Proxima centauri lijkt bruine dwerg als begeleider te hebben

Zelfs sterren die dicht bij de zon staan, dus in principe het gemakkelijkst moeten kunnen worden waargenomen, blijken nog verrassingen op te leveren. Zo lijken waarnemingen met de Hubble Space Telescope er nu op te wijzen dat Proxima Centauri, de meest nabije ster, geen alleenstaande ster is maar wordt vergezeld door een object dat fysisch gezien tussen het stadium van planeet en ster in staat.

Deze begeleider vertoont zich als een zwak lichtpuntje vlak naast Proxima Centauri, die op een afstand van 4,2 lichtjaar van de zon staat. Het vreemde is echter dat andere waarnemingen aan deze ster (nog) niet op de aanwezigheid van zo'n begeleider wijzen.

Het object werd ontdekt in het kader van een speurtocht naar begeleiders bij enkele nabije, alleenstaande rode dwergen: zeer koele en lichtzwakke sterren die nog net voldoende massa hebben om in hun centrum kernfusie te laten plaatsvinden. De speurtocht werd verricht met de Faint Object Spectrograph (FOS), die zich tot februari vorig jaar aan boord van de Hubble-ruimtetelescoop bevond (en toen werd vervangen door een andere instrument). De spectrograaf, die ook kon worden gebruikt als camera, had in het brandpunt een constructie waarmee het beeldje van een ster kon worden afgedekt, zodat een mogelijk zwakker object er vlak naast niet zou worden overstraald.

Bij één van de rode dwergen, Proxima Centauri, is nu een lichtpunt gevonden. Volgens de astronomen kan het niet om een instrumenteel effect gaan, want dat had men dan ook moeten zien bij de andere sterren. Ook een ster op de achtergrond kan gevoeglijk worden uitgesloten. In hun artikel in de Astronomical Journal 115 melden de betrokken astronomen dat de helderheid van het object goed overeenkomt met die van een bruine dwerg: een gasbol die tijdens zijn ontstaan niet voldoende massa meekreeg om in zijn centrum kernfusie mogelijk te maken. Voor een planeet als Jupiter is het object te helder.

Merkwaardig is echter dat deze begeleider niet eerder is ontdekt. Omdat Proxima Centauri de ster is die het dichtst bij de zon staat, zijn astronomen al vele jaren geleden naar tekenen van een eventuele begeleider gaan zoeken. Zo'n begeleider zou een minieme variatie kunnen veroorzaken in de rechtlijnige beweging van de ster of in zijn (spectroscopisch gemeten) snelheid, maar tot nu toe is nog niets van dien aard gevonden. De astronomen suggereren dat de begeleider - nu de meest nabije bruine dwerg die we kennen - misschien in een zeer langgerekte baan om de ster draait en zich nu relatief langzaam beweegt, waardoor ook zijn invloed op Proxima Centauri gering is.