Een heer van stand die sjekkies draait

André Testa was al controversieel binnen het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoer Bedrijf ver voordat hij in beeld kwam voor de functie van directeur van het noodlijdende bedrijf. Een teambuilder? Een hork? In elk geval een flamboyante figuur.

Klein voorbeeld. In augustus hangt op het bedrijfsprikbord nog de aankondiging van een bijeenkomst in maart. De willekeurige medewerker die toevallig het pad van de directeur kruist, is de pineut. “Wat ben je nou voor eikel? Hoezo ga jij daar niet over? We zijn met zijn allen verantwoordelijk voor dit bedrijf. Ik zie het, waarom zie jij het dan niet?”

De algemeen directeur van het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf (GVB) in Amsterdam is “overgevoelig voor kleine dingen”. “Ik ben een believer”, zegt hij. “Als het kleinste niet gebeurt, vergeet het grote dan maar.”

Anderhalf jaar geleden werd jonkheer André Testa (1942) directeur van het bedrijf dat door de Vereniging van Belastingbetalers is bekroond met de titel Verspiller 1997. Het GVB kreeg deze onderscheiding voor het feit dat het volgens de vereniging al een reeks van jaren financieel is losgeslagen. Om de gemeentelijke dienst gezond te maken, dat wil zeggen op eigen kracht te laten functioneren, is 1,1 miljard gulden nodig. Voor ongeveer drieënhalve ton per jaar is Testa bereid die klus te klaren. De ondernemingsraad van de GVB adviseerde destijds negatief over de benoeming van Testa en spande later tevergeefs een kort geding aan over zijn salaris. Er lekte ook nog een gemeentelijk rapport uit met daarin ernstige twijfels over Testa. Maar er was weinig keus. “Beggars can't be choosers”, liet de betrokken wethouder G. ter Horst zich destijds ontvallen.

Wie is deze man die - uniek in de recente geschiedenis van het GVB - onlangs een begroting met een positief saldo wist over te leggen? André Testa heeft vrienden en vijanden. Tussen die uitersten bevindt zich bijna niemand. Hij is een echte teambuilder, zeggen zijn vrienden. Integendeel, menen zijn vijanden, de man verzamelt vazallen om zich heen die zijn slippen dragen. Bovendien is hij een hork, zeggen ze. Nee, hij pakt je juist met opzet stevig aan om je weerbaarheid te vergroten, leggen zijn vrienden uit. Seksistisch, oordelen zijn vijanden. Geintje, zeggen zijn vrienden.

Over een ding zijn vriend en vijand het eens: Testa is een flamboyante persoonlijkheid. Toen hij nog directeur was van streekvervoerder NZH stelde hij zich op een afscheidsreceptie van een Amsterdamse wethouder als volgt voor: “Hallo, ik ben jonkheer doctorandus André Testa, die boerenlul van de NZH.” In de rever van zijn jasje steekt een speld met Olivier B. Bommel, soms met knipperende lichtjes. Berucht is zijn grove taalgebruik. “Een heer van stand die sjekkies rookt”, zegt wethouder Ter Horst.

De jonge jonkheer André Testa groeide op in Den Haag. Omdat zijn moeder gescheiden was en werkte als advocaat hadden André en zijn vier broers een grote mate van vrijheid. Hij prutste graag aan brommers en modelvliegtuigen, later aan oude auto's en motoren. Op een Harley Davidson reed hij door het centrum van Den Haag. Het liefst was hij piloot geworden. “Met spullen kloten, dat vindt-ie mooi”, zegt zijn goede vriend P. ter Gast, directeur bij de Gasunie die hem in dienst heeft leren kennen. Daar haalde Testa zijn hart op aan jeeps en tanks. Later kwamen boeien, bakens en vuurtorens in zicht toen hij hoofd financiële en economische zaken bij het Loodswezen was. Bij de NZH kwamen de bussen binnen zijn bereik, nu aangevuld met de trams en metro's van het GVB. Op zijn werkkamer staan twee flipperkasten met elk een afbeelding van een vrouw met mitrailleur. “Het GVB is het ultieme genot”, zegt Testa. “Ontzettend veel spullen, gelukkig verouderd zodat je er nog wat aan kan doen, en lekker veel mensen die kankeren.”

Testa de teambuilder.

Zo ziet hij zichzelf en zijn vrienden beamen dat. Het begon al bij de padvinderij, vertelt hij. “Gewoon natuurlijk leiding geven aan een clubje.” In het leger was hij pelotonscommandant bij de cavalerie.In zijn studententijd - Testa studeerde economie - was hij praeses van de Weerbaarheid, de koninklijke schietvereniging van het Amsterdamse corps. Zijn manier om de club bij elkaar te houden is niet zachtzinnig. “Hoe meer ze kankeren, hoe leuker ik het vind”, zegt Testa. “Hij verzamelt knokkers en survivors om zich heen”, zegt financieel directeur H. van Vliet - zoon van een buschauffeur - die met Testa meeging van de NZH naar het GVB. “Hij probeert mensen te prikkelen door ze stevig aan te pakken. Als je zwakte vertoont, grijpt hij je in je nekvel en schudt je heen en weer. Maar als je aangeeft dat je tegen hem bent opgewassen, heeft hij respect voor je.”

Een geluid uit het andere kamp: “In plaats van draagvlak te creëren krijgt Testa het voor elkaar om iedereen die nog iets kan bij het GVB tegen de haren in te strijken”, zegt een voormalig medewerker. “Hij bemoeit zich overal mee en ontneemt daarmee mensen de ruimte om zelf na te denken. Dat is nog niet zo heel erg als je heel ondernemende managers in huis hebt, maar ze hangen nu juist al allemaal achterover. Je kunt een bedrijf van vierduizend man niet leiden alsof het een familiebedrijf is.”

Testa de hork.

Bij een verschil van mening zal Testa niet zeggen dat hij het niet eens is met je, hij zal zeggen dat je een klootzak bent. Hij vloekt de tent stijf, zeggen mensen die met hem werken. “Waar is Jansen? Jaja, kopieën aan het maken. Maar rent hij er ook bij?” In het openbaar windt Testa zich op over het hoge aantal werklozen in Amsterdam terwijl het zoveel moeite kost om conducteurs voor de trams te vinden zijn. “Niet ouwehoeren, gewoon passagiers vervoeren”, is zijn motto.

Zelf noemt Testa zijn optreden “gezellig en informeel”. “Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Als je ieder woord op een goudschaaltje moet wegen, krijg je verkrampte toestanden en begrijpt niemand meer waarover je het hebt.”

Testa vindt zijn wijsheid onder meer in de avonturen van stripfiguren. Ter lering en vermaak van zijn werknemers huurt hij bekende striptekenaars in als Peter Pontiac en Theo van den Boogaard. “Bij hoog oplopende meningsverschillen sust hij de boel vaak door een strip na te vertellen”, zegt J. Willemse, voormalig president-commisaris van de NZH. “Het mag onbenullig lijken, maar het is charmant en ontwapenend.”

Testa en het vrouwelijk geslacht.

Dat blondjes konden denken, dat had hij nooit geweten. De Amsterdamse wethouder J. van der Giessen had hem een plan ontvouwd voor de stadsmobiel, het vervoer van ouderen en gehandicapten. Dit was Testa's compliment. Het gerucht gaat dat hij haar daarbij ook nog een tik op de billen heeft gegeven. “Laat ik het zo zeggen: dat laatste kan ik me niet herinneren”, zei Van der Giessen onlangs op de lokale televisiezender AT5. “Ik was nog te veel bezig met dat 'dom blondje'.”

“Ach, gewoon een grapje”, zegt zijn vriend Ter Gast. “Hij houdt ervan om een beetje te jennen. We zijn bijvoorbeeld met onze vrouwen in een restaurant. Een tafel verder zit een dame met twee pronte dochters. André gaat dan de hele tijd heel opvallend zitten lonken. Dat doet hij om mij te pesten.” Je kunt veel beweren over Testa, zegt secretaris van de ondernemingsraad van de NZH, P. Pont, maar hij staat voor zijn bedrijf. “Testa loopt voor de troepen uit. Hij mag dan veel van zijn medewerkers eisen, zelf is hij zestig tot tachtig uur per week voor het bedrijf in touw.” Bij de NZH had hij volgens Pont tweeënhalve chauffeur nodig om zijn tempo bij te houden. “Hij was het boegbeeld van de buschauffeurs”, zegt Pont. Testa had het ambtelijk stof van de onderneming afgeblazen. Behalve een busbedrijf, had de NZH ook touringcars, rijscholen en een taxibedrijf. “Hij dacht al commercieel, toen niemand in het streekvervoer daar nog mee bezig was”, zegt Pont.

Dat Testa zo voor zijn bedrijf vocht viel zwaar bij de VSN Groep, de holding waarvan de NZH deel uitmaakt. De toenmalige bestuursvoorzitter C. Nyqvist wilde voorkomen dat streekvervoerders elkaar onderling moesten beconcurreren. Hij gaf de voorkeur aan samenwerking in eigen land om zo internationaal te kunnen concurreren. Testa daarentegen ging de strijd graag aan. “Voor Testa was het lastig om in concernverband mee te draaien: hij was gewend de baas te zijn”, zegt H. Rat, tot eind vorig jaar lid van de raad van bestuur van VSN. Met een gouden handdruk vertrok Testa in 1995 bij de NZH. Zijn busschauffeurs dreigden met een staking.

Toen al lag Testa slecht bij de ondernemingsraad van het GVB. “Er is veel oud zeer”, zegt P. Pont. “In Amsterdam reden ze in verwaarloosd materieel, terwijl we bij de NZH met de modernste bussen reden.” Bovendien schold Testa vaak in het openbaar op “die Amsterdammers die niet te vertrouwen waren”. Als er weer eens een staking was bijvoorbeeld. De NZH wilde dan doorrijden, maar GVB'ers hielden de bussen aan de rand van de stad tegen.

Nu zijn op de tram verschillende geluiden te horen. “Een prins carnaval”, zegt een bestuurder van lijn 9. “Een zakkenvuller”, zegt zijn collega op lijn 16. Maar op lijn 25 zit een vriend, toevallig ook lid van de ondernemingsraad. Hij wil niet met zijn naam in de krant, “want dan lijkt het net alsof hij de hielen van de baas wil likken”. Testa is goed bezig, vindt hij. “Hij heeft zich duidelijk gerealiseerd waar in het bedrijf zijn vrienden en zijn vijanden zitten.” En die laatste zijn volgens de trambestuurder niet in de laatste plaats te vinden in de ondernemingsraad. “Maar neem van mij aan: de bestuurders die niet te beroerd zijn om te werken, die snakken ernaar dat deze man keiharde maatregelen neemt om het rapalje aan te pakken, van hoog tot laag.”

Intussen heeft Testa het afgelopen anderhalf jaar een groot deel van het management vervangen en een financieel plan gepresenteerd waarin wethouder Ter Horst “het volste vertrouwen” heeft. De vierhonderd banen die volgens het rapport-De Jong zouden moeten verdwijnen, zijn in zijn optiek “tweehonderd functies” geworden. Testa spreekt nadrukkelijk van functies. “Er zijn nu bestuurders die administratief werk uitvoeren, terwijl we een tekort aan rijdend personeel hebben.” Maar er is volgens wethouder Ter Horst het afgelopen anderhalf jaar nog wel wat blijven liggen. De sociale veiligheid bijvoorbeeld. “Er zit nog steeds geen conducteur op elke tram en de controle op de metroperrons is onvoldoende.”

Testa is een voorstander van privatisering van het openbaar vervoer. “Ons streven is klanten te vervoeren per land, over zee en in de lucht”, zei hij ooit. “Levende klanten - in principe onze grootste klantenkring - zowel als dode. En alles daartussenin - in ambulances.” En als blijkt dat de klanten koffie in de tram willen, dan gaat hij koffie in de tram serveren. “Als een kritische grens wordt overschreden, begin ik misschien wel een koffiebranderij.” Maar gezien de beroerde conditie van het GVB is hij blij dat het rijk hem de tijd geeft om de boel op orde te krijgen. Eerst moet hij zorgen dat de tram weer op tijd rijdt en “het familieconcept erin pompen”.

In de Amsterdamse trams waarschuwt inmiddels een striptekening tegen zakkenrollers. “De tekenaar is een GVB'er”, zegt Testa trots. Maar in de centrale hal van het hoofdkantoor hangt een oproep voor een staking van het trampersoneel. De actie dateert van drie maanden terug. Geen enkele GVB'er heeft zich nog geroepen gevoeld het pamflet te verwijderen.

    • Monique Snoeijen