'Rebellenleider gedood'; Gevechten in Kosovo houden aan

BELGRADO, 7 MAART. De zware gevechten in Kosovo houden aan. De Servische politie beweerde gisteren de 'harde kern' van het Kosovar Bevrijdingsleger, de Albanese guerrillagroepering die in het gebied actief is, te hebben vernietigd.

Onder de doden zou zich Adem Jasari, de leider van het Bevrijdingsleger bevinden. De Servische televisie liet gisteren beelden zien van het totaal verwoeste huis van Jasari. Volgens de Servische politie werd Jasari gedood bij een actie in de bergen ten westen van Pristina, de hoofdstad van de provincie.

Het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken liet gisteren in een communiqué weten dat sinds donderdag “ten minste twintig Albanese terroristen” zijn gedood. Volgens Albanese bronnen in het gebied zijn alleen donderdag al bij Prekaz vijftig mensen vermoord.

Vluchtelingen uit het gebied maken melding van hevige gevechten. “Er waren heel veel explosies. De grond schudde zo hevig dat het wel een aardbeving leek”, aldus een van hen. Volgens de vluchtelingen zijn veel mannen achtergebleven “om de dorpen te verdedigen”. Servische bronnen onderstrepen dat de politie bewust een corridor heeft opengelaten zodat iedereen die wil vluchten, dat ook kan. Wie achterblijft, wordt als 'terrorist' beschouwd, aldus de bronnen.

Maandag buigt de zogeheten Contactgroep, die het vredesproces in ex-Joegoslavië coördineert, zich in Londen over de situatie in Kosovo. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken liet gisteren weten 'ingrijpen van buitenaf' in de provincie onacceptabel te vinden. Ook sancties tegen Joegoslavië zijn onaanvaardbaar, aldus Moskou. Niet de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Primakov, gaat maandag naar Londen, maar diens plaatsvervanger, Nikolaj Afanasjenko.

De Russische verklaring bemoeilijkt overeenstemming binnen de Contactgroep. De Verenigde Staten hebben inmiddels al lichte sancties tegen Joegoslavië ingesteld wegens het harde optreden van de Servische politie in Kosovo.

In de Albanese hoofdstad Tirana hebben gisteren ongeveer twintigduizend mensen hun steun betuigd aan de Albanese bevolking in Kosovo. De demonstratie was eendrachtig georganiseerd door alle politieke partijen in Albanië, zowel die van de regering als van de oppositie. De Albanese president, Rexhep Meidani, veroordeelde in felle bewoordingen “het brute geweld” van Servië tegen de Albanezen in Kosovo. De Albanese troepen aan de grens met Kosovo zijn inmiddels in verhoogde staat van paraatheid gebracht. “Ons leger is klaar en zal zijn taak vervullen om correct de nationale belangen te verdedigen”, aldus een verklaring van het ministerie van Defensie.

Ook in Macedonië trokken Albanezen de straat op. In Skopje namen gisteren meer dan 20.000 mensen deel aan een betoging. De twee Albanese partijen in Macedonië die de demonstratie hadden georganiseerd, stuurden een memorandum aan alle ambassades in Skopje. Daarin vroegen zij “onmiddellijke interventie” door de internationale gemeenschap. (Reuters, AFP)