Boulez dirigeert lucide, analytisch en ook met gevoel

Concert: Ensemble InterContemporain o.l.v. Pierre Boulez. Werken van Webern, Birtwistle, Boulez, Stravinsky en Bartók. Gehoord: 7/3 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 10/3 20.02 uur; tv: Ned 3 22/3 13 uur.

Lawrence Morton, de leider van de Monday Evenings Concerts in Los Angeles, herinnert zich hoe teleurgesteld Boulez was over de slechte kwaliteit uitvoeringen van twintigste-eeuwse klassieken. Als Schönberg en zijn leerlingen, Bartók en Stravinsky al verminkt klonken, wat mochten we dan verwachten van de nieuwste muziek?

Maar Boulez klaagt niet alleen, hij deed er wat aan! Het concert zaterdag in de Matinee op de Vrije Zaterdag vormde het klinkende bewijs. Na een Franse tournee gaf het Ensemble InterContemporain in Amsterdam memorabele uitvoeringen van Webern, Bartók en Stravinsky, aangevuld met nieuwere werken van Birtwistle en Boulez zelf.

Berucht werd het aan Boulez gewijde artikel 'The Ice-man Conducteth' in The New York Times, maar een subtieler en gevoeliger uitvoering van Weberns Fünf Stücke, opus 10 had men zich niet kunnen wensen. Na het zachte pingetje in de celesta barstte een applaus los als gold dit het einde van een lange en indrukwekkende Mahler-symfonie.

Weberns stukken vormen een extract uit een serie van achttien aforismen voor orkest. Deel vier neemt slechts negentien seconden in beslag en draagt in de bewerking voor de Wiener Verein für musikalische Privataufführungen het opschrift Erinnerung. Als muziek te vergelijken valt met een vorm van spraak, dan is dit een vorm van denken. Een woord dat steeds in de titels terugkeert is Zart, bij het vierde deel en aan het eind van het vijfde noteert Webern zelfs nadrukkelijk uiterst teder.

Nu waren alle uitvoeringen op dit concert transparant en lucide, maar hier kwam nog iets bijzonders bij: Boulez analyseerde perfect de zuigende werking van uitgecomponeerde schuchterheid, van een broze breekbaarheid als een inkervende kracht, het resultaat was hypnotiserend. Indrukwekkend was nauwelijks minder hoe in Weberns Konzert, Opus 24 verduidelijkt werd hoe de instrumentatie geen toegevoegde waarde is, geen vrijblijvende decoratie vormt, maar deel uitmaakt van de structuur zelf.

Steeds weer herinnert Boulez eraan hoe hij in zijn kwaliteit van subliem analyticus en componist een bijzondere ingang weet te vinden. Aan de Ice-man uit The New York Times herinnerde hooguit het koele afbreken aan het slot. Het bekende gebaar om stilte af te dwingen door de handen een tijd onbeweeglijk hoog te houden is aan Boulez niet besteed. Alles staat in dienst van de muziek en dat is dat. Maar soms is poespas nodig.

Speciaal voor het Parijse ensemble componeerde Harrison Birtwistle ...agm... voor koor en drie groepen instrumenten, verdeeld in hoog, laag en slagwerk. Het midden is minder aan hem besteed. Het werk is gebaseerd op een aan Sappho toegeschreven tekst. Aan spanningen geen gebrek, het is een van Birtwistle's betere werken, maar Weberns beknoptheid heb ik gemist. Met name het geratel van marimba en vibrafoon gaat op den duur op de zenuwen werken.

Hoe concies en afgewogen is dan niet Boulez' cummings ist der dichter, voor koor en een ensemble zonder slagwerk. Opvallend zijn versieringsfiguraties zoals korte trillertjes, prachtig de transfiguratie van vocale in instrumentale klank. De hier gepresenteerde tweede versie vergroot het koor van oorspronkelijk zestien stemmen tot maximaal 48. Merkwaardig, als veel zangers pianissimo zingen heeft dat een andere uitwerking dan wanneer slechts enkelen dit doen. Dit valt met name op in het slot, waarin de zang bescheiden terugneemt in zeven pagina's unisono onbeweeglijkheid. Zo ontstaat ruimte voor fluiten, hobo en drie harpen in een harmonie der natuur in reactie op de woorden 'vogels', 'avondschemering' en 'ziel' in Cummings' poëzie.

Boulez' vocale klankwand herinnert aan die van de strijkers in Ives' The Unanswered Question, die in één tempo onverstoorbaar pianissimo blijven spelen, daarmee de rol van wijze druïden vervullend. Aan de magische context van Boulez' muziek hoeft niet te worden getwijfeld. Birtwistle streeft naar een muziek als geritualiseerde afloop in de tijd, Boulez realiseert het, zonder forcerende registers of andere extremiteiten, eenvoudigweg als bijproduct.