Zalm financiert rijk voor habbekrats

Vanmorgen maakte het Agentschap van Financiën bekend een nieuwe 30-jarige staatslening uit te schrijven. Nog nooit ging dat voor het rijk tegen zulke gunstige voorwaarden. Niet leuk voor beleggers, maar die hebben weinig keus.

AMSTERDAM, 6 MAART. De financiële markten blijven het kabinet-Kok toelachen: de nog steeds dalende rente op de obligatiemarkt zorgt er voor dat het rijk zichzelf tegen afbraaktarieven kan financieren. Vanmorgen lanceerde de Agent van Financiën voor minister Zalm een lening met een zeer lange looptijd van dertig jaar, tegen een bijzonder lage rente van 5,5 procent. De lening is de opvolger van die uit 1993, de eerste openbare lening met zo'n lange looptijd die het Rijk uitgaf. De rente bedroeg toen nog 7,5 procent.

Het komt zelden voor dat de overheid zichzelf zo langlopend én zo goedkoop kan financieren. Afgezien van drie al bijna antieke eeuwigdurende leningen heeft deze nieuwe obligatie op dit punt geen modern precedent.

Dat er dit jaar gekozen zou worden voor zo'n lange looptijd, werd afgelopen woensdag pas duidelijk, toen Financiën zijn financieringvoornemens voor het gehele jaar 1998 uiteenzette. Deze grotere openheid van zaken past in het Europa van de ene munt: overheden zijn niet langer de dominante kapitaalvragers op hun nationale obligatiemarkt, maar concurrenten op een Europa-wijde obligatiemarkt die straks met de introductie van de euro ontstaat. In dat nieuwe beeld van concurrerende leners past ook de strategie die het Agentschap lijkt na te gaan streven: de uitgifte van omvangrijke staatsleningen met een standaard-looptijd van vijf jaar, tien jaar en dertig jaar die in de muntunie gebruikelijk zullen zijn. Er moet straks tenslotte worden geconcurreerd met grootmachten als Duitsland, Frankrijk en Italië. Beleggers moeten straks leningen onderling goed kunnen vergelijken, hetgeen pleit voor een standaardisering van de looptijden. En beleggers moeten er ook makkelijker in en uit kunnen stappen dan voorheen. Dat pleit voor een grotere omvang van de leningen. Op dit moment is een Nederlandse staatslening met een omvang van 15 miljard gulden aardig liquide. N. Kortleve, analist van Rabo International, denkt dat straks een omvang van zo'n 10 miljard euro gangbaarder wordt voor Nederland, 22 miljard gulden.

Hoewel het Agentschap van Financiën vanmorgen er naar zei te streven zo'n vier miljard gulden binnen te halen bij de opening van de nieuwe lening, verwacht B. Steinbach, hoofd Economisch Bureau van de Generale Bank, dat de lening verderop in het jaar zal worden heropend, waarbij er in ieder geval al in 1998 zo'n tien miljard op binnenkomt.

De liquiditeit, de verhandelbaarheid, van staatsleningen wordt ook gunstiger als hoofdsommen en rentebetalingen van elkaar kunnen worden losgekoppeld en los verhandeld. Dit laat beleggers de keuze tussen beleggen in de hoofdsom van de lening, of de rentecoupons. Dit 'strippen' was al mogelijk bij de vorige dertigjarige lening en een klein aantal andere leningen. Ook de vanmorgen aangekondigde dertigjarige lening kan worden 'gestript'.

Het rijk spint garen bij de lage rente. Steinebach rekent voor dat als de rente op tienjaars-staatsleningen dit jaar rond de 5 procent blijft schommelen in plaats van de 5,75 procent waar het kabinet-Kok in september vorig jaar nog van uit ging, dit het Rijk op jaarbasis 400 miljoen gulden scheelt aan rentebetalingen.

Tegenover de lage rente die het Rijk nu betaalt, staat natuurlijk wel dat beleggers diezelfde lage rente ontvangen als zij op de staatslening inschrijven. Met name levensverzekeraars en pensioenfondsen hebben langlopende verplichtingen die met een langlopende belegging als de dertigjarige staatslening van vandaag goed kunnen worden 'gematched'. Maar de rentevergoeding is laag, en kan gaan wringen met het rendement dat zij zelf moeten maken.

Toch zal er volgens analisten voldoende animo zijn voor de nieuwe lening van het rijk. Bij een gelijkblijvende rente van 5 procent op tienjarige staatsleningen, kan er volgens Kortleve nog wel 0,2 of 0,3 procentpunt van de dertigjarige rente af. Die zou dan terecht kunnen komen op zo'n 5,2 tot 5,3 procent. Zo'n rentedaling zorgt voor een koerswinst bij de bezitter van de obligatie. En er is nog een krachtig argument om toch in de dertigjarige te stappen. Institutionele beleggers die obligaties nodig hebben om een stroom aan rente-inkomsten te genereren voor hun pensioentrekkers en polishouders, hebben in dit renteklimaat simpelweg weinig keus.