De twijfels van Van Kooten en De Bie

Voor mij ligt een stokoude Haagse Post: het nummer van 24 mei 1972 waarvan het omslagverhaal is gewijd aan het afscheid van het komische tv-programma Hadimassa van de VARA. Kees van Kooten en Wim de Bie waren in vier seizoenen uitgegroeid tot de centrale figuren van Hadimassa, maar het was nog niet helemaal hun eigen programma. Wat waren ze van plan? “Het enige wat wij willen”, zeiden ze, “is twee mannetjes maken die leuk werken. Een komisch duo worden zoals Johnnie en Rijk.”

Dat is ze in de daaropvolgende zesentwintig jaar nog heel aardig gelukt. Sterker nog: je kunt je nu niet meer goed voorstellen dat voor zulke veelzijdige talenten als Van Kooten en De Bie het veel beperktere duo Johnnie en Rijk ooit een ijkpunt is geweest.

In 1972 stonden Van Kooten en De Bie op een kruispunt. Tegen de Haagse Post zeiden ze dat ze naar 'een wat persoonlijker programma' streefden. Ze kondigden bovendien aan dat ze 'met een programma het land in wilden', want “met die televisie weet je totaal niet meer wat je publiek is en hoe het reageert op wat je doet. Dat is fnuikend op den duur.”

Gelukkig hebben ze ons dát - een keuze voor het theater in plaats van de televisie - nooit aangedaan. Dat persoonlijker programma kwám er, maar wel op de televisie, het medium waarvoor zij meer geschapen zijn dan zij in die periode nog konden beseffen.

Volgens een bericht in de Volkskrant van afgelopen zaterdag hebben Van Kooten en De Bie nu opnieuw grote twijfels over hun artistieke toekomst. De Bie: “Dit is de tijd voor het maken van nieuwe plannen. We hebben de huidige formule bijna tien jaar gehanteerd, eerst vijf jaar met Keek op de Week en daarna nog vier jaar met vergelijkbare vormen.” De verstandhouding is nog altijd uitstekend, zei hij, maar hij gaf een ontwijkend antwoord op de vraag of ze volgend seizoen nog samen zouden optreden.

In hun uitzending van gisteravond kwamen ze schertsend op de berichtgeving terug. Het leverde een leuk dialoogje op (over het feit dat ook zij beiden in het geniep jarenlang een intieme relatie met Ischa Meijer hadden gehad), maar nog geen duidelijkheid over hun plannen. Als ik me aan een voorspelling mag wagen: ze blijven bij elkaar en ze zullen zich op een nieuwe vorm (alsnog het theater?) storten. Waarom ik dat denk? Om de doodeenvoudige reden dat ze steeds bij elkaar zijn gebleven en uiteindelijk steeds weer nieuwe vormen hebben gevonden.

Maar ik besef terdege dat het voor hen nu veel moeilijker is dan zesentwintig jaar geleden. Zoals De Bie tegen de Volkskrant zei: “We hebben alles wel een keer gehad.”

Zo ervaart de kijker het ook. Ik heb nooit willen aannemen dat Van Kooten en De Bie zoveel minder op dreef zijn dan vroeger, wij - verwende kijkers - zijn alleen veel meer vertrouwd geraakt met hun humor. Het is voor hen na zoveel jaren tv-amusement van het hoogste niveau bijna ondoenlijk ons te blijven verrassen. Dat verklaart waarom de respons van het publiek nu veel lauwer is dan in bijvoorbeeld de eerste jaren van Keek op de Week. Tegelijk is het opvallend hoe groot en trouw de vaste kern van hun aanhang blijft: nog altijd meer dan een half miljoen kijkers die elke keer een hoog waarderingscijfer geven.

Misschien zouden Van Kooten en De Bie er goed aan doen een paar seizoenen helemaal van het scherm te verdwijnen voor een soort creatief opfrisverlof. Per slot van rekening hebben zij de afgelopen kwart eeuw een onwaarschijnlijk grote productie gehad. Ik zag zaterdag bij de TROS een portret van de Engelse humorist Spike Milligan. Die schreef van 1945 tot 1953 per jaar zesentwintig afleveringen van een half uur voor de Goon Show, een vermaard radioprogramma. “Ik ging er volledig aan kapot”, zei hij, “zes afleveringen was beter geweest.”

Milligan eindigde als een manisch-depressief wrak. Zeg nu zelf: dat mag toch nooit gebeuren met Van Kooten en De Bie? Dat wij hen over twintig jaar in een tv-documentaire terugzien, net als Milligan gedesillusioneerd zuchtend: “Er is niet veel goeds te zeggen over het menselijk ras. Wat is er nou zo belangrijk aan mensen?”

    • Frits Abrahams