Hoofdofficier van justitie De Beaufort (56 jaar) overleden

UTRECHT, 9 MAART. De hoofdofficier van justitie in Utrecht, Lodewijk de Beaufort, is afgelopen zaterdag op 56-jarige leeftijd overleden. De jurist, die op 3 december 1941 in Baarn is geboren, was al enige maanden ernstig ziek.

De Beaufort was pas een jaar de hoogste ambtenaar van het OM in het arrondissement Utrecht. Daarvoor was hij acht jaar hoofdofficier in Haarlem. Hij moest die positie opgeven als gevolg van de zogeheten IRT-affaire. Het politieteam dat eind 1993 werd ontbonden omdat door toedoen van twee Haarlemse politie-agenten van de criminele inlichtingendienst (CID) op grote schaal softdrugs werden geïmporteerd. Het Haarlemse parket bleek maar zeer ten dele op de hoogte van de activiteiten van de CID.

Uit onderzoeken van het parlement en de rijksrecherche bleek vervolgens dat De Beaufort ook nauwelijks op de hoogte was van wat de politie met de Haarlemse officieren van justitie had afgesproken over het gebruik van bijzondere opsporingsmethodes. Zo werd er door de politie met medeweten van het OM onder andere crimineel geld gebruikt ter bekostiging van politie-operaties.

De Beaufort is drie jaar lang belast geweest met de vervolging van oorlogsmisdadigers. Hij was onder andere officier van justitie in Paramaribo en Amsterdam. Hij gold als een eigenzinnig magistraat. Elf jaar geleden pleitte hij in deze krant voor sancties die verder gaan dan de toenmalige “softe maatregelen”. “De tijd is rijp om het schandpaaleffect als een meer algemene sanctie onder de loupe te nemen.”

De hoofdofficier had een goed ontwikkeld gevoel voor droge humor. Om de tijdens de IRT-affaire opgelopen spanningen tussen de politie van Amsterdam en Haarlem weg te nemen, stelde hij de Haarlemse korpschef Straver voor: “Laat die mannen tegen elkaar voetballen.

Dan kunnen ze elkaar eindeloos tegen de schenen trappen. Maar mij is uitgelegd dat politiemensen en voetballen nogal verschillende dingen zijn. Men verwachtte daar niet een geweldig resultaat van. Het is mijn naïviteit die het in dat soort sferen probeerde te zoeken'', zo verklaarde De Beaufort op 12 oktober 1995 bij zijn openbare verhoor voor de enquêtecommissie opsporingsmethoden.