Onderweg met Cor Stutterheim; 'Dit is geen statussymbool, dit is comfort'

Iedere week rijdt NRC Handelsblad met een ondernemer mee op de achterbank - en soms op de voorbank. Waar gaat hij heen? En wat doet hij onderweg? Deze week: Cor Stutterheim, voorzitter van het bestuur van automatiseerder CMG.

Auto: antracietgrijze Daimler V12 (het topmodel van Jaguar)

Route: van zijn huis in Breukelen naar Schiphol, uitgezwaaid door zijn vrouw (vertrek 9.30 uur, aankomst 9.55 uur)

BREUKELEN, 7 MAART. Zijn villa aan de Vecht was vroeger een kraamkliniek, en nog vroeger het buiten van een Amsterdamse bankier. In het glas-in-lood boven de voordeur is een zonnebloem afgebeeld. “Ik heb er tweeëntwintig jaar over gedaan om het huis van mijn dromen te kopen.” Hij drinkt nog even een kopje koffie (roomwit Wedgwood) in de serre, waar voorheen, vertelt hij, de pasbevallen vrouwen lagen bij te komen. De baby's bleven boven. Tegen de wand staat een antieke piano, nog van zijn moeder, met tussen twee kaarsen een opengeslagen boek met vingeroefeningen, Ode an die Freude. “Het komt er weinig van.”

Gisteravond heeft Stutterheim naar Ajax-Spartak gekeken, hij zit de kater te verwerken. Nee, CMG heeft geen skybox en ook geen business-seats en daar zit een gedachte achter, want wie mag daar dan zitten? “Je neigt naar de top, maar bij CMG proberen we juist iedereen zo gelijk mogelijk te behandelen.”

Dus: “Geen statussymbolen. Ik heb op kantoor geen eigen kamer.” En voor de leden van de raad van bestuur van CMG ook geen auto-met-chauffeur. Nou rijdt Stutterheim niet veel, hij vliegt meer. Vandaag bijvoorbeeld naar Londen, voor een bespreking met de managers van CMG in Engeland. Maar een eigen vliegtuig voor de raad van bestuur heeft ook geen zin, zegt hij. “We gaan iedere dag allemaal een andere kant uit.” CMG zit ongeveer overal in Europa.

De Daimler op de oprijlaan is van hemzelf. Voor het stukje tussen Breukelen en Amsterdam, waar het hoofdkantoor is, krijgt hij geen vergoeding, dat is woon-werkverkeer. Voor het stukje tussen Amsterdam en Schiphol zestig cent per kilometer, want dat doet hij voor de zaak. “Dat ik duurder wil rijden, moet ik zelf weten.”

Hij neemt de kronkelweg langs het riviertje en wijst intussen aan: hier woont Cor van Zadelhoff, daar Ron Brandsteder, verderop die dame van de HAK-boontjes, en zie je dat hek hier links? Heeft meer geld gekost dan het hele huis erachter.

Zijn eerste mooie auto, halverwege de jaren tachtig, was een Mercedes 280 SEL, daarna werd het een Volvo (760) en anderhalf jaar geleden haalde zijn oudste zoon hem over om nu maar eens toe te geven aan “mijn jongenswens”. “Hij wilde zelf een Porsche en daar rijdt hij nu ook in. Mijn andere zoon ook trouwens. Het is leuk als je het kan doen. Al vond ik deze auto wel heel duur. Mijn vader was de zoon van een kruidenier, mijn moeder kwam uit een middenstandsgezin. Ik ben opgevoed met geef minder uit dan je verdient.”

Is uw auto voor uzelf wel een statussymbool?

“Dit is geen statussymbool, dit is comfort. Als je hard werkt, kun je je dit soort luxe permitteren. Ik heb het zelf verdiend. Al ben ik me er goed van bewust dat mijn inkomen en mijn welvaart worden gemaakt door de duizenden mensen van CMG die ook allemaal hard werken. Vandaar dat streven naar gelijkwaardigheid. Als ik met mensen uit het bedrijf naar Londen of waar dan ook heen vlieg, zitten zij ook in de business class. En ze slapen in hetzelfde hotel als ik.”

Verdienen ze ook hetzelfde?

“Nee, want zij hebben niet dezelfde verantwoordelijkheid.”

Een automatiseerder met ervaring verdient bij CMG ruim een ton, vertelt hij. Leden van de raad van bestuur verdienden vorig jaar 770 duizend gulden, winstdelingsregeling en andere emolumenten niet meegerekend.

Met dezelfde openhartigheid wil Stutterheim, ooit voorzitter van de VVD-afdeling Landsmeer, ook wel vertellen wat hij vandaag (woendag 4 maart) gaat stemmen. Maar later belt hij: of dat er toch maar liever uit mag.

De beste investering die hij ooit heeft gedaan, zegt Stutterheim, zijn “de paar honderd gulden” in zes aandelen CMG, in 1970. Hij begon toen als systeemanalist en de policy van het bedrijf was toen ook al: geef alle werknemers de gelegenheid om te participeren, dat verhoogt de werklust. Toen CMG twee jaar geleden naar de beurs ging, waren die aandelen “enkele tienduizenden guldens” waard, bovendien had Stutterheim er in de loop van de jaren heel wat bijgekocht.

Het helpt, zegt hij, om werknemers te motiveren en te binden met aandelen of opties. En CMG moet wel, zegt hij ook. Mensen zijn in zijn branche nauwelijks te krijgen en voor een dienstverlener zijn mensen nou net de belangrijkste asset. “Ze zijn een mobiele balanspost. Iedere avond stroomt die leeg. En iedere ochtend moet je maar weer hopen dat hij volloopt.”

    • Jannetje Koelewijn