Zambia ontkent indirecte steun aan oppositie Angola

LUSAKA, 7 MAART. Zambia heeft gisteren met klem ontkend dat het indirecte steun zou geven aan de voormalige Angolese rebellenbeweging UNITA. De regering in Lusaka zal een onderzoek instellen naar de jongste beschuldigingen uit buurland Angola dat er wapens en andere goederen naar door UNITA gecontroleerd gebied worden vervoerd over Zambiaans grondgebied.

De Angolese ambassadeur in Zambia, Augusto Emanuelle, waarschuwde donderdag dat zijn land militaire actie zal ondernemen indien Lusaka deze indirecte steun aan UNITA niet staakt.

De woordvoerder van de Zambiaanse president Frederick Chiluba zei dat het indruist tegen het beleid van zijn regering om de Angolese oppositie te helpen. Ambassadeur Emanuelle verweet Chiluba's regering dat ze niet voldoende onderneemt om steunoperaties voor UNITA te stoppen. “Zambiaans grondgebied wordt gebruikt om UNITA te bewapenen”, zei hij, “en daar zijn ook Zambiaanse burgers bij betrokken”. Volgens Emanuelle hebben UNITA-strijders vluchtelingenkampen in het noordwesten van Zambia geïnfiltreerd en gebruiken zij deze als uitvalsbases voor offensieven tegen het Angolese regeringsleger. Chiluba's woordvoerder, Richard Sakala, repliceerde dat indien er wapens over Zambiaans grondgebied naar UNITA-gebied in Angola gaan, zijn regering alles zal doen om dit te verhinderen.

Volgens diplomaten is de regering in Luanda tot het uiterste geprikkeld omdat UNITA zich niet houdt aan de vredesakkoorden die in 1994 werden gesloten in Lusaka en die een formeel einde maakten aan 20 jaar burgeroorlog in Angola. Op 28 februari is de termijn verstreken waarbinnen UNITA zijn legermacht had moeten demobiliseren en alle door haar gecontroleerde grondgebied had moeten overdragen aan de centrale regering. Die laatste en de Verenigde Naties beschuldigen UNITA van tijdrekken. Buitenlandse waarnemers houden het erop dat UNITA nog steeds zo'n 3.000 man onder de wapenen heeft. UNITA liet gisteren weten dat de demilitarisering voor 19 maart voltooid zal zijn.

Volgens de vredesakkoorden had UNITA-leider Jonas Savimbi intussen zijn hoofdkwartier in het oostelijke Bailundo moeten ontruimen en had hij naar Luanda moeten komen om de leiding op zich te nemen van een tot legale politieke partij getransformeerd UNITA. Zonder leger en zonder zijn radiostation, De Stem van de Zwarte Haan, dat nog steeds propaganda uitzendt tegen de regering.

Gisteren kwamen hoge functionarissen van de Verenigde Staten, Rusland en Portugal achter gesloten deuren bijeen om zich te beraden over de situatie in Angola. De drie landen houden toezicht op uitvoering van de Akkoorden van Lusaka. De plaatsvervangend VN-gezant voor Angola, Behrooz Sadry, zei dat de VN en de bemiddelaars van de drie landen beide partijen een nieuw tijdschema hadden voorgesteld. Dat behelst dat de UNITA-leiding voor 16 maart zijn verplichtingen moet nakomen en zich in Luanda moet installeren. Waarnemers vrezen voor hervatting van de burgeroorlog in het olie- en diamantrijke Angola. (AP, Reuters)