Kwa-kwa-kwaliteit!

remier Kok wil in de toekomst alleen nog maar kwaliteitsuitkeringen. Het woord rolde zomaar uit zijn mond in een van de vele televisie-interviews van de afgelopen weken. Wat bedoelde Kok ermee? De vragensteller en de staatsman deden alsof het hier om een volstrekt helder begrip ging, en keuvelden genoeglijk verder over de andere idealen die de Partij van de Arbeid in een volgend kabinet gaat verwezenlijken.

Maar ikzelf kon dat woord moeilijk wegkrijgen. Kwaliteitsuitkering? Is dat veel, of juist weinig? Gaat zo'n uitkering soms langer mee? Is de inruilwaarde hoger? Moet je gestudeerd hebben om ervan te kunnen genieten? Of bedoelt Kok soms een uitkering waarvoor professor Bomhoff persoonlijk een garantiecertificaat heeft afgegeven?

Je komt er niet achter. In de vluchtige verkiezingsretoriek danst zo'n begrip mee tussen de andere zoethoudertjes uit het sociaal-democratische gedachtegoed Het klinkt zakelijk en toch aangenaam. Een kwaliteitsuitkering... ?! Yes! Daar gaan we voor!

Maar is dat wel zo verstandig ? Moet Kok niet eerst nog wat uitleggen? Ik zou dat heel prettig vinden omdat ik langzamerhand jeuk krijg van het woord kwaliteit. Zeker als het zomaar aan een ander woord geplakt wordt.

Vroeger, in de tijd van 'Zen en de kunst van het motorrijden' zal ik maar zeggen, had het begrip nog iets romantisch. Zeker in vooruitstrevende politieke kringen. Het ging toen vaak om de kwaliteit van het hele bestaan, en men bedoelde daar iets moois mee. Wàt precies is na al die jaren niet meer na te gaan, maar er was veel emancipatie en persoonlijke ontplooiing voor nodig. Toen dat niet een, twee, drie lukte verdween de kwaliteit uit de politiek en dook op in de wereld van de kunst. Daar kreeg het begrip een meer behoudende betekenis. Het werd voornamelijk door museumdirecteuren gebruikt om hun persoonlijk aankoopbeleid mee te rechtvaardigen. Kwaliteit werd iets voor kenners en ingewijden. Het epitheton werd daarna snel overgenomen door andere culturele sectoren die er hun exclusiviteit mee konden benadrukken. Daarmee scoorden ze goed bij een steeds beter verdienend publiek. Er kwamen kwaliteitskranten, kwaliteitstheaters en kwaliteitsomroepen.

Dat met het woordje kwaliteit geld verdiend kon worden was in andere kringen al heel lang bekend. De Nederlandse middenstand gebruikt het sinds mensenheugenis op winkelruit en beschuitbus. En de meeste slagers snijden nog steeds niets anders. Maar tot aan de jaren negentig waren cultuur en middenstand gescheiden betekenisvelden waarin het woord kwaliteit een eigen leven leidde.

In onze tijd is er een nieuw terrein bijgekomen waarop het kwaliteit voor en kwaliteit na is. Dat is de wereld van het management. Hier vallen de oude scheidslijnen tussen politiek, cultuur en middenstand weg gezien de taal die daar gesproken wordt. Deze is een mengelmoes van verkooppraat, steenkolenengels, bestuursbabbel en celestijnse kletserij en zij wordt druk gebezigd door allen die hogerop willen in de organisatie. Van accountantskantoor tot hamburgerketen, van basisschool tot ministerie, overal buigt men zich over dezelfde tekstboeken en volgt men dezelfde trainingen. En het doel van deze inspanningen is tegenwoordig altijd hetzelfde: total quality.

Wat het precies betekent moet u mij niet vragen, maar het schijnt de meest eigentijdse strategie te zijn waarmee een onderneming haar targets tot ver in de volgende eeuw kan veiligstellen.

In mijn eigen organisatie heeft deze ontwikkeling geleid tot het aanstellen van een kwaliteitszorgmanager. Deze functionaris wordt ondersteund door twee kwaliteitszorgassistentes en samen vormen zij het kwaliteitsbureau. Vanuit dit bureau worden kwaliteitsbeheersingsprocessen opgestart. Dat betekent in concreto dat ik voortdurend word lastiggevallen met enquêteformulieren waarop ik moet invullen in welke mate ik tevreden/ontevreden ben over de filterkoffie, de leiderschapstijl van het sectorhoofd, het tentamenpapier, de uitstraling van de portiersloge, mijn carrièreperspectieven en de lay-out van de enquête in kwestie. De kwaliteitszorgmanager wil dat allemaal weten omdat hij op zoek is naar kwaliteitsverbeterpunten in de onderwijsorganisatie.

Binnenkort, zo wordt gefluisterd, komen zijn assistentes met een stopwatch en een videocamera mijn lessen registreren. De resultaten worden op het bureau geanalyseerd om te kijken welke verbeterpunten met betrekking tot tempo, presentatie en inhoud haalbaar zijn.

De bedoeling van de kwaliteitsoperatie is dat onze excellente organisatie met excellente medewerkers, excellente producten op de markt gaat zetten waarover onze excellente studenten honderd procent tevreden zijn. Als dat lukt zal de opleiding ISO-gecertificeerd worden, en voldoet zij aan de hoogste internationale kwaliteitsnormen. De totale kwalificatie is dan bereikt.

Zoiets schijnt de natte droom van elke moderne manager te zijn.

Ik kan me voorstellen dat ook ons landsbestuur met deze ideeën speelt. Misschien streven Kok en de zijnen ernaar als eerste kabinet ter wereld de ISO-2000 norm te halen. Lukt het deze periode niet meer, dan toch zeker straks als Paars II. Het zou het succes van ons polderwonder compleet maken als ook de kernproducten van het regeringsbeleid aan de strengste internationale eisen voldoen. Vandaar dat de premier het alvast had over kwaliteitsuitkeringen.

Daarin zullen ongetwijfeld heel wat verbeterpunten zijn verwerkt. Maar of een gewone arme sloeber er nog voor in aanmerking komt, is zeer de vraag.

De kwantiteit zou wel eens vies tegen kunnen vallen.