Elfde TEFAF in Maastricht kent kwalitatief hoger aanbod dan ooit; 'Hier kan men uit twaalf Van Goyens kiezen'

TEFAF. MECC, Maastricht. T/m 15/3. Ma-vr 11-20u. Za en zo 10-18u. Inf. (073) 614 51 65

MAASTRICHT, 7 MAART. De elfde TEFAF (The European Fine Art Foundation) is vandaag begonnen met, volgens de betrokken experts, een kwalitatief hoger aanbod dan ooit. Aan 's werelds belangrijkste kunst- en antiekbeurs in Maastricht doen dit jaar 175 deelnemers mee, 14 meer dan vorig jaar. Ruim veertig komen uit Nederland. De sectie moderne beeldende kunst is uitgebreid met een breed aanbod van 'klassieke modernen' als Calder, Chagall, Klee, Miró en Picasso.

“Dat is bijzonder voor Nederland,” stelt Paul Hustinx, directeur van de TEFAF. “In een Nederlands museum zie je zelden zo'n gevarieerde collectie klassieke modernen bij elkaar.” Zes handelaren brachten werken mee van René Magritte. Ze mikken op een verhoogde belangstelling voor de Franse schilder, nu deze week een grote Magritte-tentoonstelling in Brussel is geopend. Zo biedt Galerie Piltzer La Robe de Galatée, een naakt van Magritte uit 1961, aan voor 1,5 miljoen gulden. De moderne kunst gaat op enkele uitzonderingen na, niet verder dan de jaren '60 en '70. Bij jongere kunst wordt volgens de organisatie de controle op echtheid en kwaliteit moeilijker.

Voorzitter Dave Aronson van de antiquairs verwacht zo'n 60.000 bezoekers, net als vorig jaar. De museale kwaliteit van de meeste stukken gaat gepaard met forse prijzen, maar de verwachting is dat de kapitaalkrachtige kopers die vanuit de hele wereld op deze beurs afkomen zich daar niet door laten afschrikken. Aronson: “De prijzen stijgen, net als op de huizenmarkt, maar de markt is ook willig. Er zijn op dit moment veel vermogende particulieren, die het beste willen wat er voorhanden is. Dat vinden ze hier.”

Volgens Aronson, die zelf onder meer bijzondere delftsblauwe tulpenvazen uit de 17de eeuw toont, heeft de beurs vooral op het gebied van porselein aan belang gewonnen. Drie nieuwe firma's zijn toegelaten, waaronder de Duitse Röbbig uit München, gespecialiseerd in Meissen porselein. Voor ruim een miljoen gulden kan men hier een thee- en koffieservies uit 1730 kopen.

Een keuringscommissie van de TEFAF beoordeelt nauwgezet alle aangeboden kunstwerken. Als een werk te veel beschadigd of gerestaureerd is, wordt het geweigerd. Dat komt echter zelden voor. Wel is dit jaar een korte ethische discussie gevoerd over de toelating van het geprepareerde hoofd van een Maori-hoofdman uit ongeveer 1830. De commissie, overwegende dat ook grote volkenkundige musea dit soort koppen tonen, had er geen moeite mee. Het slachtoffer is destijds door vijanden met een slag op de linkerslaap gedood, waarna het hoofd werd geprepareerd en als een soort trofee bewaard. Het lijkt uit hout gesneden en toont zelfs tekenen van houtworm, opgelopen in een museum. Het is te koop bij de Parijse galerie Meyer Oceanic Art voor een prijs ergens rond de twee ton. Bijzonder zijn de kunstzinnige tatoeages van het slachtoffer. Meyer: “Als het lelijk en luguber was geweest, had ik het niet aangeboden. Het is een kunstwerk, zo zagen de Maori's het ook. De tatoeages werden aangebracht in een langdurig en pijnlijk proces van 30 tot 40 jaar.”

Het is waarschijnlijk het meest curieuze voorwerp op de TEFAF, waar verder moderne sculpturen, Oude Meesters, etnografica, middeleeuwse manuscripten (waaronder een nog niet onderzochte bijbel uit Oxford van omstreeks 1270) ikonen, glaswerk en Renaissance meubelen in één enorme ruimte met elkaar wedijveren om de aandacht. De handelaren hebben hun best gedaan om hun waar zo aantrekkelijk mogelijk te presenteren. In sommige stands waan je je in een paleiszaal, of een oude bibliotheek, andere zijn ingericht als musea. Bij Vanderven Oriental Art steken zacht belichte terracottabeelden schitterend af tegen hun donkerblauwe omgeving. Fel licht schijnt bij de moderne Londense galerie Waddington op de David Hockney, de Picasso's en de sculpturen van Henri Moore. De ruimte biedt een doorkijk op buurman Marlborough, die twee portretten heeft hangen met de typische brede figuren van Botero.

In de stands met de Oude Meesters strijden de grote namen uit de Gouden Eeuw om de eer. Helmut Rumbler uit Frankfurt am Main heeft als nieuwkomer op de beurs uitgepakt met een wand vol Rembrandt-etsen. Anderen pronken met namen als Ruysdael, Avercamp, Van Goyen of Aert van der Neer. De Maastrichtse kunsthandelaar Noortman heeft een schilderij van Pieter de Hooch (1629-'83) waarop een man in een interieur een brief voorleest aan een vrouw, geprijsd voor 5 miljoen gulden.

Ook de Londense handelaar in oude meesters Johnny van Haeften heeft een kostbare De Hooch, een groot portret van een gezin met als middelpunt een vrouw in een zilverwitte japon (1,1 miljoen). “Dit is de belangrijkste beurs voor ons”, vertelt hij . “Veel handelaars houden hun mooiste stukken achter tot de TEFAF, omdat hier de meeste kopers komen. Particulieren, musea en handelaars weten dat ze hier dingen vinden die ze nog niet eerder hebben gezien. In dit gebouw vind je 60 tot 70 procent van het wereldaanbod aan Oude Meesters. Als je een Van Goyen zoekt, kun je hier uit twaalf verschillende kiezen.” Op de veiling zijn het laatste half jaar de prijzen voor Oude Meesters 'dramatisch gestegen', vertelt Van Haeften, tevens vice-voorzitter van de schilderijensector. “Er is zeer goede kwaliteit te koop, de vraag wordt groter, de voorraad kleiner. Afgezien van de topstukken zijn veel oude meesters voor redelijke prijzen te koop. Relatief gezien zijn ze goedkoper dan hedendaagse kunst waarvoor vaak miljoenen worden gevraagd.”

Behalve de Hollandse meesters zijn dit jaar ook de Italianen goed vertegenwoordigd. French & Company uit New York heeft als blikvanger een laat portret van Titiaan, dat hij waarschijnlijk enkele jaren voor zijn dood in 1576 schilderde. Recent is ontdekt dat de streng kijkende man op het doek Francesco Duodo moet zijn, een Venetiaanse edelman die onder andere bevelhebber was van de vloot die vocht in de slag bij Lepanto. Prijs: 12 miljoen gulden.

Niet alle prijzen zijn zo exorbitant hoog. De Amsterdamse antiekhandelaar Jaap Polak heeft een deel van zijn stand als 'goudkamer' ingericht met een collectie gouden en zilveren Indonesische sieraden. Hij wijst op zilveren Balinese armbanden, met prijzen vanaf 2500 gulden, een koopje voor TEFAF-begrippen. Bij hem dan ook geen bodyguards, zoals bij juwelier Cartier, die kostbare antieke diamanten tiara's in de vitrines uitstalt.