Allochtonen zien het belang van hun stem niet in

Krap zestig procent van de stemgerechtigden trok afgelopen woensdag naar de stembus. De laagste opkomst sinds tijden. Van de allochtonen ging slechts 32 procent stemmen. “Geen tijd”, grijnst Omar.

AMSTERDAM, 7 MAART. Het Turkse koffiehuis Yildiz in Amsterdam is rond het middaguur redelijk vol. De televisie staat aan, maar niemand kijkt. De helft van de aanwezigen heeft afgelopen woensdag bij de gemeenteraadsverkiezingen gestemd.

De andere helft, vooral ouderen, deed dat niet, schat de man achter de bar. “Er wordt hier wel over politiek gepraat, maar dan over politiek in Turkije. En degenen die wel hebben gestemd, hebben vooral de Turkse kandidaten gesteund.” De posters aan de muur bevestigen de voorkeur van de aanwezigen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen woensdag trok 59,5 procent van de Nederlandse stemgerechtigden naar het stemlokaal. Dat gold niet voor Amsterdam; daar lag het opkomstpercentage slechts op 45,7 procent. De hoofdstad voert zo de lijst met de lage opkomstpercentage aan, gevolgd door Eindhoven en Den Haag.

De gemeenteraadsverkiezingen trokken minder allochtone stemmers dan in 1994. Toen trok 42 procent van hen naar het stemlokaal, afgelopen woensdag 32 procent. De dertigjarige Omar uit Algerije bracht zijn stem niet uit. “Ik had geen tijd om te gaan stemmen”, grijnst hij. Maar al snel blijkt hij de politiek eigenlijk niets te vinden. “Ik woon al twintig jaar in Amsterdam en heb nog nooit gestemd. Er is in al die jaren ook niets veranderd. Iedereen zegt met van alles bezig te zijn: meer politie op straat, meer buurthuizen. Maar ik zie nooit iets.”

H. Belliot, namens de PvdA de kersverse 'burgemeester' van stadsdeel Zuid-Oost, denkt dat het opkomstprobleem voor een deel is te wijten aan allochtonen zelf. “Ze geloven niet in politiek. De mensen weten niet wat de politiek inhoudelijk voor hen kan betekenen, omdat ze geen verkiezingsprogramma's lezen.” Belliot vergelijkt de allochtonen met de arbeiders uit de jaren twintig. “Als we duidelijk kunnen maken dat we echt iets voor hen kunnen betekenen, dan realiseren zij zich dat hun stem wel degelijk nodig is.”

Onderzoeker G. Massaro van de minderhedenorganisatie Forum meent dat ook de aandacht van politiek en pers voor de allochtone kiezer deze keer minder was dan in 1994. “En daarnaast was de voorlichtingscampagne van het ministerie van Binnenlandse Zaken rampzalig. De campagne kwam te laat op gang en er was te weinig materiaal. Minderhedenorganisaties hebben te lang gewacht op het materiaal van het departement. Ze zijn te laat begonnen met de benadering van hun achterban”, aldus Massaro.

Daarnaast heeft de Marokkaanse regering deze keer de Marokkaanse gemeenschap in Nederland niet opgeroepen om naar de stembus te gaan. In 1994 deed de Marokaanse overheid dat wel - koning Hassan II had persoonlijk zijn goedkeuring gegeven. Op aandringen overigens van de inmiddels overleden minister van Binnenlandse Zaken, Ien Dales. Bij de verkiezingen in 1986 en 1990 had de Marokkaanse overheid namelijk nog een negatief stemadvies uitgebracht aan de circa 200.000 Marokkanen in Nederland. Ze waren nu eenmaal Marokkaan en moesten niet te veel Nederlander worden, was de achterliggende gedachte.

Sinds 1985 mogen allochtonen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het uitblijven van een Marokkaanse oproep heeft er toe bijgedragen dat Marokkanen afgelopen woensdag minder naar de stembus gingen dan vier jaar geleden, meent onderzoeker Massaro van Forum.

Turken gingen wel naar de stembus. Volgens het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) was het opkomstpercentage onder Turken in de grote steden niet lager dan het algemeen opkomstpercentage. “Turken kennen een langere traditie op dat gebied en kennen een grote sociale gebondenheid”, verklaart Massaro. “Turkse kandidaten, organisaties en instellingen hebben gezorgd voor een levendige campagne”, meent het inspraakorgaan.

Toch hebben die campagnes ook niet iedere Turk bereikt. “Verkiezingen”, zegt een Amsterdamse Turk vragend onder zijn paraplu vandaan. “Vergeten”, glimlacht hij verontschuldigend. “Over vier jaar misschien weer.”