Palestijnen komen plezier maken in Ramallah

In alle Palestijnse steden zijn de zeden losser geworden sinds Yasser Arafat en zijn medewerkers er de macht van Israel hebben overgenomen. Maar er is geen stad waar mensen zo openlijk van het leven genieten als Ramallah.

RAMALLAH, 7 MAART. De sandwiches in cafe Upside Down zijn matig. Maar wegens het interieur willen jonge Palestijnen er graag gezien worden. Aan het plafond hangen tafels en stoeltjes op de kop - met volle asbakken en etensresten op de borden, in plastic gegoten. Eronder, aan echte tafels, houden jonge vrouwen met strakke broeken en mobiele telefoons lunchpauze.

Hoewel de zeden in alle Palestijnse steden losser zijn geworden sinds Yasser Arafat en zijn wereldse medewerkers uit de diaspora de macht van Israel hebben overgenomen, is er geen stad waar mensen zo openlijk van het leven genieten als Ramallah. Hier, 25 kilometer ten noorden van Jeruzalem, begon de sociale boom al voor het Israelische leger zich drie jaar geleden terugtrok. Bijna wekelijks wordt er wel iets geopend. De laatste aanwinsten zijn een gemengde fitnessclub, een vijf-sterrenhotel met bar en zwembad, en twee kunstgaleries waar je calorie-arme salades kunt eten. En de enige Palestijnse disco van de Westelijke Jordaanoever en Gaza, RR Cheers, werkt op zaterdagavond met wachtlijsten. De deejay, een yup met paardenstaart uit een rijke Armeens-christelijke familie hier, mixt wereldhits als Macarena met heavy metal en Palestijnse schlagers.

De heuvels rond Ramallah zijn een grote bouwput. In het centrum raken de oude natuurstenen huizen ingeklemd tussen hoogbouw, waarin winkelcentra worden gevestigd met een restaurant op het dak. Van heinde en verre komen Palestijnen naar deze centra, die een assortiment hebben waarvan de kwaliteit dat van West-Jeruzalem begint te overstijgen.

Ramallah is een christelijke stad. Omdat het centraal ligt en mensen uit omliggende (islamitische) dorpen en steden aantrekt, heeft het een minder exclusief karakter dan de enige andere christelijke stad, Bethlehem. Ramallah is niet 'heilig', zoals Bethlehem. Moslims voelen zich hier op hun gemak. Ramallah was altijd al de plek waar Palestijnen heen gingen op huwelijksreis, voor een borrel of een bezoek aan boekhandels en goede restaurants.

Arabische christenen hebben diepere banden met het Westen dan moslims. Ze studeerden er, werkten er en kwamen met allerlei snufjes en verlichte ideeën terug. Veel intellectuelen wonen in Ramallah. Zelfs tijdens de Intifadah kneep de fundamentalistische beweging Hamas, die de Palestijnen strenge gedragscodes oplegde, hier een oogje dicht. Het publieke leven lag, net als elders, nagenoeg stil. Maar op sommige plekken in Ramallah werd rustig sterke drank verkocht. “Ramallah heeft iets ongenaakbaars”, zegt Anton, eigenaar van een kledingzaak. Hij was zo slim om vorige zomer felgekleurde T-shirts in te kopen tot boven de navel, en broeken met lage taille. In die outfit dansen meisjes in RR Cheers tot twee uur 's ochtends, desnoods verstrengeld met de bekendste nicht van de Westelijke Jordaanoever - een geblondeerde man in witte kleren, die kapper is in Jeruzalem. Niemand zou vermoeden dat sommige meisjes nog steeds, volgens traditie, door hun ouders worden uitgehuwelijkt. Ook de christenen.

Toen Arafat zich in 1994 in Gaza vestigde, werd Ramallah zijn inofficiële hoofdstad op de Westelijke Jordaanoever. Ministeries in Gaza hebben hier dependances, het parlement komt hier bijeen. Medewerkers van Arafat in het conservatieve Gaza vechten wie er mee mag, als hij naar Ramallah gaat. De bewoners hier beginnen zich te ergeren aan Arafats politie, die in korenblauwe jeeps door de stad raast en 's nachts auto's aanhoudt. Maar voor Arafats adjuncten is Ramallah Walhalla. Zij zetten de bloemetjes buiten. Met een lang gezicht en een kater reizen ze de volgende dag terug naar Gaza.

Israels afsluiting van de Westelijke Jordaanoever heeft Ramallah nog levendiger gemaakt. Vroeger gingen veel mensen uit Ramallah in Jeruzalem winkelen of stappen. Nu mogen de meesten Jeruzalem niet meer in. Op weg naar Jeruzalem zijn twee controleposten. Israelische soldaten sturen iedereen terug die geen geldig pasje heeft. De Palestijnen in Jeruzalem, die wel vrij kunnen reizen, komen nu naar Ramallah om plezier te maken. In Oost-Jeruzalem is 's avonds niets te doen. Restaurants sluiten om negen uur, feesten worden nauwelijks meer gehouden. De stad is leeggebloed voor Ramallah.

Voordat mensen kebab of mezze gaan eten bij Bardoni's, in de feeërieke tuin onder de druivenstruiken, drinken ze wat in Ken Bata Zamen. Dat betekent 'Hier zat vroeger Bata'. De eigenaar begreep dat hij geld kon verdienen als hij zijn stoffige schoenwinkel zou ombouwen tot postmodern bruin café. Er hangen schilderijen, en niet van het gepolitiseerde soort vol prikkeldraad en bloed dat je elders aantreft. Mensen lezen hier in hun eentje een boek. De tosti's met rocquefort worden door een vrouw op tafel gezet. Ze draagt blokhakken en een Calvin Klein-shirtje. Vrouwen bedienen zelden in een Palestijnse uitspanning. Hun vaders of echtgenoten willen dat er te veel mannenogen op ze gericht zijn. Dat is slecht voor de reputatie van de familie.

Toch is de voorspoed in Ramallah deels schijn. Ten eerste beperkt de nieuwe bedrijvigheid zich tot de dienstensector. Behalve in cafés, huizen en de import van luxegoederen wordt er nauwelijks geïnvesteerd. Palestijnen steken hier weinig geld in fabrieken of andere projecten die duurzaam werkgelegenheid bieden. Er is een bierfabriek gekomen, Taibeh, waarvan de bruine flesjes tegenwoordig zelfs in Tel Aviv en Duitsland te krijgen zijn. Maar andere grote investeerders wachten af tot het vredesproces met Israel uit de impasse is, en afsluiting en de strenge Israelische handelsrestricties verlicht worden.

Verder gaat het niet zozeer de bevolking van Ramallah voor de wind, maar meer hun verwanten in de Golf en Amerika. Die sturen geld naar de familie in Ramallah, die het ter plekke uitgeeft. Dat zijn meest moslims. En het is een klein groepje christenen dat daarvan profiteert. Deze religieuze scheiding van 'taken', die de verhouding tussen christenen en moslims steeds moeilijker maakt, heeft te maken met de historie van de stad.

Ramallah werd zo'n 500 jaar geleden gesticht door een christen uit wat nu Jordanië is. Deze Rashed Hadadin kreeg een dochter. Zijn vriend, een moslim, kreeg tegelijkertijd een zoon. De moslim zei: “Jouw dochter trouwt later met mijn zoon.” Vijftien jaar later wilde hij de deal verzilveren. De christen moest er niet aan denken - een moslim-schoonzoon is veel christenen in het Midden-Oosten een gruwel - en vluchtte westwaarts. Hij streek neer op een heuvel vol olijfbomen, bouwde een huis en noemde de plek Ram-Allah, wat zowel 'veld van God' als 'wil van God' betekent. Zijn vijf zoons stichtten vijf clans, die tot op heden vrijwel alle grond in de stad bezitten. De moslims, die pas later naar Ramallah kwamen, bezitten vrijwel geen grond. Christenen verkopen niet gauw grond aan moslims.

In de gemeenteraad zijn de vijf clans gelijkelijk vertegenwoordigd. “Mijn clan”, vertelt een dertiger, “telt 7.000 man. Er wonen er maar 400 in Ramallah. De rest is geëmigreerd.” Veertigduizend christenen uit Ramallah wonen in Amerika. Ze hebben hun eigen telefoonboek en jaarlijkse conventie. Omdat allen aan elkaar gerelateerd zijn, staan ze in het Guinness Book of Records onder 'Grootste Familie'. In Ramallah zelf wonen hooguit nog 4.000 christenen. De andere 30.000 inwoners zijn moslims. Wie de vluchtelingenkampen rondom Ramallah meetelt, kan daar nog vele tienduizenden moslims aan toevoegen.

Christenen emigreren nog steeds, vooral wegens het gebrek aan economisch en educatief perspectief. Veel moslims keren juist terug nu Ramallah autonomie heeft. Moslimfamilies in het Westen zien hun dochters liever in een islamitisch land opgroeien. Palestijnen in de Golf (meest moslims) keren terug omdat ze hier tenminste niet neerbuigend worden behandeld. Zij zijn het vooral die hier grote huizen laten bouwen. Veel mannen blijven zelf in het buitenland: in Ramallah is weinig werk, in Arafats ministeries verdienen ze maar een paar honderd dollar.

Christenen zijn de eigenaars van het land waar moslims huizen op bouwen of huren. Zij exploiteren de winkelcentra, cafés en de tweede disco die binnenkort geopend wordt. Toch maken zij zich zorgen over de verschuivende demografische balans. Ze praten steeds vaker over “die moslims”. In TT Cheers dansen sommigen plotseling met een groot kruis aan een ketting om hun nek. Een kerk in Ramallah verhuurt nu flats aan jonge stellen voor 70 dollar per maand (eentiende van de normale huur in het centrum), in een poging ze hier te houden.

Toch trekken steeds meer christenen weg. Veel beters dan huizen bouwen op de grond van hun vaders en met dezelfde mensen dezelfde kroegentocht afleggen, weten de meeste jonge, goed-opgeleide christenen niet te doen. “De eerste keer dat je een bikini draagt in Palestina krijg je een kick”, zegt Odile, een juriste van 25. “Maar na een week of wat denk je al: er mag wel weer wat nieuws gebeuren. Het is een leeg, benauwd leven. Eigenlijk willen we allemaal weg.”