Bartók is een feest, maar de Bachs missen een dirigent

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Candida Thompson (viool). M.m.v. Anner Bijlsma (cello). 6/3, Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 7/3 Oosterpoort Groningen; 8/3 Vredenburg Utrecht; 9/3, De Doelen Rotterdam.

Het is nog een heel geschuif om Bach, Bach, Bach en Bartók te spelen. Vader Johann Sebastian, zoon Johann Christian, zoon Carl Philipp Emanuel en Béla Viktor János worden gespeeld in Bach Plus van Nieuw Sinfonietta Amsterdam, maar de uiteenlopende bezettingen van de gekozen stukken vergt steeds een langdurige podiumchoreografie van stoelen en solistenpraktikabel. Een dirigentenbok blijft achterwege; concertmeester Candida Thompson neemt al spelende de leiding. De solist, cellist Anner Bijlsma, zal dit ongetwijfeld hebben toegejuicht. Hij heeft het namelijk niet zo begrepen op dirigenten. 'Dirigeren', zegt Bijlsma in het Vriendennieuws van Nieuw Sinfonietta, 'dat is het enige vak ter wereld waar je niet betaald wordt voor wat je doet, maar voor wat je beweert dat je doet.'

Toch zou met name in het Celloconcert in A van Carl Philipp Emanuel Bach, waarin Bijlsma soleerde, de inbreng van een dirigent wenselijk geweest zijn. Een dirigent had het evenwicht tussen solist en strijkers goed kunnen uitbalanceren, waardoor het subtiele spel met vibrato en non-vibrato van Bijlsma beter hoorbaar was geweest. Een dirigent had de begeleiders accurater kunnen laten reageren op de nuances en de spontane rubati van Bijlsma, en een dirigent had het ongelukkige deraillement in het laatste Allegro mogelijk kunnen voorkomen of kunnen opvangen.

In de diverterende Londoner Sinfonietta van Johann Christian en het zesde Brandenburger Concert van Johann Sebastian was vooral een opeenstapeling van individuen te horen, en amper een hecht ensemble. Dat Candida Thompson - sinds 1993 concertmeester van Nieuw Sinfonietta en sinds begin van dit seizoen tevens concertmeester van het Orkest van het Oosten - wel degelijk het kamerorkest in het gareel kan houden, bewees zij met de hecht, sierlijk en speels vertolkte Eerste symfonie van Carl Philipp Emanuel Bach.

In het Divertimento voor strijkers van Béla Bartók tenslotte viel alles op zijn plaats. In een evenwichtig samenspel en een eensluidende intonatie werd een schitterend naargeestige groove neergezet in het eerste deel, een mooie spanningsboog gecreëerd in het tweede en werd het laatste deel een uitbundig volksfeest. Deze Bartók, deze Plus van het programma, was een verademing na Bach, Bach en Bach.