Vroege verlossing

De makkelijkste verlossing die ik ooit had was bij Henk Zwart. Boeren gaan als er een koe op kalven staat, regelmatig hun bed uit om te kijken hoe het ermee staat. Maar als er om vier uur nog niets aan de hand is gaan ze meestal pas weer kijken als ze gaan melken. Daarom hebben wij vrij veel verlossingen zo 's morgens om een uur of zes, wat voor boeren een normale tijd is om op te staan, maar zelf vind ik het erg vroeg.

Dit keer was het Henk Zwart, een jonge vrolijke boer die niet bij zijn stal woont en dus ook niet zo makkelijk 's nachts gaat kijken hoe het gaat. Dus als hij om zes uur in zijn stal komt, weet hij niet hoe lang zijn vaars al aan het kalven is. Hij had me gebeld omdat het volgens hem moeilijk ging.

Bij mijn aankomst bleek dat alleen Henk er was. Daar heb ik een hekel aan. Als het een zware verlossing wordt, zijn er toch minstens twee trekkrachten nodig, terwijl ik vaginaal de extractie begeleid en controleer of het lukken zal. Als het een eenvoudige verlossing is hoeft hij mij niet te bellen, want voor trekwerk kan hij ook wel zijn broer of zijn buurman bellen.

Voordat we begonnen zei ik dan ook: “Haal er eerst maar iemand bij, want als we bezig zijn en er is dan nog iemand nodig, gaat het te lang duren.” Henk verdween op zoek naar burenhulp en ik ging achter de vaars zitten. Dat verveelde snel. Hier zat ik maar, naar een stuk of twintig koeienachterwerken te kijken.

De vaars waarvoor ik komen moest, deed ondertussen haar best. Ze lag flink te persen en de snuit van het kalf was al zichtbaar. Wat duurde het toch lang voor Henk terugkwam! Het tijdstip was natuurlijk ongelukkig - alle boeren waren melken en dat kun je niet zomaar afbreken.

De vaars lag maar te persen. Naar mijn gevoel wachtte ik nu al een half uur. Plotseling ging de vaars ineens zeer fanatiek persen. Bij iedere wee werd het kalf meer zichtbaar. Ik voelde hoeveel ruimte er was, deed kettinkjes om de pootjes - en trok in mijn eentje het kalf naar buiten.

Nu moest ik me haasten naar mijn praktijk. Ik deed snel mijn verlossloof uit, trok mijn gewone schoenen aan en legde net mijn spullen in de auto, toen Henk en zijn broer eraan kwamen. Ik zei: “Nou, het is wel goed hoor. Het duurt me te lang. Ik ga eerst naar een ander spoedgeval. Ik kom straks wel terug.” Verbaasde en enigszins verstoorde gezichten, maar ze konden niet veel zeggen - ik had tenslotte wel bijna twintig minuten gewacht.

Maar toen klonk uit de stal een zacht klagelijk geloei, het onmiskenbare geluid van een pasgeboren kalf en toen begrepen ze dat het kalf inmiddels al geboren was en dat ik een grapje maakte.

Er is trouwens geen telefoon in de stal, dus ik had onmogelijk een spoedgeval kunnen krijgen. Maar mijn grapje had wel tot gevolg dat voortaan bij Henk Zwart altijd voldoende hulp was als ik er aan kwam.