Zoete wraak

Enkele weken geleden toonde ik in Vrij Nederland aan dat criticus Arjan Peters voor Six Books, een periodiek van het Nederlands Literair Produktiefonds, regelmatig boeken ophemelde die hij in de Volkskrant had gekraakt. Elsbeth Etty vraagt zich af (Z 21 febr.) waarom ik Peters' werkwijze niet eerder aan de kaak had gesteld. Etty gaat er vanuit dat ik al jaren afwist van Peters' dubbele agenda; zij heeft zich laten vertellen dat schrijvers dit 'blaadje' (Six Books, JZ) toegestuurd krijgen.

Kennelijk zijn er schrijvers die niet op de adressenlijst van het Produktiefonds staan. Mij is nooit een editie van Six Books of Nieuwsbrief toegestuurd; navraag onder een aantal schrijvers leerde mij dat ook zij deze periodieken niet toegestuurd krijgen. Ik kende slechts Peters' signalementen die hij over mijn twee vorige romans heeft geschreven en was er niet van op de hoogte dat hij, zoals mij in augustus 1997 gewaar werd aan de hand van twee elkaar tegensprekende stukken over één en hetzelfde boek, regelmatig met de linkerhand bejubelde wat hij met de rechter verketterde.

Ik heb hier bij het Produktiefonds tegen geprotesteerd, maar heb verder geen ruchtbaarheid aan dit protest gegeven, juist omdat ik meende dat ik als enige auteur met Peters' dubbele standaard te maken had gehad. Maar toen ik vervolgens in januari 1998 een lovende tekst van Peters onder ogen kreeg over 'De geruchten' van Hugo Claus - hetzelfde boek dat hij in de Volkskrant had neergesabeld - begreep ik dat Peters' curieuze tweeledige bespreking geen incident kon zijn en heb ik vijf jaargangen van Six Books en Nieuwsbrief opgevraagd bij het Produktiefonds.

Overigens bleek na publicatie van mijn artikel in Vrij Nederland dat er al éérder bij het Produktiefonds is geprotesteerd tegen Peters' werkwijze. Zo lichtte Cees Nooteboom mij in dat hij al in 1993 zijn beklag deed bij het fonds toen hij ontdekte dat Peters in Six Books diens boek 'De omweg' naar Santiago had aanbevolen en enige tijd later in een terzijde in een artikel in de Volkskrant fel en uiterst neerbuigend uithaalde naar dezelfde schrijver op grond van diezelfde reisverhalen. Nooteboom liet de toenmalige directeur van het Produktiefonds weten dat - en ik citeer met instemming van de schrijver - “iemand die om acht uur prijst wat hij om tien uur laakt geen achtenswaardig man is”. Nooteboom verklaarde dat hij dit incident nooit eerder ter sprake heeft gebracht omdat hij tot vóór de publicatie van mijn artikel in Vrij Nederland eveneens in de veronderstelling leefde dat hij als enige was geconfronteerd met Peters' gelegenheidsoordelen.

Het tekent Ettys interpretatie van mijn artikel dat zij mij een 'zoete wraak' toedicht en in dit verband zelfs gewag maakt van een 'rotstreek'. Etty beseft kennelijk niet ten volle wat hier de wérkelijke 'rotstreek' is. Peters had en heeft als iedere recensent het volste recht - en, vanuit zijn oogpunt, ook de plicht - om zich zo negatief als hij maar wil uit te laten over welk boek dan ook. Daar kan geen misverstand over bestaan. Maar door op bestelling positieve stukken voor het Produktiefonds af te leveren, die vervolgens door het fonds werden voorgelegd aan de auteurs in kwestie, maakte Arjan Peters die auteurs als het ware onvrijwillig medeplichtig aan zijn malafide werkwijze. Door in te stemmen met die tekst van Peters voor het Produktiefonds die hij elders flagrant had tegengesproken, gaf je in feite je fiat aan zijn dubbele agenda. Daar deed en doe ik niet aan mee. Het is ironisch en ook wel wat armoedig dat Etty deze weigering reduceert tot 'zoete wraak'.