'België gaat kant ex-Joegoslavië op'

Het gaat mis met België, vindt een groot aantal Vlaamse en Waalse intellectuelen. Vlamingen en Walen hameren zo op hun eigen 'volkskarakter' dat de kloof tussen beide gemeenschappen onoverbrugbaar wordt.

BRUSSEL, 9 MAART. De met vierhonderd mensen volgepakte conferentiezaal van een Brussels bankgebouw luistert zaterdag ernstig als een aanwezige zegt dat in België veel ingrediënten aanwezig zijn voor een situatie als in voormalig Joegoslavië. Als ook de grens omlaaggaat van wat moreel aanvaardbaar wordt gevonden, dan lopen de conflicten tussen Franstaligen en Nederlandstaligen zeker uit de hand.

Dat lijkt de Nederlandstalige filosoof Dieter Lesage wat overdreven. In België is volgens hem tussen Franstaligen en Nederlandstaligen over en weer sprake van “cultureel racisme”. Dat zet aan tot vooroordelen en minachting die tot conflicten leiden die het voortbestaan van België in gevaar brengen.

In België is een beweging op gang gekomen van zowel Vlaamse als Franstalige intellectuelen en kunstenaars die ongerust zijn over het nationalisme bij de twee taalgemeenschappen in het land. Politici presenteren maatregelen op zo'n manier dat de andere taalgroep ze agressief ervaart. Voortdurend wordt in politieke toespraken en in krantenartikelen gehamerd op onoverbrugbare verschillen die er tussen Vlamingen en Franstaligen zouden bestaan. Vlaamse politici zijn rationeel en Waalse emotioneel, wordt er ernstig betoogd. Het eigen “volkskarakter” wordt als superieur aangeprezen en dat van de andere taalgroep als inferieur bestempeld.

De initiatiefnemers van het colloquium van zaterdag vrezen dat de opmars van de culturele tegenstellingen ontaardt in “afkeer en haat onder de bevolking van Brussel”. De hoofdstad van Europa zou “een slagveld” kunnen worden. De historica Anne Morelli, verbonden aan de Beweging tegen Rassenhaat, Antisemitisme en Xenofobie, is een van de organisatoren van de bijeenkomst. Zij zegt op emotionele toon dat haar achteraf niet verweten kan worden dat zij niet heeft gewaarschuwd voor de gevaren van de tegenstellingen die groeien tussen de Franstaligen en Nederlandstaligen.

Twee dagen voor het colloquium publiceerde een groep van 63 zowel Nederlandstalige als Franstalige intellectuelen en kunstenaars een opvallend manifest over de “dwaasheid” van het nationalisme in het Vlaamse dagblad De Standaard en in de Franstalige krant Le Soir. Aanleiding daarvoor was de oplopende spanning over de faciliteitengemeenten, dat zijn de Vlaamse gemeenten die tegen Brussel aan liggen. In die gemeenten hebben Franstaligen het recht om in hun eigen taal zaken met de plaatselijke overheid te regelen. In sommige van die gemeenten is de meerderheid van de inwoners Franstalig.

De Vlaamse minister van Binnenlandse Zaken, Leo Peeters, is begonnen met het zaaien van onrust door aan te kondigen dat Franstaligen voortaan iedere keer opnieuw moeten vragen of zij gemeentelijke stukken in het Frans kunnen krijgen. De gemeenten mogen iemand dus niet meer als Franstalig klasseren en automatisch in het Frans benaderen. Pesterij, was de reactie van Franstalige kant. De burgemeester van Wezembeek-Oppem zei openlijk de aanwijzing van de minister naast zich neer te zullen leggen.

Peeters verklaarde dat de Franstaligen ooit Nederlands moeten leren en dat aan de faciliteiten op een dag een einde moet komen. Franstaligen klaagden over onverdraagzaam Vlaams extremisme. Inmiddels is er een juridische strijd ontstaan over de vraag of de Vlaamse minister bevoegd was zijn brief te schrijven en of de faciliteiten voor eeuwig zijn of niet. Maar tegelijkertijd dreigt de kwestie een gevaarlijk politiek geschilpunt te worden binnen de federale regeringscoalitie van premier Jean-Luc Dehaene.

De ondertekenaars van het manifest noemen het “een onheilspellende klucht die wel eens verkeerd zou kunnen uitdraaien”. Zij protesteren ertegen dat Vlamingen, Walen en Brusselaars zich als kuddes gedragen. “Wij weigeren ons als Vlaamse of Franstalige soldaatjes te gedragen. Wij behoren tot geen enkel front, tot geen enkele stam.” Ze waarschuwen dat nationalisme haat en racisme met zich meebrengt.

Tot de ondertekenaars van het manifest behoren Nederlandstalige schrijvers als Geert van Istendael, Tom Lanoye en Benno Narnard en Franstalige als Pierre Mertens en Jacques De Decker, de choreografe Anne Teresa De Keersmaeker, de cineasten Luc en Jean-Pierre Dardenne en de politicoloog Kris Deschouwer. Ze pleiten voor een nieuwe Belgische staat “tolerant, pluricultureel, open voor de inbreng van zijn migrantengemeenschappen”, een voorbeeld voor “een Europa dat ten prooi valt aan de opgang van etnische micro-nationalismen”.

De filosoof Ludo Dierickx, die met het Centrum voor de Studie van het Nationalisme tot de initiatiefnemers voor de bijeenkomst van zaterdag behoort, vindt de rol van de pers bij de stimulering van nationalistische vooroordelen “angstwekkend”. Als de Vlaamse media een standpunt innemen, vinden de Franstalige media vrijwel automatisch het tegendeel.

Zowel Franstalige als Vlaamse kranten publiceerden zaterdag al hun oordeel over de nieuwe beweging. De Standaard oordeelde dat intellectuelen en kunstenaars slechts “een kreet” tegen nationalisme hadden geuit en dat het pleidooi voor solidariteit onder de Belgen “een ander nationalisme” is. Le Soir publiceerde een artikel over “de uitingen van agressieve intolerantie” van de Vlaamse beweging van de Franstalige schrijver Charles Bertin. Deze klaagde over acties van Vlaamse “commando's” die de sluiting van Franstalige bibliotheken in faciliteitengemeenten eisen. “Denkt u niet, heren anti-nationalisten, dat als een macht blibliotheken begint aan te vallen, het nazisme niet ver weg meer is?” eindigde Bertin.