Leoni Sipkes en de nieuwe, 'leuke linkse' koers van GroenLinks; 'Strikt pacifisme werkt niet'

Ze was het prototype van principieel links: arrogant en bezeten van superioriteit. Maar Kamerlid Leoni Sipkes is met GroenLinks naar het redelijke midden opgeschoven. 'Een leuke partij', is het nu, 'waarmee je op een verjaarsfeestje goed voor de dag kunt komen'. Een afscheidsgesprek over tomaten-acties, sekse-wisseling en gewapend geweld tegen Irak.

Oud-lid van de Tweede Kamer Thijs van Vlijmen vergeleek haar standpunten ooit met die van de NSB tijdens de Tweede Wereldoorlog. Diens toenmalige collega Hans Gualthérie van Weezel vond dat ze er in de Tweede Kamer “een pure bende” van maakte. En Frans Weisglas, nog steeds Kamerlid voor de VVD noemde haar botweg “gewoon een beetje gek”.

Als er ooit een parlementariër is geweest die haar directe omgeving het bloed onder de nagels vandaan wist te halen, dan was het Leoni Sipkes. Na haar komst in de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks in 1990 stond de pacifiste al snel te boek als koel, arrogant en bezeten van het superieure gelijk waaraan men geseculariseerde gereformeerden zoals Sipkes kon herkennen.

Snel na haar komst, begin 1991, onderging ze het lot dat daarna alleen nog Janmaat zou treffen; Kamerleden groetten haar niet meer. Woedend waren ze dat Sipkes tijdens de Golfoorlog als enige fractiewoordvoerder geen Patriots aan Israel ter beschikking wilde stellen om het land te verdedigen tegen de Scud-raketten van Saddam Hussein. “Het was oorlog in Nederland en het was oorlog in de Tweede Kamer”, zo herinnert Sipkes zich.

Doodgemoedereerd liet zij, januari 1991, in Trouw optekenen dat wapens naar Israel sturen geen oplossing van het conflict kon vormen, omdat meer wapens alleen tot meer spanningen zouden leiden. “Als polemologe weet ik dat mijn oplossing de beste is”, aldus citeerde het dagblad de Nijmeegse doctoranda in de politicologie met als bijvak polemologie. Het vraaggesprek kreeg als kop mee: 'Saddam is ons vertrouwen nog waard'. Het Binnenhof was te klein. Ontkenningen van Sipkes dat ze beide uitspraken had gedaan, hielpen niet meer.

Acht jaar later is het rumoer rond Sipkes verstomd. Van Vlijmen heeft zijn excuses aangeboden aan Sipkes. Weisglas heeft openlijk spijt betuigd over zijn uitspraken aangaande zijn 'gekke' collega. Trouw heeft haar excuses gemaakt voor het feit dat de kop boven het vraaggesprek wat zwaar was aangezet. Maar belangrijker nog: er is iets met Sipkes zelf gebeurd.

Rechts Nederland, maar ook delen van haar eigen pacifistische achterban zagen stomverbaasd toe hoe Sipkes in 1992 brak met een aloude PSP-traditie om tegen de defensiebegroting te stemmen, en hoe ze het voor de NAVO ging opnemen als middel om in brandhaarden zoals in voormalig Joegoslavië te interveniëren. Familie en vrienden aanschouwden geamuseerd hoe Sipkes, aanvankelijk 'moeder-weigeraarster' die haar zoon principieel niet aan het leger zou lenen, ineens trots was als hij mee zou doen aan VN-vredesoperaties. En indien VN-chef Kofi Annan niet in zijn missie was geslaagd, en er een nieuwe Golfoorlog was uitgebroken, dan zou Sipkes zelfs hebben ingestemd met het sturen van Patriots naar Israel.

Met haar opzienbarende koersverschuiving werd Sipkes exponent van de koersverandering van haar partij. De 'ethisch-linkse' toon van radicalen als Ria Beckers verdween, de 'leuke linkse' benadering van Paul Rosenmöller kwam. Sipkes veranderde van een representant van een “wat anderen misschien zagen als dogmatische splintergroepering”, in een “lid van een leuke partij waarmee je op een verjaardagsfeestje goed voor de dag kunt komen”.

Op 6 mei aanstaande, de dag van de parlementsverkiezingen, zet Sipkes echter een punt achter haar Kamerwerk. Ze is moe, maar zeker niet verbitterd, zegt ze. Ze vroeg zich af of ze nog vier jaar fris en energiek aan het Kamerwerk zou kunnen deelnemen.

Dat daar een negatief antwoord op kwam, had mede te maken met haar privéleven. Het Kamerwerk betekende haars inziens een te grote aanslag op haar persoonlijk bestaan. Het had mede de oorzaak gevormd van de breuk in haar 24-jarig huwelijk. “Om oude fouten niet te herhalen”, wil ze meer tijd vrij maken voor haar drie kinderen. En voor haar vriendin Karin van der Gaast.

Enkele jaren geleden maakte Sipkes een, zoals ze het zelf noemt, “seksewisseling” mee. Getrouwd met een man, werd ze verliefd op een vrouw. “Hoewel ik nooit zo in hokjes heb geloofd was het wel een beetje een verrassing voor mij dat ik op een vrouw verliefd kon worden”, zegt Sipkes. “Ik realiseerde me onmiddellijk dat dat verregaande consequenties voor mijn huwelijk had. Als je verliefd wordt op een man, zou je nog kunnen denken dat zoiets naast een huwelijk kan bestaan. Maar gehuwd zijn met een man en tegelijkertijd een relatie met een vrouw, dat is voor mij onmogelijk.”

Na haar scheiding verhuisde Sipkes van Apeldoorn naar Voorburg, de plaats waar ze vandaan kwam. Samen met Van Der Gaast stond ze daar afgelopen woensdag op de verkiezingslijst van GroenLinks, Sipkes als lijstduwster, Van Der Gaast als nummer 3. In haar woonhuis blikt de voormalig parlementair links-buiten terug op haar fouten, op de grenzen van het pacifisme, maar ook op de nieuwe mogelijkheden om oude idealen van GroenLinks te verwezenlijken, en op de kansen dat GroenLinks regeringsverantwoordelijkheid zal dragen.

Waarom vond u achteraf bezien uw standpunt in 1991 over de levering van Patriots zo fout?

“Ik redeneerde te veel vanuit de theorie. Bij polemologie had ik veel gehoord en gelezen over de theorie van de wapenwedloop. Die leerde dat de aanwezigheid van wapens op zichzelf al spanningsverhogend werkt. Patriots voor Israel zou Saddam provoceren en het conflict laten escaleren, vond ik.

“Als beginnend Kamerlid paste ik mijn wetenschappelijke kennis toe op de politiek. Wat kon ik anders? Wat ik niet door had, was dat ik daardoor de indruk wekte dat ik het joodse volk in de steek liet, dat ik niet solidair was met Israel. Ik was stomverbaasd over die vijandige reacties, want ik was juist bezorgd over dat kleine streepje land in een vijandige Arabische wereld.

“Ik dacht ook te veel vanuit de theorie van het internationaal recht toen ik zei dat er met Saddam in goed overleg onderhandeld zou moeten worden. Ik dacht: de mensen begrijpen best dat ik dat niet zeg, omdat ik aardig voor Saddam wil zijn. Iedereen weet toch dat GroenLinks en haar voorgangers als enigen juist heel kritisch waren over Irak toen het hele Westen dat land nog steunde in de oorlog tegen Iran. Wij hebben toen als een van de weinige politieke partijen geprotesteerd tegen het feit dat Saddam in 1984 en 1985 duizenden Koerdische dorpen plat bombardeerde.

“Toch zou ik dat nu niet meer zo zeggen. Kiezers vergeten snel, ze houden geen dossiers bij van de standpunten van fractiewoordvoerders. Ze begrijpen het niet als je over de internationale rechtsorde begint in relatie tot Saddam Hussein. Waarschijnlijk is het veel praktischer om psychiaters om advies te vragen in plaats van internationaal rechtsgeleerden. Psychiaters kunnen beter adviseren hoe je met zo'n onvoorspelbaar iemand als Saddam moet omgaan.”

Realiseerde u zich dat u als arrogant en gelijkhebberig overkwam?

“Nou nee, want ik liep in dezelfde tijd te janken in de gangen van de fractie, zo moeilijk had ik het met die oorlog. Vergeet niet, het was een oorlogsperiode en dan worden afwijkende standpunten nauwelijks getolereerd.

“Daar kwam nog iets anders bij: als beginnend Kamerlid kende ik de gewoonten van de Kamer niet. Dus toen collega's me niet meer gedag zeiden, haalde ik mijn schouders op. Ik dacht: dat zal er wel bij horen. Je bent lid van de oppositie, dus ben je een outcast. Pas later realiseerde ik hoe uitzonderlijk het gedrag van de andere Kamerleden was. Nadat Weisglas en die anderen dat in de pers over mij hadden gezegd, kwam er namelijk een omslag bij andere Kamerleden. Die zeiden: zo hoor je als collega's niet met elkaar om te gaan.”

Acht u inmiddels wetenschappelijke theorieën, zoals uit de polemologie, überhaupt onbruikbaar voor de politiek?

“Neen. Er zijn tal van situaties waarin de aanwezigheid van wapens op zichzelf al spanningsverhogend werkt. Dat hebben we bij de oorlog in ex-Joegoslavië gezien. Daarom hebben we destijds bij de aanvang van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 1991 aan het kabinet gevraagd om iets tegen de wapenexport van Europese lidstaten naar Servië en Bosnië te doen. En waarom zijn de supermachten destijds met wapenreductie-onderhandelingen begonnen? Juist ook wegens dat spanningsverhogende effect van de wapenwedloop. De theorie klopt dus, maar je moet er voor oppassen in de politiek er te rechtlijnig mee om te gaan.”

U was voor ingrijpen van de NAVO in ex-Joegoslavië, voor een pacifiste een opmerkelijk standpunt.

“Dat standpunt had ook de nodige voeten in de aarde bij de partij. Ik heb echter nooit in strikte geweldloosheid geloofd. Ik voelde me thuis bij het standpunt van dominee Hannes de Graaf, een van de oprichters van de PSP. Die zei: structureel geweld in een samenleving kun je niet rechtvaardigen, daar moet je tegen optreden. Als je ziet hoe mensen worden uitgemoord zoals de Koerden in Irak in 1991 of de Bosniërs in ex-Joegoslavië dan kun je niet aan de kant blijven staan, dan werkt strikt pacifisme niet.

“Ik heb in die tijd een fractienotitie geschreven met de voorwaarden waaronder kon worden afgeweken van het pacifistische beginsel: er moet sprake zijn van genocide of dreigende genocide, humanitaire hulp wordt door de tegenpartij onmogelijk gemaakt, en er moet een VN-resolutie aan de militaire actie ten grondslag liggen. In dat model is de NAVO een soort facilitair bedrijf, dat in opdracht van de VN of OVSE handelt. Omdat de Nederlandse krijgsmacht steeds meer van dit soort vredesoperaties in VN-verband gestalte ging geven, heb ik in 1992 voor het eerst voor de defensiebegroting gestemd.”

Begaf u zich daar niet mee op een glijdende schaal? De een ziet eerder een genocide of een dreigende genocide dan een ander.

“Inderdaad, dat gevaar is zeker aanwezig. Strikte pacifisten vonden dat ik veel te ver ging. Uit opinie-onderzoeken bleek dat een ruime achterban van GroenLinks voor militair ingrijpen was, niet alleen in Noord-Irak ten behoeve van de Koerden of in ex-Joegoslavië, maar ook in Rwanda.

“Een van de sterkste momenten waarop ik merkte dat sommige partijleden me moeilijk konden begrijpen, was tijdens het Kamerdebat over de uitbreiding van de NAVO in 1996. Net als nota bene Bolkestein was ik tegen die uitbreidingsplannen, maar om heel verschillende redenen. Bolkestein was tegen de uitbreiding omdat hij vond dat de NAVO daarmee als militaire organisatie te zeer verslapte. Precies om die reden was ik voor uitbreiding, maar vond tegelijkertijd dat die nog lang niet ver genoeg ging. Ik dacht: hoe groter de NAVO, hoe slapper de NAVO. Als je Rusland ook nog lid laat worden, dan hef je de NAVO in haar oude vorm op. Dat is wat we als GroenLinks altijd wilden.

Bij de laatste Golfcrisis, vorige maand, was u fel gekant tegen deelname van Nederland aan de Amerikaanse oorlogsvloot die opstoomde naar de Golf. Toch zei de door u gewaardeerde VN-chef Annan dat deze dreiging zeer heeft geholpen om Saddam tot inkeer te brengen. Zat u niet opnieuw fout?

“Annan is een heel goede diplomaat die ook Amerika tevreden moest stellen. Ik kan me voorstellen dat hij dat daarom achteraf richting de VS zei. GroenLinks was tegen, omdat we vonden dat niet alle diplomatieke mogelijkheden uitgeput waren. Bovendien was die Amerikaanse actie niet door de VN gelegitimeerd. Ook moesten we er niet aan denken wat de gevolgen voor de Iraakse burgerbevolking zouden zijn geweest als opslagplaatsen voor chemische en bacteriologische wapens zouden zijn gebombardeerd.”

Defensie-aangelegenheden en de talrijke discussies met de achterban daarover waren niet het enige onderwerp waaraan de energie van Sipkes opging. Als woordvoerster asielbeleid was ze nauw betrokken bij een onderwerp dat de laatste jaren hoog op de politieke agenda stond. Naast het protesteren in de Kamer tegen het steeds strengere vreemdelingenbeleid, probeerde ze achter de schermen zaken te doen door iets te regelen voor schrijnende gevallen.

De mogelijkheid bestaat om individuele gevallen van uitgeprocedeerde asielzoekers onder de aandacht van de staatssecretaris voor asielzaken te brengen. Deze kan op humanitaire gronden beslissen een uitzondering te maken. Sipkes was naar eigen zeggen zeer actief in het zenden van 'Beste Elisabeth-briefjes' aan staatssecretaris Schmitz. Het Kamerlid denkt op die manier “enkele tientallen asielzoekers” aan een verblijfsvergunnning te hebben geholpen. Ze rekent dit tot haar belangrijkste 'bedrijfsresultaten'.

Sipkes is het volstrekt oneens met de PvdA en D66 die het asielbeleid buiten de verkiezingscampagne willen houden. “Hoe je het wendt of keert, samen met milieu zal migratie het issue van de toekomst blijven. Zolang er oorlog, geweld en honger zijn, is migratie een gegeven. Daarom kun je er als volksvertegenwoordiger niet over zwijgen. Dat neemt niet weg dat het taalgebruik veel zorgvuldiger moet. Kosto, de voorganger van Schmitz, praatte over asielzoekers alsof het postpakketjes waren die je kunt 'wegzenden'. Hij gebruikte vreselijke termen als de aanzuigende werking van Nederland: alsof asielzoekers rustig door de reisgidsen zitten te bladeren.

“Natuurlijk kiezen mensensmokkelaars de meest succesvolle route, maar moet je dat afwentelen op de asielzoekers? Minister Sorgdrager heeft gezegd dat 70 procent van de asielzoekers die met mensensmokkelaars meekomen, wel degelijk recht hebben om hier binnen te komen. Eigenlijk gaat het om een eeuwenoude waarheid. Mozes al moest de farao het nodige betalen om het volk van Israel uit Egypte te kunnen laten vertrekken.”

Door de winst van GroenLinks en het enorme verlies van D66, deze week bij de gemeenteraadsverkiezingen, gaan in Den Haag stemmen op over mogelijke regeringsverantwoordelijkheid van de 'eeuwige oppositiepartij'. De meer gematigde koers van GroenLinks en het toenemend aantal wethouders in de steden jagen dit debat aan. Rosenmöller stipte woensdagavond de mogelijkheid van regeringsdeelname al aan.

Sipkes is sceptisch. “We zijn echt niet zomaar inwisselbaar voor D66”, zegt ze. Niet alleen het asielbeleid, ook allerlei andere onderwerpen zoals de armoedebestrijding en het milieubeleid, zullen verregaand moeten veranderen. En: “Pas als we de komende verkiezingen wat zetels winnen, en de verkiezingen daarna weer, dan zijn we misschien groot genoeg om de overstap naar het kabinet te maken.”

Wat vond u van de uitlating van Kok, die GroenLinks woensdag een linkse protestpartij noemde, met onbetaalbare wensen zoals een verhoging van de uitkeringen met tien procent?

“Als Kok dat zo vindt, dan zijn de FNV waar hij ooit leiding aan gaf, andere vakbonden en de kerken ook extreem-links. Nog steeds hebben we heel principiële doelstellingen, maar we hebben de afgelopen vier jaar veel meer concrete alternatieven aangedragen over de betaalbaarheid van al onze wensen. We zijn sinds de vorige verkiezingen begonnen ons verkiezingsprogramma te laten doorrekenen door het Centraal Plan Bureau op haar financiële haalbaarheid.”

Loopt GroenLinks niet het risico gemangeld te worden tussen de PvdA en de SP: inmiddels te redelijk om echte 'tegenstemmers' te trekken en nog steeds te principieel om macht uit te oefenen?

“Als ik naar de huidige opiniecijfers kijk, valt dat wel mee. Zowel GroenLinks als de SP staat op winst. Maar tegen mensen die aan tomatenacties à la de SP meedoen en overal tegen zijn, zeg ik: wat jullie doen is iets voor de korte termijn en uiteindelijk niet productief. Ik ga ervan uit dat ook die achterban dat zal inzien.”

Waarom zou de komende maanden niet gebeuren wat in 1994 wel gebeurde: dat de winst van uw partij bij de gemeenteraadsverkiezingen snel weer verdwijnt bij de Kamerverkiezingen, omdat uw achterban straks Kok gaat stemmen?

“Ik denk dat dat gevaar nu minder dreigt. Er is nu nadrukkelijk sprake van een Rosenmöller-effect. GroenLinks heeft, in tegenstelling tot 1994, een natuurlijke leider. In 1994 hebben we nog als twee koppels (Brouwer/Rabbae versus Rosenmöller/Sipkes, KV) moeten strijden om het lijsttrekkerschap. Dat deed de uitstraling van de partij geen goed.

“We hebben weliswaar last van die machtsvraag Kok-Bolkestein, en er zullen zeker een aantal kiezers op het laatste moment omgaan, maar die machtsstrijd is nu al zo nadrukkelijk aan de gang, dat tegen de tijd dat het 6 mei is kiezers er op uitgekeken zijn. Ze raken geïrriteerd en zeggen: ja, hallo, waar hebben we het eigenlijk over? Mag ik nog voor een bepaald beleid kiezen? Ik ga me niet steeds voor Koks karretje laten spannen. Bovendien kan Kok, als de PvdA mede door ons toedoen kleiner wordt dan de VVD, ook premier worden van een coalitie met het CDA en D66. Voor de linkse politiek zou dat beter zijn.”

    • Kees Versteegh