Libanezen zien uit naar vertrek Israel

De Israelische regering heeft een voorstel gedan tot een eenzijdige terugtrekking uit Libanon. Beiroet heeft het afgewezen, maar onder de Libanese bevolking wordt ook uitgezien naar zo'n terugtrekking.

BEIROET, 7 MAART. De Libanese regering heeft deze week zeer kil gereageerd op het nieuwste voorstel van de Israelische premier, Benjamin Netanyahu, voor een voorwaardelijke terugtrekking van de circa 2.000 man troepen die Israel nog in het zuiden van Libanon heeft gestationeerd. Ook de Syrische autoriteiten, die een doorslaggevende invloed in Libanon hebben, hebben het voorstel afgewezen. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken, Farouq al-Sharaa, sprak tijdens een bezoek aan Beiroet van een “kwaadaardige manoeuvre”. Maar onder de Libanese bevolking zijn wel degelijk positieve geluiden te horen.

Het Israelische leger zal zich volgens premier Netanyahu eenzijdig uit Zuid-Libanon terugtrekken - zonder vredesverdrag met Libanon - op voorwaarde dat de Libanese regering garanties biedt inzake de veiligheid van Israel, dat wil zeggen de moslim-fundamentalistische beweging Hezbollah aan banden legt. Voor het Libanese ministerie van Buitenlandse Zaken is het Israelische voorstel niets anders dan een afleidingsmanoeuvre. Minister Fariz Boueiz: “Voor ons is het Israelische initiatief niets anders dan een manoeuvre van Netanyahu die wil laten zien dat hij tot concessies bereid is, maar eigenlijk alleen zijn publieke opinie wil sussen.” Boueiz zinspeelt daarmee op de opkomende bewegingen in Israel die een eenzijdige terugtrekking uit Libanon bepleiten onder verwijzing naar de voortdurende Israelische verliezen in het gebied.

Met name onder Libanese jongeren wordt echter belang gehecht aan het voorstel van Netanyahu, mede in de hoop op economische verbetering. Libanon is er sinds het einde van de burgeroorlog op economisch en sociaal terrein alleen op achteruitgegaan. De regering van premier Hariri heeft grootscheeps geïnvesteerd in wederopbouwprojecten, waaronder peperdure en controversiële prestigeprojecten, daarbij zeker ook speculerend op het tot stand komen van vrede met Israel. Maar de vrede lijkt steeds verder achter de horizon te verdwijnen, en de Libanese staatsschuld heeft intussen onrustbarende proporties aangenomen. De bevolking wordt telkens weer met nieuwe belastingen en prijsverhogingen geconfronteerd, terwijl de lonen niet stijgen.

Veel Libanezen hebben het nu zo moeilijk dat zij ieder sprankje hoop aangrijpen. Maher (26), die een kopieerwinkeltje drijft vlakbij de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, bijvoorbeeld: “Het zou een mooie verrassing zijn. Onze grootouders en ouders wachten er al zo lang op. De zaken zullen er zeker op vooruitgaan”, aldus Maher. “We willen kunnen investeren, voortgaan met ons leven. Ik kom uit het zuiden, uit Sidon, en ik ben opgegroeid met de bombardementen en de angst. Er moet een einde komen aan de nachtmerries.” En de 29-jarige technicus Jihad: “Ik ben blij met dit Israelische voorstel, al moet ik het nog zien gebeuren. Uiteindelijk moet Israel het wel een keer opgeven. Dus waarom nu niet?”

Ook de 70-jarige druus Zuheir, die de burgeroorlog in de bergen en in Beiroet heeft overleefd, hunkert naar betere tijden. “De Israeliërs moeten hier weg. En na de laatste aanvallen van Hezbollah, waarbij weer drie Israelische militairen werden gedood, wil de bevolking dat Netanyahu zijn troepen hier weghaalt. Ze menen het dit keer.”

Maher vertolkt de mening van een groeiende groep die niet gelukkig is met het afwijzende standpunt van de Libanese regering. “Ze willen van geen voorwaarden horen, maar dat is dom. In 1996 is wel met de Israeliërs onderhandeld, om te voorkomen dat er nog drama's zouden gebeuren zoals de beschieting van Qana in april van dat jaar, waarbij meer dan honderd burgers werden gedood. Toen is een bestandscommissie in het leven geroepen. De regering moet nu dus maar op die weg voortgaan.”