Economie moet emancipatie helpen

Vanwege internationale vrouwendag vond gisteren een debat plaats over vrouw en werk. Meer crèches moeten er komen en het glazen plafond moet weg, vonden de deelnemers. Alleen, in hoeverre moet de overheid daarvoor zorgen?

AMSTERDAM, 9 MAART. Jeannette Keyzer (29) is na afloop van het debat over vrouwen en werk nog steeds verbaasd over haar eigen succesje. Ze heeft de voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO/NCW, Hans Blankert, net zover gekregen dat hij zich impliciet uitsprak vóór het wettelijk recht op deeltijdwerk. Ze heeft de zondagmiddag met haar vriend dus niet voor niets geofferd aan de discussie georganiseerd door het feministisch maandblad Opzij.

Keyzer werkt 35 uur per week in een boekhandel die zo'n 25 mensen in dienst heeft. Ze is jurist en een “moderne vrouw” zegt ze zelf: ambitieus - ze wil nog geen kinderen - maar breder geïnteresseerd dan alleen in haar werk. “Vrouwen willen, meer dan mannen, hun werk inpassen in hun leven, in plaats van leven voor hun werk”, stelt ze vast. Zelf wil ze drie uur minder per week werken om “een commissariaatje erbij te pikken” of iets anders nuttigs te doen. Onbespreekbaar, liet haar baas eind vorig jaar weten. Aan Blankert tijdens de discussie dus de vraag: “Hoe kunnen vrouwen dat recht afdwingen als werkgevers zich verzetten tegen het wettelijk recht op deeltijdwerk, zoals vorig jaar voorgesteld door GroenLinks?”

Wij zijn niet tegen het recht op deeltijdwerk, alleen vinden we dat werkgevers en werknemers dat samen moeten afspreken in plaats van eenzijdig te worden gedwongen door een wet, nuanceert Blankert. Want wetten, vindt hij, lossen niets op. “Maar bazen zoals de mijne in kleine bedrijven beschouwen deeltijdwerk als teveel 'gedoe' en weigeren gewoon”, stelt Keyzer. Blankert: “Mevrouw, gezien de steun in de Kamer komt die wet er toch wel, dus dan kunt u toch met die wet in de hand naar uw baas stappen?” Kijk, díe erkenning hoort Keyzer graag.

Het zijn vooral de voornemens van minister Melkert (Sociale Zaken) die goed vallen bij de 150 Opzij-lezeressen - van gemiddeld boven de veertig - in de Rode Hoed. Hij pleit voor verdubbeling van het aantal kinderopvangplaatsen (nu 75.000) in de komende vier jaar. Landelijk staan ruim 30.000 kinderen op wachtlijsten voor een crèche, soms wel twee jaar lang. Kinderopvang moet dan ook een basisvoorziening worden net als de basisschool, vindt Melkert. Hij acht het onrechtvaardig dat vooral goedverdienende tweeverdieners profiteren van kinderopvang, meer dan werklozen of anderen met een laag inkomen. De overheid moet hiervoor verantwoordelijkheid nemen, aldus Melkert, en niet alles overlaten aan werkgevers en werknemers, anders blijven de plichten te “vrijblijvend.”

Toch voelen bedrijven volgens Melkert steeds sterker de “keiharde economische noodzaak” om er iets aan te doen, omdat vrouwen een steeds belangrijker onderdeel vormen van de arbeidsmarkt. Vorig jaar alleen al, meldt hij, gingen 135.000 van de 213.000 nieuwe banen van twaalf uur per week of meer naar vrouwen. In totaal heeft 45 procent van het vrouwelijk deel van de potentiële beroepsbevolking een (deeltijd)baan. Blankert erkent de economische noodzaak, maar bestrijdt dat kinderopvang een basisvoorziening moet worden waaraan iedereen moet meebetalen zoals aan het onderwijs. Wat hem betreft betalen betrokken ouders en bedrijven samen voor opvang; werkgevers zijn hiervoor te porren door fiscale voordelen, zegt hij. “De extra miljoenen voor opvang vliegen ons in deze verkiezingstijd om de oren, maar stijging van de collectieve lasten is slecht voor onze concurrentiepositie.” En die sterke positie is volgens hem juist nodig om meer vrouwen aan het werk te helpen.

Alle subsidies, denktanks en maatregelen ten spijt, de taakverdeling thuis is ook een sociaal-culturele kwestie, zegt Blankert. Waar vroeger een zaal vol feministen was gaan joelen, kan de werkgeversvoorzitter nu ongestraft vaststellen dat veel (met name laagopgeleide) vrouwen thuis wíllen blijven als ze kinderen hebben. En ook bij mannen blijft volgens Blankert “de kloof tussen hun progressieve opvattingen en hun daden vaak groot”. Ze gaan niet méér doen in huis, zelfs als ze daarvoor de tijd krijgen, meent Blankert. Invoering van betaald ouderschapsverlof voor mannen is volgens hem dan ook zinloos.

Het beruchte 'glazen plafond' is een ander sociaal-cultureel fenomeen waar het forum - Cisca Dresselhuys (Opzij), Melkert, Blankert en Lodewijk de Waal (FNV) - noch het publiek antwoord op heeft. Het lukt weinig vrouwen om een topfunctie te krijgen. Zo zitten er in het 140-koppige bestuur van de VNO/NCW precies drie vrouwen. Dat ligt niet alleen aan het aanname-beleid van bedrijven en de motivatie of capaciteiten van vrouwen, maar ook aan de mannencultuur bínnen bedrijven, stelt Dresselhuys: veel vergaderen en onderlinge rivaliteit en weinig openheid. Zou Dresselhuys bijvoorbeeld prettig kunnen werken bij VNO/NCW, vraagt ze Blankert. “Jij niet!”, roept hij schertsend.

Toch wijst Melkert op het voornemen van bijvoorbeeld Shell om binnen vijf jaar twintig procent van zijn vierhonderd topfuncties door vrouwen te hebben bezet. Hiervan zal de samenleving het moeten hebben, zo is de conclusie, omdat ook hij erkent dat de overheid aan het glazen plafond weinig kan doen.