Denken aan het ondenkbare

950 punten had de stand van de AEX-index volgens het gros van de analisten moeten zijn tegen het jaareinde van 1998. 8100 punten de stand van het Dow Jones-gemiddelde. Die prognoses stammen van twee maanden geleden. Nu, begin maart, staan de beursindices in de industrielanden al weer veel hoger dan dat. Tegen de 1080 punten voor de AEX, en 8500 punten voor de Dow. De aandelenkoersen blijven spotten met wat doorgaat voor het gezonde verstand - de wetmatigheden van de beurs die golden van 1980 tot pakweg 1994.

Dat laat, aan het begin van 1998, de prikkelende gedachte open aan een herhaling van wat er de voorgaande twee jaar is gebeurd. De koersen waren toen al zo snel gestegen, dat niemand het voor mogelijk hield dat er nóg een recordjaar zou volgen. Toch gebeurde het. Wordt 1998 weer zo'n verrassend jaar? Het zou betekenen dat de AEX-index het jaar eindigt op een punt of 1300, en op Wall Street het Dow Jones-gemiddelde doorschiet naar tegen de 10.000. Onwaarschijnlijk, maar gezien de eerdere verassingen mag die mogelijkheid niet uitgesloten worden. De bij zulke koersniveaus behorende koers-winstverhoudingen - het aantal maal de winst per aandeel dat beleggers voor dat aandeel betalen - liggen gemiddeld voor de Amsterdamse en de Newyorkse beurzen tegen de 30. Daarmee breekt Wall Street met groot gemak de vorige records uit 1961, toen de gemiddelde koers-winstverhou- ding op 23,5 lag, en augustus van dit jaar toen er bijna 25 werd aangetekend. Voor Amsterdam wordt zo'n gemiddelde koers-winstverhouding nog niet zo lang bijgehouden, maar het is onwaarschijnlijk dat de dertig ooit is gehaald. Het hoogste stamt ook van augustus 1997, met 26,1.

Wat is er nodig voor nóg een recordjaar? Daar is wel een redenering over op te zetten. Afgezien van dollar-effecten, die op de Europese beurzen nogal zwaar doorklinken zijn er, bij een gelijkblijvende verwachting van de winstgevendheid van het bedrijfsleven, twee bepalende factoren: de toestroom van beleggersgeld, en het inflatie- en renteklimaat.

Om met het laatste te beginnen: er zijn nog maar heel weinig onderzoekers die er van uit gaan dat de prijsstabiliteit in de Verenigde Staten en in de Eurozone in de voorzienbare toekomst werkelijk in gevaar komt. De crisis in Azië geeft via de invoerprijzen en een lichte afkoeling van de Amerikaanse economie, de inflatie nog eens een extra neerwaartse druk. Alan Greenspan, de president van de Amerikaanse centrale banken, gaf twee weken geleden toe niet meer goed te weten of de economie nu oververhit of juist onderkoelt. Het Bundesbank-bestuurslid Kühbacher zinspeelde donderdag op de mogelijkheid van een verlaging van de Duitse rente. Daarmee is de stemming van nog geen vier maanden geleden, toen de meeste beleggers wachtten op renteverhogingen op de geldmarkt, totaal omgeslagen. Bij een gelijkblijvende of zelfs lagere rente in de Europa en de VS, en een lage inflatie heeft ook de rente op de langlopende leningen op kapitaalmarkt ruimte gekregen om verder te dalen.

Voor de laagvlakte van vijf procent rendement waarop Duitse en aanverwante tienjarige staatsleningen al zijn aanbeland, moet worden teruggegaan tot 1964. Wie tegenwoordig in de dealingroom eens laat vallen dat deze rente wellicht naar 4 procent kan dalen, wordt niet meer voor gek versleten.

Bij zo'n lage rente kan de waardering van aandelen veel verder omhoog, en komen koers-winstverhoudingen van 30 in zicht. Er is weinig reden om te twijfelen dat de geldstroom van instituten en particulieren, die de koersen al drie jaar opjaagt, onder dergelijke omstandigheden opdroogt. Op de rentemarkt is te weinig te halen en de stroom van baby-boomersbeleggingsgeld valt niet van het ene op het andere jaar weg. “Zet je schrap voor de hoogste koers-winstverhoudingen ooit,” is nu al het uitgangspunt van het Amerikaanse effectenhuis Lehman Brothers. Strateeg Jeffrey Applegate gaat daar uit van een Dow Jones-gemiddelde van 9400 tegen het einde van dit jaar.

Dat klinkt te mooi om waar te zijn, en wellicht is dat het ook. De inflatie kan alsnog de kop opsteken in de VS. De inflatie kan ook zo sterk dalen dat hij de bedrijfswinsten uitholt. China stort alsnog in. Of er kan simpelweg paniek uitbreken uit zenuwen over de nu al torenhoge koersen, waarna iedereen zich afvraagt waarom beleggers zich de afgelopen jaren zo gek hebben laten maken. Maar anderzijds kunnen beleggers het zich niet permitteren om geen rekening te houden met nóg een voorspoedig beursjaar.