'De regering wil geen vrede in Zuid-Soedan'

Een Soedanees regeringsvliegtuig bombardeerde donderdag het ziekenhuis en een schuilkelder in Yei. Die stad is door de rebellenbeweging SPLA bezet. Elf mensen werden gedood, dertig gewond.

YEI, 7 MAART. De regenbuien van de afgelopen nacht hadden de lucht schoongeveegd, het was helder en dus een ideale dag voor de Soedanese bommenwerpers. “We hadden een voorgevoel dat zij zouden komen”, zegt dokter Ajak Bullin Alier terwijl hij bij Wani, een jongen van zestien jaar, verband om het hoofd wikkelt. Wani's hersenen zijn bloot komen te liggen, de helft van diens lichaam is verlamd.

De jongen zat in de wachtkamer van het ziekenhuis van Yei voor een kleine behandeling aan zijn rug toen de bommenwerper van het Soedanese regeringsleger donderdagochtend zijn dodelijke lading afwierp. Bij de aanval op het ziekenhuis kwamen elf mensen om het leven en ruim dertig raakten gewond. De stad Yei is door de rebellenbeweging SPLA bezet.

Wani wist donderdagochtend niet welke kant hij op moest rennen. De diep in het zand gegraven schuilkelder zat al propvol met gillende mensen en het ziekenhuis was door een bom geraakt. Hij rende het plein op. Een bomscherf doorkliefde zijn hoofd. Hij wist zich nog naar een boom te slepen waar dokter Alier hem vond, bewusteloos. Alier wendt zich af van de wenende moeder die de hand van haar zoon stevig vasthoudt. “Ik geef hem weinig kans te overleven”, fluistert de arts.

Bij een voltreffer werd vervolgens ook de schuilkelder getroffen. Twee kleine kinderen werden gedood, bij één van de peuters werd de bovenhelft van het hoofd geheel door een scherf afgesneden. Enkele vrouwen stikten onder de zandmassa die in de kelder stortte.

Vrijwel alle slachtoffers van het bombardement blijken burgers, zowel patiënten die in het hospitaal in bedden lagen als bewoners die op spreekuur kwamen. Het merendeel van de doden viel in het ziekenhuis, enkele anderen in de stad.

Twee van de doden zijn Soedanese regeringssoldaten, krijgsgevangenen gemaakt toen precies één jaar geleden het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) Yei innam. Ze waren net enkele weken geleden vrijgelaten en slenterden door de stad.

Een lange, bruingele jongen van 21 jaar wordt met het eerste vliegtuig dat Yei bereikt na het bombardement, afgevoerd naar het naburige Kenia. Deze regeringssoldaat mist zijn twee onderbenen, eraf gesneden door rondvliegende bomscherven van zijn eigen strijdkrachten.

Het ziekenhuis van Yei, het enige medische centrum in een groot gebied met één miljoen mensen, ligt er nu verlaten bij. Alle patiënten vluchtten weg, net als meer dan de helft van de ongeveer 70.000 inwoners van Yei.

“Voor ons medisch personeel in Yei worden dit soort bombardementen bijna routine”, zegt dokter Alier. “Dit was het tweede bombardement op het ziekenhuis in één maand. De bevolking voelt zich geterroriseerd en kan er niet aan wennen.”

Oyay Deng Ajak, SPLA-commandant van Yei, zegt zich nog misselijk te voelen bij het aanzicht van de slachtoffers. “Als soldaat is het voor mij verwarrend waarom het regeringsleger dit soort burgerdoelen aanvalt”, vertelt hij. “Ja, er zijn een paar SPLA-soldaten hier in Yei, maar de meesten vechten 140 kilometer verderop, rond Juba. Bovendien, onze kazerne hier waar onze wapens liggen, is nooit doelwit.”

Hij stopt even en verzucht dan: “In deze oorlog blijkt het belangrijker om een ziekenhuis te bombarderen dan militaire doelen. De regering wil er alles aan doen om te verhinderen dat de Zuid-Soedanese bevolking in SPLA-gebied in vrede kan leven.”