Gewapende vrede in hockeybotsing

Zoals in het voetbal Nederland-Duitsland en Barcelona-Real Madrid zijn in het hockey de duels tussen India en Pakistan zeer beladen. Voor het eerst na tien jaar spelen beide landen weer een testserie tegen elkaar. In Karachi vlogen de stenen over het veld.

Het Pearl Continental in Karachi is een vesting. Voor de deur van het hotel staan dag en nacht drie jeeps met zwaar bewapende politiemannen. Het zijn voorzorgsmaatregelen omdat binnen de Indiase hockeyploeg verblijft. De buurlanden India en Pakistan hebben al sinds 1948 grote problemen over de grensprovincie Kashmir. Dat geeft vaak verhitte toestanden onder de twee bevolkingen. Daarom is men met name in de rumoerige havenstad Karachi, waar de laatste weken bij verschillende incidenten doden vielen, op de hoede voor acties tegen Indiërs.

Ook in het hockeystadion zijn honderden politie-agenten op de been. Als er voor de hekken ook maar even sprake is van een beetje gedrang, slaan ze met stokken de meute uiteen. Bij de opkomst van de Indiase ploeg loopt een politieman mee met zijn mitrailleur in de aanslag. In de rust begeleidt een handvol geüniformeerde mannen drie hockeyers naar het toilet in de catacomben van het stadion. Het ziet er allemaal erg dreigend uit, maar er blijkt geen reden tot bezorgdheid. De Indiase hockeyers worden vriendelijk en sportief bejegend door zo'n 30.000 Pakistaanse fans. Dat is wel eens anders geweest, zoals bij het wereldkampioenschap in 1990 in Lahore toen de Indiërs zelfs met de dood werden bedreigd.

De wedstrijd in Karachi moet zaterdagavond in de slotfase wel worden gestaakt door de twee Nederlandse scheidsrechters Elders en Von Reth. Verhitte toeschouwers gooien stenen op het veld. Die zijn echter niet voor de Indiërs bestemd, maar voor de thuisploeg. Het is in de Aziatische sport gebruik om zo de onvrede en teleurstelling over de prestaties te uiten. Bij het toernooi om de Champions Trophy in Madras werden de hockeyers uit India ruim een jaar geleden na verlies tegen Pakistan door hun landgenoten met fruit bekogeld. Deze keer zijn de Pakistaanse fans ontstemd over de 0-2, de tweede nederlaag op rij na de 3-4 van donderdag in Lahore.

Aangezien Pakistan de eerste twee duels van de serie wèl won, is de stand nu 2-2. De thuisploeg krijgt zelfs een potsierlijke beker, de Habib Bank Trophy, uitgereikt omdat ze na de vier wedstrijden een beter doelsaldo hebben dan India. Van enige blijdschap is echter geen sprake. Met bedrukte gezichten nemen de Pakistaanse hockeyers de trofee in ontvangst. Hun krachteloze en onsamenhangende spel in Karachi belooft niet veel goeds voor de rest van de testserie die vanaf 19 maart in India met vier wedstrijden wordt vervolgd. Eerst speelt Pakistan nog woensdag in het Wagenerstadion tegen Nederland.

Ondanks de grote belangen die op het spel staan, zijn er onderling tussen de hockeyers van India en Pakistan geen problemen. Die zijn er ook nooit geweest, zelfs niet toen beide landen met elkaar in oorlog waren. De Nederlandse arbiters, die tot grote tevredenheid van beide ploegen de vier duels leiden, menen dat in een doorsneewedstrijd in de hoofdklasse harder worden gespeeld. Elders en Von Reth hoeven de hele week maar twee waarschuwingen, in de vorm van een groene kaart, uit te delen. Het is niet zo vreemd dat de spelers het goed met elkaar kunnen vinden. Voor 1948 vormden beide landen nog de Brits-Indische kolonie. Na de onafhankelijkheid vond de splitsing plaats. Maar bijna iedereen heeft nog wel verwanten aan de andere kant van de grens.

De goede verhoudingen blijken ook weer als de Pakistaanse bondscoach Islahuddin Siddiqui de avond voor de wedstrijd in Karachi bij hem thuis een feest geeft en ook de Indiase ploeg heeft uitgenodigd. Het zou, zo had de gastheer aangekondigd, een bescheiden bijeenkomst worden. Maar er lopen zo'n 150 mensen rond, waaronder vele oude coryfeeën. De gasten worden met politie-escorte opgehaald en weggebracht. In de tuin krijgen ze een riant buffet voorgeschoteld. Het huis van Islahuddin - met op het hek vijf grote olympische ringen - is groot. Hij heeft als speler vele internationale successen behaald en dat wordt in Pakistan beloond met stukken grond en fikse geldbedragen.

Topspelers krijgen bovendien goede banen bij banken, politie, luchtvaartmaatschappij en douane. Bij die laatste instantie staat Islahuddin op de loonlijst als ontvanger. Ingewijden weten dat hij ook nooit moeite had om na toernooien in het buitenland goederen Pakistan binnen te krijgen. Op die ene keer na. Dat was toen de Pakistaanse ploeg bij wedstrijden in Hongkong slecht had gepresteerd en de collega's van Islahuddin besloten voor deze keer de bagage maar eens wel te controlen. Uit de containers van de spelers kwamen zelfs motoren tevoorschijn.

De 50-jarige Islahuddin is vorig jaar voor de derde keer bondscoach geworden. Hij zegt dat hij het verzoek van bondsvoorzitter én zijn oud-ploeggenoot Ahktar Rasool niet kon afslaan omdat het “in landsbelang” is. De bondscoaches, altijd ex-international, volgen elkaar in rap tempo op. In het Pakistaanse hockey zijn er verschillende groeperingen. Als de ene groep aan de macht is, leveren de andere voortdurend zware kritiek. Vorige week eiste een bekende ex-speler en scheidsrechter het hoofd van alle hooggeplaatsten omdat zij een wanbeleid zouden voeren.

Maar Islahuddin en Ahktar zijn momenteel populair bij het volk omdat ze er voor hebben gezorgd dat Shahbaz Ahmad na anderhalf jaar afwezigheid weer in het groene shirt van Pakistan speelt. De balvirtuoos is nog steeds de grote hockeyheld, maar wel al bijna 33 jaar. Dat is hem op het veld ook aan te zien. In de eerste twee wedstrijden van de serie tegen India speelt hij de sterren van de hemel, maar daarna ontbreekt hem de kracht en wordt hij makkelijk uitgeschakeld.

Ondanks de gevoelige nederlaag in Karachi wordt Shahbaz bejubeld. Hij blijft na de wedstrijd alleen achter op het veld omdat er voor hem toch geen doorkomen aan is met de hem opwachtende fans. Als hij uiteindelijk toch besluit naar buiten te komen, wordt hij omringd door politiemannen die hem door de meute voeren. Eenvoudig gaat dat zeker niet. Shahbaz, Shahbaz, onze held, wordt er gekrijst. Iedereen probeert hem even aan te raken.

Shahbaz is de Pakistaanse hoop in bange dagen. Het is een zwaktebod dat Pakistan zijn spel helemaal richt op een teruggehaalde veteraan. India doet het anders door tien spelers in de selectie op te nemen die vorig jaar tweede werden bij het WK voor jeugd. Beide landen, die lang samen oppermachtig waren in het wereldhockey, zijn lotgenoten. Ze moeten met hun orthodoxe, aantrekkelijke spel opboksen tegen het effectieve hockey van landen als Australië, Duitsland en Nederland. Dat lukt maar bij vlagen. India en Pakistan willen na het probleemloze verloop van deze testserie jaarlijks tegen elkaar spelen, maar de vraag is of ze daar wel wat mee opschieten.

De Pakistanen denken in het hockey de wijsheid in pacht te hebben en wensen niet of nauwelijks naar anderen te luisteren. Mede dankzij Hans Jorritsma werd Pakistan in 1994 wereldkampioen, maar lang niet iedereen was blij met zijn invloed. Momenteel heeft de ploeg een Nederlandse fysiotherapeut, Derk Verder. Hij was in december '95 met de nationale juniorenploeg in Pakistan en werd toen gevraagd of hij de echtgenoot van premier Benazir Bhutto kon behandelen. De man was van zijn paard gevallen.

Uiteindelijk kreeg Verder een contract bij de Pakistaanse hockeybond. Hij behandelt niet alleen, maar geeft ook advies op gebied van trainingsopbouw en voeding. De Nederlander kijkt zijn ogen uit hoe de spelers, die in armoede zijn opgegroeid, zich in de luxe hotels werkelijk volstouwen met eten. Vooral voor wedstrijden probeert hij er controle op de houden. De fysiotherapeut uit Bilthoven vindt dat er wel degelijk naar hem wordt geluisterd. “Maar je zit nog niet in het vliegtuig of je plannen liggen in de prullenmand.”

Shahbaz speelde twaalf jaar geleden in Londen zijn eerste WK. Het Aziatische hockey beleefde daar in 1986 zijn dieptepunt. Op zondagmorgen vroeg moesten Pakistan en India onderling om de een na laatste en laatste plaats spelen. Pakistan werd elfde, India twaalfde. Ze hopen dat nooit meer mee te maken, maar uitgesloten is dat zeker niet.