Eeuwwisselingen

Er gaat niets boven een paleis, daar was iedereen het over eens. Een paleis, zelfs een eenvoudig stadspaleis zoals het Paleis Lange Voorhout in Den Haag - dat wel weer gelegen is aan het mooiste plein van Europa, zoals een spreker stoutmoedig opmerkte - heeft nu eenmaal allure. En vorige week, op de feestelijke openingsavond van 'Den Haag rond 1900', was alles gedaan om die te versterken.

Een beeldige jongeman in livrei met veel knoopjes deed de deur open. Er waren opgemaakte petit-fours bij de thee en later feestelijke amuses bij de champagne. Er was pianomuziek met belcanto in het souterrain - en verder natuurlijk de tentoonstelling zelf. Dat was waar wij allemaal voor kwamen, wij, de grote mannen met zijden dassen die samen met hun dames de sponsor vertegenwoordigden, en nog wat gewone stervelingen. En niet te vergeten een snufje artisticiteit in de gedaante van een bekende schrijver en een society-portrettist, zo mogelijk nog zorgvuldiger gebruind en gekapt dan de sponsordames.

De gasten praatten alsof zij elkaar in geen jaren hadden gezien: luidkeels, handen in de maatpakzakken, en zonder een zweem van aandacht voor de wereld om ze heen. Zelfs de exquise hapjes versmaadden zij opvallend vaak. Zou het dan toch waar zijn, dat echt verwende mensen alle gretigheid hebben afgeschud als een jas van vorig jaar, en blij zijn als zij niets hoeven te eten? Roken deden zij des te meer. De som van iemands ondeugden blijft, zoals bekend, altijd dezelfde.

Het Paleis waar koningin Emma haar levensavond sleet, stond (en staat de komende acht weken) in het teken van de tentoonstelling 'Den Haag rond 1900, een bloeiend kunstleven'. De eeuwwisseling van toen, uitgestald voor die van nu.

Ameublementen en eierschaalporselein, reformjaponnen, boekbanden en waaiers geven een indruk van wat er honderd jaar geleden allemaal te koop was in Den Haag voor wie gezegend was met èn smaak, èn geld. Waarom de gedachte aan koopwaar zich zo duidelijk opdringt weet ik niet precies - het zal toch niet de aanwezigheid van zoveel dikke portefeuilles bij de opening zijn geweest?

Misschien komt het ook doordat in een van de zalen een reconstructie is gemaakt van wat de exclusieve kunst- en interieurwinkel Arts & Crafts aan de Kneuterdijk destijds allemaal te bieden had. Frêle stoeltjes van Henry van de Velde, een asymmetrische spiegel van Toorop, alles hoogst modern anno 1900 - en hoogst museaal anno 1998.

Daarbij moet worden opgemerkt dat 'Den Haag rond 1900' behalve een tentoonstelling ook een demonstratie is: namelijk van hoe je de dingen het beste kunt tentoonstellen. Daarover is de laatste jaren een debat gaande in de museumwereld. Stel, je hebt een lamp, een dressoir, een oud corset. Zet je dat neer op een betonnen plateau, om in het licht van één schijnwerper eenzaam voor zichzelf te spreken, of schep je een gezellig bewoond wereldje dat toont in wat voor omgeving zo'n voorwerp destijds terechtkwam?

De vraag stellen is haar beantwoorden. Bewoonde wereldjes zijn honderdmaal leuker dan beton, en zeker in een echt Paleis.

Niet alleen leuker; je ziet ook meer, of je kijkt anders. Zo was er iets dat mij pas opviel toen ik aan het eind van de avond nog één keer door de uitgestorven zalen liep (terwijl buiten, op het Lange Voorhout, de gasten in de stromende regen door hun chauffeurs in hun limousines werden gestouwd). Nu pas zag ik dat sommige tentoongestelde voorwerpen niet alleen bij elkaar passen, maar ook hun echo vinden in de schilderijen aan de muren. Zoals het bruin fluwelen kinderjurkje in zaal 6, en de notenhouten sprookjeswieg van Thorn Prikker daarnaast, die een geheime relatie hebben met een hele reeks kinderportretten. Kinderen met grote witte boezelaars, op banken, in zonnige tuinen, slapend. Alsof iemand heeft willen zeggen dat een wereld, hoeveel frêle stoeltjes en kraakporselein je er ook in stopt, pas echt bewoond is met wat stevige kinderen.