Ouders weten soms geen raad met huilende baby

Babybladen verhalen van lachende baby's en stralende ouders. Maar soms is een baby een lijdensweg.

SOESTERBERG, 7 MAART. Jeffrey, bijna een jaar oud, heeft volgens zijn moeder de eerste drie maanden van zijn leven onafgebroken gehuild. In een licht lokaaltje van medisch kleuterdagverblijf Bethanië slaat hij een grote pop op haar kale hoofd. Florian ligt zoet te slapen bij zijn moeder op schoot. Hij had krijsbuien die erger werden als zijn ouders hem troostten.

Zème loopt rond met een 'Hey I'm a girl-speen' in haar mond. Ze werd geboren met een gat in haar middenrif en kon pas na zes weken en een operatie naar huis. Lilly van elf maanden is net van de slaappillen af. Ze zit geen moment stil.

Zes moeders, vijf baby's en twee hulpverleners zitten om de tafel. Een half jaar geleden ging in Soesterberg een 'baby-oudergroep' van start, een initiatief van het dagverblijf Bethanië, de jeugdafdeling van een psychiatrische instelling en het Riagg. “We kregen de kinderen steeds jonger binnen”, zegt orthopedagoge Loeke van der Sandt van psychiatrische inrichting Zon en Schild. “En we hoorden steeds: 'Het was altijd al een huilbaby', of: 'Toen hij baby was zat ik al steeds met mijn handen in het haar'. Toen zijn we gaan denken dat het goed zou zijn als ouders al eerder hulp hadden gekregen.”

De baby-oudergroep voor nul- tot anderhalfjarigen biedt ouders vier maanden thuisbegeleiding en groepsgesprekken, samen met hun kind.

Coördinator Karin van Elst lanceert een discussievraag: “Had u meteen een band met uw baby of kostte dat tijd?” Een gevoelig punt, zo blijkt. “De eerste weken was ze niet eens wakker”, zegt Nenne, de moeder van Zème. “Lig je daar met zo'n dood kind. Ze at niet, ze kreeg alles via slangetjes. Ik kon helemaal niets voor haar voelen.”

“Ik probeerde wel een band te krijgen, maar het lukte niet”, zegt Dyana, die haar zoon Robin op schoot de fles geeft. “Hij huilde de hele tijd. Hij wou me niet.”

Karin oppert dat het gedrag van een baby afwijzend kan lijken, maar het niet is. Sommige moeders hebben daar duidelijk moeite mee. “Je doet zo je best om je kind rustig te krijgen. Wat we allemaal niet gekocht en gedaan hebben. Als dat niet lukt voel je je machteloos”, zegt Ria, de moeder van Lilly.

Dyana knikt. “En dan is hij bij oma toevallig wel even rustig en dan denk je: Oma wel en ik niet.”

Jeffrey zit op het speelkleed en zet het op een schreeuwen. Pedagogisch medewerkster Paulien Wouters zwaait een olifant heen en weer voor zijn neus. Hij hapt in de slurf en schreeuwt verder. Jeffrey's onophoudelijke huilen bleek na onderzoek in het ziekenhuis te wijten aan hevige darmkrampen. “Hij trok plukken haar uit mijn hoofd van de pijn”, zegt Claudia. Toen hij terugkwam, bleef ze bang dat er wat met hem was. “Ik ging bij ieder kikje reageren. Ik kon zijn gehuil niet meer horen, maar ik hoorde het altijd, ook als hij stil was. Ging ik toch nog kijken om te checken.” Hier heeft ze geleerd dat ze haar eigen behoeften ook weleens voor kan laten gaan. Ria leerde met behulp van video-opnamen met Lilly te praten en haar aan te kijken. “Ik was eigenlijk altijd alleen maar bezig haar te sussen. Zij maakt nu ook meer contact met mij.”

Ook voor Nanette was de eerste tijd met haar kind zwaar. De geplande thuisbevalling werd een keizersnee, Florian krijste en krijste en wees de borstvoeding af. Na tweeëneenhalve maand ging Nanette naar de dokter. 'Ja mevrouw, alle baby's huilen', kreeg ze te horen. Er is geen overeenstemming over wanneer een baby een huilbaby is. Volgens een definitie moet het kind meer dan drie uur per dag zeer krachtig huilen, steeds ten minste een half uur achter elkaar, minimaal vier dagen per week gedurende ten minste twee weken. Een populairdere omschrijving is 'ten minste drie uur per dag, drie dagen per week, drie weken lang'. De hulpverleners van Bethanië gaan uit van een huilbaby als de ouders het huilen als een probleem ervaren. Florian werd uiteindelijk elf dagen ter observatie opgenomen in het ziekenhuis. Hij bleek overgevoelig voor prikkels. De kinderpsycholoog verwees haar naar de baby-oudergroep.

De behandeling daar is erop gericht de band tussen ouders en kind te versterken. Ook de vaders doen mee, zij het minder intensief. “Als je een ouder-kindband hebt met veel afwijzing, kan dat een slechte invloed hebben op hoe die kinderen later zelf met vriendjes en ouders omgaan”, zegt Van der Sandt. “Als ouders er pas na vier, vijf jaar achterkomen dat hun kind bijvoorbeeld contactproblemen heeft, heeft het al die tijd op zijn donder gekregen, omdat het niet wilde luisteren. En de ouders voelen zich schuldig en denken: Had ik het maar geweten.” Gedragsproblemen, leerproblemen, zelfs crimineel gedrag kunnen het gevolg zijn. “Ook het zelfbeeld van het kind kan worden aangetast”, zegt Renee Berendes, klinisch pedagoge bij het Riagg. “Als mama altijd boos is gaat het kind denken: ik ben een rotkind.”

Paulien Wouters denkt dat ook onzekerheid bij de ouders een rol speelt. Ze hebben hoge verwachtingen van de komst van een kind en willen het zo goed mogelijk doen.

Ontstaan er problemen, dan rekenen ze het zichzelf aan. “Valt de Ouders van Nu weer op de mat, staan daar weer allemaal stralende baby's in”, zegt Wouters. “Al mijn vriendinnen hebben gezonde kinderen”, zegt Nenne, die Zème in haar eentje opvoedt. “Ik kon met niemand over mijn problemen praten. Je zou een soort huis moeten hebben waar je met je kind gaat zitten om te leren wat normaal is. Dat is een enorm gat in de markt.”

Een probleembaby kan grote gevolgen hebben. Nenne werkte in de hulpverlening maar loopt sinds haar zwangerschap in de Ziektewet. Judith en haar man belandden zelfs beiden in de Ziektewet door de problemen met hun zoon. Ook Claudia, die in de thuiszorg werkt, zit thuis. Jeffrey was niet te handhaven in de crèche. “Hij eiste één leidster voor zich op.”

Ze is opgelucht dat ze bij de baby-oudergroep terecht kon. “Ik wou dat ik eerder had geweten dat het er was.”