Klonen via de achterdeur; Pharming kan runderen uit buitenland halen

Het Leidse bedrijf Pharming mag geen runderen meer klonen in Nederland. Maar het is niet verboden gekloonde koeien te importeren.

MINISTER VAN AARTSEN van Landbouw verbood vorige week donderdag het Leidse biotechnologiebedrijf Pharming om runderen te klonen. De bewindsman wees de aanvraag af voor een vergunning om met een kloontechniek (kerntransplantatie) efficiënter koeien te kunnen maken die een menselijk eiwit in hun melk produceren. Het verbod volgde direct op Pharmings aankondiging dat het bedrijf zijn eerste twee gekloonde kalveren Holly en Belle de volgende dag aan de pers zou tonen.

Het ministerie motiveert de afwijzing met een verwijzing naar het advies van de Commissie Biotechnologie bij Dieren. Deze commissie beoordeelt de ethiek van biotechnologisch onderzoek bij dieren en let op hun welzijn en de gezondheid. “Zolang niet uit onderzoek is gebleken dat de biomedische eiwitten, te produceren door de aanvrager, belangrijke voordelen bieden boven eiwitten geproduceerd middels alternatieve productiewegen”, acht de Commissie dit onderzoek echter “niet van substantieel belang”. Gaat Pharming het onderzoek dat de Commissie wenst uitvoeren? Gaat Pharming de werking van lactoferrine uit de melk van de koeien die op Pharmings boerderij in Oldeholtwolde zijn en worden geboren, vergelijken met lactoferrine uit genetisch gemanipuleerde schimmel, bacterie of insectencellen? Of gaat het bedrijf zijn alfa-glucosidase uit konijnenmelk vergelijken met alfa-glucosidase uit andere bronnen?

“Nee, dat gaan we allemaal niet doen.” Prof.dr. Gerard M.A. van Beynum, vice-president bedrijfsstrategie en -communicatie van Pharming is daar resoluut over. Van Beynum: “In feite stelt het ministerie een moratorium in op al ons kerntransplantatiewerk, misschien wel op alle kerntransplantaties in Nederland. Dat verbaast ons, want we hebben wel de aangevraagde vergunningen gekregen om transgene dieren met de oude techniek micro-injectie te maken. Maar de toestemming om een veel efficiëntere techniek voor te bereiden, waarvoor ook minder dieren nodig zijn, krijgen we niet. De minister doet daarmee inbreuk op onze bedrijfsvoering. Door het vergelijkende onderzoek als voorwaarde te stellen, beweegt hij zich op het vlak van de concurrentieverhoudingen, want wij maken geen humane eiwitten in schimmels en bacteriën. De commissie en ook de minister vinden kennelijk het klonen, dus de kerntransplantatie, een stap te ver. Van het ministerie en van de commissie heb ik nooit een serieuze beschouwing gelezen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van gisten, bacteriën en weefselkweeksystemen als productiefactoren. De machinerie om met gisten humane eiwitten te maken ligt al 20 jaar klaar. Waarom is er dan vrijwel niets uitgekomen? Er zijn een paar medicijnen die met weefselkweek worden gemaakt, maar de kosten zijn sky high. De reden dat wij nu met het Amerikaanse Rode Kruis in zee gaan om in de VS een productiefaciliteit voor de bloedstollingsfactoren VIII en IX op te zetten, met varkens als producerende dieren, is dat wij en zij geloven, dat als de biotechnologisch geproduceerde stollingsfactoren over een paar jaar uit patent zijn, de stoffen veel goedkoper kunnen worden geproduceerd.” Of Pharming een bezwaarschrift tegen het afwijzen van de vergunning indient weet Van Beynum nog niet. Zo'n beroepschrift moet binnen zes weken bij het ministerie liggen. De advocaten en directie gaan daarover binnenkort in beraad.

Van Beynum vindt het kloonverbod een vreemde en onverwachte beslissing. “Het ministerie weet dat we vestigingen in het buitenland hebben waar we transgene dieren mogen en kunnen maken door kerntransplantatie. Door domweg de vergunning niet te verlenen onttrekt het ministerie zich nu aan het maatschappelijk proces dat zich in verschillende landen rond klonen en kerntransplantatie afspeelt. Maar tegelijkertijd starten de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid deze maand een maatschappelijke discussie over klonen. Het Rathenau-instituut en de Koninklijke Akademie van Wetenschappen organiseren het debat. Pharming is door beide gevraagd te komen vertellen wat industrieel klonen inhoudt. Hoe het ministerie na deze verwijzing naar vergelijkend onderzoek daar nog over wil discussiëren, is mij een raadsel. Ik had echt verwacht dat we toestemming zouden krijgen, misschien onder een aantal strenge voorwaarden.”

Wettelijk gezien mag Pharming nu alleen kerntransplantaties niet uitvoeren. Het bedrijf mag echter wel genetisch gemanipuleerde gekloonde koeien die in een buitenlandse vestiging zijn gemaakt naar Nederland halen. Dit was niet de bedoeling van het Nederlandse parlement dat in artikel 66 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren vastlegde dat import van genetisch gewijzigde dieren wordt verboden. Het artikel heeft echter (nog) geen kracht van wet omdat het in strijd is met Europese regels. De Europese Commissie beoordeelt of het wetsartikel ongeoorloofde handelsbelemmeringen tussen de staten van de Europese Unie opwerpt. Duitsland en Oostenrijk hebben bezwaar aangetekend. Bovendien hebben de VS en Canada in het kader van de World Trade Organisation (WTO) laten weten bezwaar te hebben tegen deze handelsbeperking. Onbekend is wanneer de Europese Commissie uitspraak doet.

Van Beynum: “Wij mogen op ons laboratorium en boerderij in Finland gemaakte en ingevroren transgene gekloonde embryo's naar Nederland brengen. Hier kunnen we er draagmoeders mee zwanger maken, de kalfjes ter wereld laten komen, ze opfokken en de koeien als productiedieren gebruiken. Niet dat we het zullen doen, want het geeft natuurlijk weer veel fuzz waar we niets aan hebben, maar het mag wel.”

De kloonkalveren Belle en Holly zijn dus ook legaal in Nederland. Beide dieren zijn, zegt Van Beynum, het resultaat van een vingeroefening. Pharming-personeel en medewerkers van de universiteit van Luik hebben een kloonprogramma geoefend waarbij met een dertigtal embryo's is begonnen. Uiteindelijk zijn er twee dieren geboren. Die zijn genetisch identiek. Ze zijn uit hetzelfde bronembryo ontstaan. Het was een ouderwets kloonexperiment dat Belle en Dolly opleverde. De Belgen hadden al meer dan tien runderklonen rondlopen. Ook in Nederland had klonen via kerntransplantatie al in 1992 twee kalveren opgeleverd. Een vergunning was daar toen niet voor nodig. Het bedrijf Embrytec dat beide dieren op de wereld zette, was trouwens al weer failliet toen de kalfjes werden geboren.

HUMAAN GEN

De samenwerking die intussen is ontstaan tussen Pharming en het Amerikaanse bedrijf Infigen verschaft het Leidse bedrijf toegang tot technieken waarmee de Schotse kloonschapen Dolly en Polly zijn gemaakt. Voor Polly zijn embryonale cellen in celkweektechnieken vermenigvuldigd, waarna gepoogd is er een humaan gen in te brengen. De cellen waarbij dat is gelukt werden opnieuw doorgekweekt. Dat opent de mogelijkheid om in één klap een kudde van honderd dieren met dezelfde productie-eigenschappen te kweken. Of om eerst een dier te laten ontstaan, dat te testen op zijn productiecapaciteit, om vervolgens de cellijn weer uit de vloeibare stikstof te halen en een kudde te creëren. Dolly is (waarschijnlijk) een kloon van een volwassen dier. Dat biedt helemaal de mogelijkheid om een goed productiedier ongeslachtelijk te vermeerderen.

Pharming beschikt nu over vier boerderijen in Nederland. Een experimentele boerderij in Polsbroek waar Herman bijvoorbeeld zijn laatste dagen slijt, een 'overloopboerderij' daar in de buurt (Benschop), waar aangekochte dieren in quarantaine worden gehouden en waar dieren kunnen worden ondergebracht als Polsbroek tijdelijk geen plaats heeft. In Varsseveld heeft Pharming een KI-station, geheel gereserveerd voor spermawinning van transgene stieren, waar de founder-stieren Julius en Max het sperma voor hun lactoferrineproducerend nageslacht leveren. De drachtige koeien staan bij boer Cnossen in het Friese Oldeholtwolde. Daar zijn vorige maand de eerste van enkele tientallen dieren geboren die de eerste kilo's lactoferrine moeten leveren, voor de klinische proeven met patiënten.

In een fabriek in Geel groeit inmiddels de groep konijnen die onder GMP-condities leven en alfa-glucosidase in hun melk uitscheiden. Het enzym verlicht misschien de ziekte van Pompe. Lijders daaraan slaan glycogeen op, maar breken het niet meer af. De glycogeenvoorraad in de spieren vernietigt na jaren de spiercellen en Pompe-patiënten komen in een rolstoel terecht. In Nederland worden jaarlijks een paar kinderen geboren met de ziekte. Gezien de kleine hoeveelheden die nodig zijn (Pharming verwachtte een wereldmarkt van ongeveer 3.000 patiënten) is voor konijnen als productiedier gekozen. Van Beynum: “Maar nu bekend wordt dat er aan een therapie wordt gewerkt, neemt het aantal bekende patiënten toe. Het aantal wordt nu al op ongeveer 10.000 geschat.”

    • Wim Köhler