Chaurasia's fluit walmt heiligheid

Concert: Hariprasad Chaurasia en Manik Munde. Gehoord: 7/3 Tropeninstituut Amsterdam. Verder: 11/3 Stadsschouwburg Nijmegen; 22/3 (14.30u) Grote Kerk Enschede.

Zoals de viool staat voor klassieke muziek en de saxofoon voor jazz, zo zijn sitar en tabla dè symbolen van de Indiase muziek. Dat zaterdag in het Tropeninstituut geen van beide instrumenten op het podium stond was te danken aan Hariprasad Chaurasia. Deze grootmeester op de bansuri (bamboefluit) besloot na vele optredens met tablaïsten, nu een pakhawaj naast zich te dulden. Dat deze oudere en grotere broer van de tabla horizontaal op twee vellen wordt bespeeld is alleen ergonomisch en visueel van belang. Voor het oor doorslaggevend is het verschil in kleur; klinkt de tabla goed bespeeld pregnant en briljant, de pakhawaj is meer 'down to earth' alsof hij net als vroeger is gemaakt van klei.

Aanvankelijk speelt Chaurasia alleen, zij het in de rug gedekt door twee dames die op tanpura eindeloos het grondakkoord plukken. De bamboefluit praat een half uur lang en valt daarbij zelden in herhaling dankzij Chauriasia's vertellerstalent. Luid of zacht, scherp of fluwelig, weifelend of gedecideerd, zelfs van een boodschappenlijstje kan hij met zijn charisma nog een evangelie maken.

De reacties op de heiligheid die Chaurasia verspreidt, met steun van een uitermate zoete soort wierook, zijn heel verschillend. In de middenbeuk dommelt menig hoofd, in het linkergangpad slaagt een brakende dame er net niet in tijdig de uitgang te passeren, rechts achterin zit een meisje op de grond te borduren op een lap stof die nog moet kiezen wat hij wil worden - tafelkleed of India-hemd.

Met het invallen van Manik Munde gaat wel het tempo omhoog maar niet het muzikale niveau. De pakhawaj klinkt niet alleen doffer dan de tabla maar ook weerbarstig en nogal log. Het slotstuk voor de pauze weigert ondanks zijn lichte en luchtige inhoudom van de grond te komen. Wat een opgewekt gesprek had kunnen worden lijkt nog het meest een monoloog met instemmend gemompel van iemand die onder een basstem lijdt.

De poging van Hariprasad Chaurasia om de muziek te vernieuwen door een stap terug te doen in de tijd, werd dus geen doorslaggevend succes. Dat is echter geen reden tot treurnis want hij komt ongetwijfeld spoedig terug en dan hopelijk met een partner van zijn niveau. Een felle tablaïst of bij wijze van experiment een goede gitarist.