De bonuskaart en Connie Palmen

Zo heel af en toe zou ik wel voor even een onderzoeker willen zijn. Niet van grote projecten, maar van een klein, snel, zij het wel systematisch onderzoek. Om te kunnen kijken of ik gelijk heb met wat ik denk dat mensen bezielt. Ik kan wel allerlei fraaie psychologische bespiegelingen bedenken, maar kloppen die ook met de werkelijkheid? Zo'n onderzoekje zou daarover uitsluitsel kunnen geven, maar het komt er nooit van, want wil je zoiets goed opzetten dan is dat - hoe simpel van idee ook - toch een heel gedoe.

Laatst bijvoorbeeld, had ik graag een opinieonderzoekje gedaan onder mensen die in de rij stonden om het nieuwe boek van Connie Palmen te kopen en door haar te laten signeren. Ik zou van hen hebben willen weten wat ze vinden van de bonuskaart van Albert Heijn. Berichten over beide nieuwsfeiten stonden in dezelfde krant en dat zet een mens dan wel eens aan het denken over de samenhang. Zouden de IM-kopers het wel of niet eens zijn met de Registratiekamer dat door de supermarkt “de privacywet fors is overtreden?” Of beter gezegd: zouden onder hen naar verhouding meer of juist minder tegenstanders van de bonuskaart te vinden zijn vergeleken met de Nederlandse bevolking in het algemeen? Ik denk dat daar toch een speciale groep mensen in de rij heeft gestaan en ik zou willen weten hoe consistent zij zijn in hun gedrag en hun ideeën over het begrip “privacy”.

Uit de recensies heb ik begrepen dat de schrijfster geen enkel intiem detail over de relatie tussen haar en haar man en over die met zijn ouders uit de openbaarheid heeft gehouden. En de mensen in de rij wilden dat allemaal als eersten lezen, weten en voor zich zien. Met die zeer persoonlijke feiten vergeleken zijn de gegevens die Albert Heijn van de klanten wil weten van een aandoenlijke bescheidenheid: naam, adres, leeftijd en aantal huisgenoten. Ik heb er bijvoorbeeld geen enkele behoefte aan dit soort feiten over mijzelf geheim te houden en de hele wereld mag ook weten dat mijn aankopen bij AH meestal beperkt blijven tot olijfolie, muesli, koffie en amandelkoekjes omdat ik mijn boodschappen zo veel mogelijk in buurtwinkels doe. Terwijl ik bijvoorbeeld mijn liefdesleven nu wel weer graag als strikt privé beschouw. Daar komt nog bij dat de gegevens door de betrokkenen zelf aan de supermarkt worden verstrekt, terwijl in het boek de manlijke hoofdpersoon geen zeggenschap kan hebben gehad over wat over hem wordt verteld, tenzij men gelooft dat de handen boven het toetsenbord vanuit het hiernamaals werden bestuurd.

Mijn redenering is dus dat openhartigheid inzake de gegevens die nodig zijn om de bonuskaart te krijgen nog niets zegt over iemands neiging veel, zo niet alles over zichzelf te willen vertellen dan wel veel, zo niet alle intimiteiten over een ander te willen weten. De twee eigenschappen zijn van ongelijke orde.

Maar zou het omgekeerde niet wel moeten gelden: openheid met betrekking tot de grote thema's van het leven gaat onherroepelijk samen met die omtrent onbetekenende feiten. De daarbij horende voorspelling zou dan moeten luiden dat onder Connie Palmens bewonderaars significant weinig tegenstanders van de bonuskaart zijn.

Maar zitten mensen wel zo consequent in elkaar dat als ze het één vinden, zij vanzelfsprekend ook achter het logischerwijs daaruit volgende staan? Zijn wij juist geen wezens vol tegenstrijdigheden, die met allerlei redeneringen het niet kloppende toch weer aan elkaar weten te breien? Het zou kunnen zijn dat mensen die graag boeken lezen met intieme details over bekende landgenoten desgevraagd bijvoorbeeld zullen zeggen dat zij de eerlijkheid waarmee de ander zich blootgeeft - “zich kwetsbaar opstelt” - zo bewonderen. Het is allemaal zo “echt”, zo ongeveinsd. Albert Heijn daarentegen is verre van kwetsbaar, is een ondoorzichtige multinational, naar wiens bedoelingen je alleen maar kunt raden. Je weet niet wat ze allemaal met je gegevens gaan doen. In de woorden van een medewerker van de Registratiekamer, zoals weergegeven in de krant: Ik wil Albert Heijn niet onmiddellijk onbetrouwbaar noemen, maar het bedrijf speelt geen open kaart. Volgens deze laatste gedachtegang zou de voorspelling dus moeten luiden dat zich onder bewonderaars van Connie Palmen verhoudingsgewijs juist meer tegenstanders van de bonuskaart zullen bevinden.

Voor beide voorspellingen is iets te zeggen, maar ik neig tot de tweede, omdat ik nu eenmaal onder de indruk ben van de menselijke mogelijkheid inconsequent te zijn en met begrippen als “privacy” te goochelen al naar gelang het emotioneel uitkomt. De rijen zijn echter alweer verdwenen, ik heb mijn kans gemist en ik zal nooit weten of ik gelijk had met mijn voorspelling.