen communisme en fascisme aangekeken zou zijn, als Hitler gewonnen had en in 1953 aan een hersenbloeding zou zijn overleden en was opgevolgd door meer fatsoenlijke nazi's van het type Albert Speer, terwijl het lijk van de dictator als voorwerp van verering was opgebaard in een mausoleum in de Rijksdag in Berlijn.

Renners conclusie is dat de communisten en hun meelopers in Nederland veel gemakkelijker zijn weggekomen dan de nationaal-socialisten en hij vindt dat onjuist. De Sovjet-Unie is voor de communisten en voor tal van linkse intellectuelen 'een progressieve factor' gebleven. In naam van de dialoog hebben zij de verkeerde vriendschappen gesloten met Oost-Europese regimes en de democratie verloochend.

Frits Bolkestein en andere critici van het communisme hebben het gelijk aan hun kant. “Op het boek van Marcus Bakker 'Wij waren fout, wij wisten alles maar deden niets' moet de Nederlandse lezer nog wachten”, eindigt Renner.