Lege doos

In de rubriek 'Chips' van 28 februari dicht Rik Smits mij opvattingen toe over vereenvoudigde computers, waarbij hij refereert aan een eerder stuk van mij in deze krant. De weergave daarvan is onzorgvuldig.

Smits wekt het vermoeden dat ik een voorstander zou zijn van de netwerkcomputer (NC), “de simpele, goedkope netwerkcomputer voor het brede, niet zo veeleisende publiek”. Ik ben daar niet voor en heb dat ook nooit beweerd. Bovendien is de omschrijving van de NC de zijne. In het eerdere stuk vertel ik dat de NC juist duur is.

Volgens Smits denk ik bij simpele computers aan een antieke tekstverwerker als Wordperfect 5.1, vond ik dat een makkelijk programma en kende ik de bediening daarvan uit mijn hoofd. Dat is geheel verzonnen. In het stuk waaraan hij refereert, wordt met geen woord gerept over Wordperfect. Het tegendeel is waar. Ik heb die versie van Wordperfect altijd gemeden omdat hij zo moeilijk was.

Ook schrijft Smits mij een fictieve mening toe om daarna aan te tonen dat die niet houdbaar is. Voorbeeld: volgens mij zijn er consumenten met bescheiden behoeften op computergebied. Ik denk daarbij aan weinig meer dan tekstverwerken. Smits komt tot een lijstje “bescheiden behoeften” met onder andere Internetgebruik en koppeling van computer, radio en tv, en stelt dan vast dat een vereenvoudigde machine daar niet geschikt voor is.

Ten slotte zijn Smits' woorden “Wat Blankesteijn voor ogen staat is allerminst een computer voor de brede massa, maar een betrouwbaar en pretentieloos stuk gereedschap voor de journalist”, uit de lucht gegrepen. Bovendien vergist hij zich. Juist een journalist heeft in mijn ogen veel meer nodig dan een apparaat zonder vlees of vet. Simpele computers wens ik niet voor mezelf, mij kan het niet ingewikkeld genoeg zijn, maar voor al diegenen die geen multimediale toeters en bellen hoeven.