Wulpse dans van stekelbaars; Studie van het gedrag van televisie kijkende dieren

Is het mogelijk met behulp van animatie bij een vrouwtjesvis seksuele opwinding op te wekken? Jazeker, maar dan moet wel aandacht worden besteed aan de hoek waaronder een prikkel wordt waargenomen.

HET AFGELOPEN jaar raakte ik betrokken bij het maken van een film. Het was een televisiefilm voor wetenschappelijke doeleinden, gespeeld door en bestemd voor de driedoornige stekelbaars. Stekelbaarzen kunnen betekenis ontdekken in elektronen die op de binnenkant van een beeldbuis worden geschoten. Ze reageren op gefilmde soortgenoten alsof ze een echte vis tegenover zich hebben. Dat geeft allerlei mogelijkheden om te onderzoeken in hoeverre de versierselen aan het lichaam van het mannetje zijn geëvolueerd als gevolg van selectie door kieskeurige vrouwtjes.

Nog maar twintig jaar geleden werd er nauwelijks gekeken naar het gedrag van vrouwelijke stekelbaarsjes, omdat er weinig aan te zien zou zijn. Sinds die tijd is dat volledig veranderd doordat er oog is gekomen voor de actieve rol van vrouwelijke dieren bij partnerkeuze. Was er een feministische golf nodig om de aandacht van biologen, ook van de vrouwelijke, honderdtachtig graden te draaien? Aan de kieskeurigheid van vrouwtjes danken mannelijke dieren vaak hun opvallende kleuren, ogen op stelen, lange sleepstaarten en acrobatische baltsbewegingen. Vaak spelen vrouwelijke dieren ook een sleutelrol bij het ontstaan van soorten. Niet dat ze er bewust op uit zouden zijn nieuwe soorten te vormen, maar die kunnen wel razendsnel ontstaan als gevolg van een sterke voorkeur van vrouwtjes voor mannetjes met een bepaald uiterlijk.

Slimme dieren zoals een dolfijn of bonobo, dieren met zelfbewustzijn of iets wat daarop verdacht veel lijkt, kunnen mogelijk echt televisie kijken. Ze wekken de indruk te begrijpen dat wat ze zien op het scherm zich ergens anders afspeelt dan in de ruimte waar de televisie staat. Wanneer een kat, vlak nadat er een vogel rechtsboven van het scherm is gevlogen, langs de rechterkant van het televisietoestel rent, zoekend om zich heen kijkt en een wilde sprong in de lucht maakt, dan heeft hij vermoedelijk gedacht dat er een echte vogel in het kastje zat. Is dat nog televisie kijken, bekende werkelijkheid zien en daarop reageren alsof het echt is? Het is de vraag of de poes de vogel had herkend aan zijn bewegingen, vorm of misschien kleur?

Kippen hebben moeite met televisie kijken. Ze zijn in staat de frequentie van wisselstroom visueel bij te houden, ze zien een eind in het ultraviolet en missen gevoeligheid voor sommige langere golflengten die wij weer wel kunnen zien. Wat zo'n tv-kijkende kip precies ziet, is moeilijk te zeggen. Knipperkippen misschien, met happen eruit en vol gaten?

Er bestaat een tv-kijkende spin. Clark en Uetz, de eersten die video en animatie gebruikten voor experimenten over seksuele selectie, maakten er gebruik van dat deze spin dat kan. Een vrouwtje kreeg, vanachter een glazen wand, uitzicht op twee mini-schermen. Op het ene schermpje werden beelden getoond van een mannetje met een zwart lichaam, witte poten en een behaarde kop, op het andere beelden van een mannetje zonder kopbeharing en met een zwart-wit gestreept lichaam. Dit zijn de twee verschijningsvormen waarin mannetjes van deze spin voorkomen.

Nadat het vrouwtje enkele minuten had kunnen kijken naar beide schermpjes, ging de glazen wand omhoog en rende ze af op het mannetje dat ze wilde. Merkwaardig genoeg gaven de vrouwtjes niet veel om het uiterlijk van de mannetjes. Wat telde was wie van de twee als eerste bewoog. Een vrouwtjesspin van deze soort heeft een uitgesproken voorkeur voor het mannetje dat het eerst beweegt. En heeft ze eenmaal gekozen, dan is er niets meer aan te doen. Nog zelden zag men een spin van een beslissing terugkomen. Voor iemand die last heeft van esprit de l'escalier zijn de artikelen van Clark en Uetz niet om door te komen. Je kunt jezelf natuurlijk voorhouden dat wat voor spinnen geldt niet voor mensen hoeft op te gaan, het helpt alleen niet.

Soortgelijke experimenten als met de spin zouden ook met stekelbaarzen kunnen worden gedaan. De kleurgevoeligheid van het netvlies van deze visjes, lijkt sterk op de onze. Ze reageren op televisiebeelden van soortgenoten alsof ze oog in oog staan met een echte stekelbaars en dat maakt het mogelijk erachter te komen welke prikkels bepalend zijn voor partnerkeuze. Aan een reeks proefvisjes kunnen dezelfde beelden getoond worden. Bovendien kunnen, met animatietechnieken, alle uiterlijke kenmerken van een dier op het scherm constant gehouden worden, terwijl er eentje wordt gevarieerd. Ideale voorwaarden voor een experiment en een grote vooruitgang ten opzichte van de begintijd van de ethologie.

In De wereld van instinct, de ontstaansgeschiedenis van de ethologie in Nederland, beschrijft Röell hoe Niko Tinbergen al in de jaren dertig met eenvoudige middelen experimenten deed, waarbij er steeds naar werd gestreefd niet meer dan één kenmerk tegelijkertijd te veranderen. Zo kon de rol van dat kenmerk voor de communicatie tussen soortgenoten worden achterhaald. Aan welke uiterlijke kenmerken of gedragingen herkent een dier zijn partner? Welke prikkels lokken agressief gedrag uit en welke zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van seksuele opwinding? Het is de vraag of Tinbergen heeft overwogen animatiefilm te gebruiken voor zijn experimenten. De praktische problemen waren onoverkomelijk. Televisietoestellen waren er nog nauwelijks en film was zwart-wit. Wel bestonden er al animatiefilms.

DUMMY'S

Tinbergen werkte met dummy's, niet met animaties. Hij had opgemerkt dat een broedende zilvermeeuw, als regel, een uit het nest gerold ei weer binnenhaalt en vroeg zich af waaraan de meeuw een ei als het zijne herkent. Om daarachter te komen werden houten namaakeieren met verschillende vormen en beschildering gebruikt. Ook voor het onderzoek aan stekelbaarsjes, dat door Ter Pelkwijk en Tinbergen werd opgezet en dat sindsdien is voortgezet door honderden biologen in Europa, Amerika en Japan, werden oorspronkelijk dummy's gebruikt. Bij de laatste renovatie van de, inmiddels definitief onttakelde, aquariumzaal van de Leidse ethologen kwam een van deze vooroorlogse dummy's te voorschijn, een bijna versteend en ontkleurd wasmodelletje van een stekelbaars. Het moet een van de oudste ethologische fossielen zijn. Zo'n wasklompje dat globaal in de vorm van een stekelbaars was gekneed, werd op een stokje geprikt en onder water gehouden voor een echte stekelbaars om te zien hoe die zou reageren op dummy's van uiteenlopende vorm en kleur. Kwam er geen reactie van de vis, dan was de experimentator net als een poppenkastspeler geneigd het wasklompje extra enthousiast op en neer, of heen en weer te bewegen. Het einde van een 'zuiver' experiment.

Het afgelopen voorjaar vingen de Bernse biologen Künzler en Bakker een driedoornige stekelbaars in de rivier de Aare. Pijnlijk, want het ging om een vitaal mannetje dat net goed op dreef was. Het verdedigde met succes een territorium tegen indringers en verschillende vrouwtjes hadden al eieren in zijn nest achtergelaten. De laatste weken waren zijn keel en buik roder geworden en zijn irissen intenser lichtblauw. Dit mannetje werd uit zijn wereld gelicht en geofferd. Naar zijn evenbeeld zou het enige personage in de animatiefilm worden geconstrueerd. Er zou weinig meer te zien zijn dan zijn dans op een donkergrijs scherm. Het personage zou energieke zigzagsprongen in de richting van de kijkster maken, zich omdraaien en in rechte lijn terugzwemmen naar het punt waar hij vandaan was gekomen. Bij elke sprong in haar richting zou hij groter worden, alsof hij echt dichterbij kwam, terwijl hij kleiner werd wanneer hij zich weer van haar verwijderde, op weg naar zijn denkbeeldig nest. Meer verhaal zou er in de film niet te vinden zijn.

Is er een pornografischer lot denkbaar? Weten dat de animatie van jouw lichaam oorzaak zal zijn van opwinding tot ver over de grenzen en tegelijkertijd beseffen dat die golf van opwinding pas zal ontstaan zodra je er niet meer bent. Mij zou het, geloof ik, met de dood verzoenen, wanneer me een dergelijk perspectief werd voorgehouden, maar ik vrees dat het pornografisch vermogen van het visje in dit opzicht te kort schoot. Het stierf een zachte dood, maar zonder fantasieën en opwinding over zijn posthume glansrol. Het werd in gestrekte toestand in kunsthars gevat en enkele dagen later in plakjes gesneden. De dwarse coupes door zijn lichaam werden gebruikt om een ruimtelijke reconstructie te maken van kop, romp en staart. Aan deze animatie in wording werden stekels en vinnen geplakt, zodat het geofferde mannetje, als een Lazarus, hard op weg was weer overeind te krabbelen. In zijn namaakkop werden twee prachtige oogbollen geplant, opgebouwd uit een lens en een iris, waarvan de blauwe kleur instelbaar was. Ook de kleur van het lichaam kon worden gevarieerd van vlammend rood tot donkergrijs.

Nu werd het tijd het mannetje leven in te blazen. Het gereconstrueerde lichaam moest gaan bewegen langs het nagetekend traject van baltssprongen die het mannetje, voor zijn verscheiden, had gemaakt en die op video waren vastgelegd. Maar wat ging dat moeizaam en stuntelig. Wat maakte het een mechanische indruk. Als een houten klaas schoof het mannetje over het zigzagspoor van zijn eigen sprongen van weleer. Om mannetjes op te winden zou een belabberde animatie als deze hebben volstaan. Ze baltsen, als ze maar in de stemming zijn, zelfs tegen takjes en luchtbellen. Elke prikkel die op de aanwezigheid van een vrouwtje zou kunnen wijzen, is aanleiding om een dans op te voeren. Daarentegen zijn vrouwelijke stekelbaarzen, zoals alle vrouwelijke dieren die zuinig moeten zijn op kostbare eieren, veel terughoudender en dat bleek ook snel. Het eerste vrouwtje dat deze animatie te zien kreeg was nauwelijks geïnteresseerd. Ze had wel even aandacht voor het scherm, maar ging al snel iets anders doen: biologen kijken, gapen, op en neer fladderen tegen de wand van de glazen klok. Ze verloor al na enkele minuten haar belangstelling, terwijl voor keuzeproeven vrouwtjes nodig zijn met hevige belangstelling voor de getoonde beelden, liefst bereid om zich uren achter elkaar te laten opwinden.

BORSTVIN WAPPEREN

Wat moest er nu gebeuren? De animatie moest levensechter worden. Het mannetje zou met zijn borstvinnen moeten wapperen en zijn staart expressiever moeten gebruiken. Hij zou zijn stekels af en toe eens op kunnen zetten. Bovendien vroeg de onderkant van zijn lichaam om schaduw die met de bewegingen van het mannetje mee zou moeten veranderen. Had het zin om een raadsel in de man te programmeren, hij was zo voorspelbaar? Vooral ook omdat de kijkster het mannetje in duplo te zien kreeg. De twee versies bewogen spiegelbeeldig en synchroon op de linker- en de rechterhelft van het scherm. Deze dansende tweelingen verschilden maar in een enkel kenmerk van elkaar. Wel of geen blauwe iris en een volgende keer wel of geen rode buik, en tegen een van die twee versies kon ze dan baltsen. Maandenlang werd eraan gewerkt om het uiterlijk en de bewegingen van het mannetje realistischer na te bootsen en op een dag in het najaar werd ik gebeld: “Ze doet het.” De Bernse biologen waren erin geslaagd om met behulp van de animatie seksuele opwinding van een vrouwtjesvis op te wekken en te sturen.

Er ontstond een associatie met pornografie, waarschijnlijk doordat ik kort daarvoor Denken is een lust van Willem Jan Otten had gelezen. Alleen al het paarsysteem van de visjes zet een pornografisch brein direct op dit spoor: er is geen band tussen het mannetje en het vrouwtje. Vrouwtjes gaan de territoria van mannetjes langs alsof ze aan het winkelen zijn. Ze kiezen op grond van uiterlijke kenmerken, soms pas na dagen, en niet voordat tientallen mannetjes zich voor hen hebben uitgesloofd. Wanneer ik dit in de natuur zag, gonsde het door mijn hoofd: voor jou tien anderen. De voortdurende angst van niet weinig mannen van onze species om gezapt te worden. En dan die nadruk op uiterlijk.

In de film is het mannetje zelfs tot uiterlijk teruggebracht. Het heeft geen hart, lever, of maag, maar het ziet eruit alsof die organen voortreffelijk functioneren. Ook een pornografische geest projecteert zijn fantasieën in een buitenkant. Van het innerlijk van de poserenden wil hij vooral niets weten. Over de levensgeschiedenis van het mannetje, over zijn verwanten en rivalen, over de libellelarven en slakken die regelmatig zijn gebied doorkruisen, over de ijsvogel die een voortdurende bedreiging vormt, vertelt de film niets. Uit de verschijningsvorm van het mannetje en uit zijn bewegingen zal het vrouwtje zijn verleden moeten reconstrueren. Is hij gezond, energiek en oppassend? Verder is er nauwelijks context, alweer zo'n eigenschap, lang geleden door Kousbroek gesignaleerd, die pornofilms zo vreemd maakt. En dan ten slotte die situatie: meelwitte mannen in korte broeken die in een schemerig boothuis een vrouwtjesvis proberen op te winden door haar een film te laten zien. Een per beeld opgebouwde choreografie van een virtueel uiterlijk dat ze onweerstaanbaar moet gaan vinden.

Ik kan me iets opwindenders voorstellen dan academici die met een vis aan het knoeien zijn, en dan nog wel in Zwitserland, maar het is een begin. Nog een paar jaar en het vrouwtje sleutelt aan haar eigen opwinding. Zwemt ze rechtsom door een ringetje dat in de glazen klok voor de televisie hangt, dan wordt het geanimeerde mannetje roder, zwemt ze linksom dan wordt het fletser van kleur. Die proefopstelling moet te maken zijn. Zo zou een vrouwtje zwemmend het uiterlijk van een mannetje interactief opwindender kunnen maken. Ze zou ook kunnen leren zijn danstempo af te dwingen. Linksom door de ring zwemmen vertraagt zijn bewegingen, rechtsom zwemmen versnelt ze juist. Dàt stekelbaarzen kunnen worden gedresseerd om door een ring te zwemmen werd lang geleden aangetoond. Wat is het verschil tussen een stekelbaarsvrouwtje en een vrouw, die opgewonden raakt van een pornofilm? Dat de vis op haar sterfbed nog altijd niet weet dat ze opgewonden werd van een gefilmd mannetje, terwijl de vrouw beseft dat het niet echt is geweest. Sterker, de vis zal lang voordat ze sterft vergeten zijn dat ze opgewonden raakte, terwijl de vrouw het zich mogelijk nog herinnert.

Dat een stekelbaarsvrouwtje niet doorkrijgt dat er iets mis is met een gefilmd mannetje, betwijfel ik sinds ik voor de tweede maal naar Bern afreisde en de verbeterde animatie terugzag. De nepman zag er net echt uit. Hij bewoog zich natuurlijk en was, voor het menselijk oog, nauwelijks meer van een gefilmde stekelbaars te onderscheiden. Vrouwtjes werden zichtbaar opgewonden, keken minuten lang aandachtig naar het scherm, maar dan verflauwde hun belangstelling toch. Misten ze fysiek contact? Het aanstoten, het prikken van zijn rugstekels? De machinale man reageerde niet op hun gedrag.

Argeloos stelde ik een vraag aan een van de Bernse biologen: “Is er een inventaris van zichtlijnen?” en terwijl ik uitlegde wat ik daarmee bedoelde, besefte ik vrijwel tegelijkertijd twee dingen. Allereerst waardoor het vrouwtje niet langer opgewonden bleef, maar bovendien dat de oplossing van het probleem in De Letterpiloot van Otten te vinden was. In 'Catalogus van zichtlijnen', een hoofdstuk uit dit boek, analyseert Otten het effect van de hoek waaronder een naakt wordt gefotografeerd op zijn eigen lustgevoelens. Een naakt van opzij afbeelden (Nude in front of a mantel), een naakt schuin van boven afbeelden (The bath), een naakt afbeelden op gelijke hoogte, dat wil zeggen met haar geslacht op onze ooghoogte, alsof we voor haar bed geknield staan, of een staand naakt van boven afbeelden (Without title), dit zijn enkele van de zichtlijnen die Otten benoemde en van commentaar voorzag. Dat Otten, met zijn belangstelling voor het gebruik van standpunten en bewegingen van de camera in speelfilms, ten slotte uitkomt bij zijn eigen zichtlijnen, verbaast me niet. Elke cameraman, landschapsschilder - bestaan ze nog? - en verstehend pornograaf zal zich bezinnen op het effect van zijn of haar standpunt. Ook leert elke biologiestudent dat het belang van de hoek waaronder een prikkel wordt waargenomen, bepalend is voor het effect ervan.

Toch was er op dat punt iets misgegaan. De biologen hadden het vrouwtje, alsof dat vanzelf sprak, voor de beeldbuis gezet, zoals ze zelf dagelijks plaatsnemen voor de nieuwslezer. Maar dat is niet de zichtlijn waarlangs een vrouwtjesvis in de natuur de dansvoorstelling te zien krijgt. Meestal komt het mannetje schuin van onderen op het vrouwtje, dat aan het wateroppervlak dobbert, afgeschoten. De hele choreografie moest worden herzien. Toch was er al aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van het 'jutteren', zoals de Leidse ethologen dat noemen, met een wasmodelletje van Tinbergen. Want de weinig opwindende zichtlijn waaronder het vrouwtje de dansvoorstelling te zien kreeg, was in de animatiefilm ten minste steeds dezelfde, terwijl de live vertoning met het wasmodelletje elke keer iets verschillend kan zijn geweest.

De Bernse biologen waren er zonder Ottens inventaris zeker ook uitgekomen, door buiten naar de natuurlijke zichtlijn te kijken en die na te bootsen, maar zo is het dit keer niet gegaan. De Letterpiloot is inmiddels in Bern aangekomen en ligt in het boothuis naast de aquaria met vrouwelijke stekelbaarzen aan wier lustgevoelens de komende jaren zal worden gesleuteld. Aan een 'catalogus van zichtlijnen' van de stekelbaars wordt gewerkt.