De Serviërs vragen zich af of het oorlog wordt

De berichtgeving in Servië over 'Kosovo' is eenzijdig en simpel: daar worden wrede terroristen bestreden. De paar onafhankelijke kranten die er zijn, moeten zich aan die lezing conformeren op straffe van maatregelen.

BELGRADO, 9 MAART. De publieke opinie in Servië houdt zich sinds het optreden van de Servische politie-eenheden in Kosovo voornamelijk bezig met de vraag of het oorlog wordt of niet. En als het aan de regeringsgetrouwe media ligt is daar alle kans op. De officiële pers laat niet na om het optreden van de Servische autoriteiten tegen de Albanese 'terroristen' prominent te brengen.

Het dagblad Politika kwam zaterdag met een uitgebreid bericht over de dood van Adem Jashari, de vermeende leider van het Kosovar Bevrijdingsfront: een Albanese boer van in de veertig met een martiale snor.

De officiële media hameren op de bescherming van de veiligheid van de (Servische) burgers en op de verdediging van de Joegoslavische staatsgrenzen. In het dagelijks journaal van de Servische televisie stromen de telegrammen binnen van oorlogsveteranen en vrouwengroepen om dat beleid te ondersteunen.

Wie zich niet aan deze officieuze richtlijn houdt van de Servische autoriteiten kan rekenen op 'passende maatregelen', zoals het openbaar ministerie van Belgrado dit weekeinde bekend liet maken. Hoofdredacteuren van onafhankelijke kranten als Na Borba, Danas en Dnevni Telegraf zijn op de vingers getikt omdat zij de acties van 'terroristische benden' zouden aanmoedigen door kritisch te schrijven over het Servische politieoptreden.

Inspelend op de angst voor een regelrechte oorlog tegen de Albanezen, kwam de oppositionele Democratische Partij van Zoran DjindjiEÉc zaterdag met een zeer gematigde verklaring. Alle partijen moeten afzien van geweld om politieke doelen te bereiken, stelt de verklaring. De Albanese leiders in Kosovo wordt gevraagd om openlijk afstand te nemen van wat ook door de Democratisch Partij ondubbelzinnig 'terrorisme' wordt genoemd.

De tot voor kort oppositionele Servische Vernieuwingsbeweging (SPO) van de nationalist Vuk DraoviEÉc, op dit moment volop met de socialisten van president MiloviEÉc in onderhandeling over deelname aan een nieuwe Servische regering, ging zelfs nog een stap verder. Tijdens partijberaad, afgelopen zondag, werd een minuut stilte in acht genomen voor de “Servische slachtoffers van het Albanese terrorisme”. De partij stelt zich op het standpunt dat Servië en de Joegoslavische federatie het soevereine recht hebben zich tegen “terroristische acties van terroristische Albanezen” te verdedigen.

De Albanese stem wordt in Belgrado niet of nauwelijks gehoord. Kritiek van binnen de Joegoslavische federatie komt hooguit van de kant van de regering van Montenegro, waar sinds kort president Milo DjukanoviEÉc aan de macht is, een uitgesproken criticus van MiloviEÉc. De regering van Montenegro heeft die in Belgrado gevraagd een dialoog met de Albanezen aan te gaan en een eind te maken aan het geweld.

Volgens Milan ProtiEÉc, directeur van het Centrum voor Servische Studies in Belgrado - een onafhankelijk onderzoeksinstituut - , bepalen de officiële media in hoge mate wat de Serviërs in dit opzicht denken. Foto's en beelden van woeste Albanese strijders, bunkers en wapenvoorraden in de Albanese dorpen roepen herinneringen op aan de oorlog in Kroatië en Bosnië. Net als toen, zegt ProtiEÉc, voert president MiloviEÉc de spanning tot het uiterste op om straks aan de onderhandelingstafel concessies te kunnen doen. “Het Servische publiek zal dan alles slikken, inclusief een speciale status voor Kosovo, als het maar geen oorlog wordt.”