Voorhoeve: grotere rol premier bij het buitenlands beleid

DEN HAAG, 6 MAART. De coördinerende taak van de minister-president op het gebied van Buitenlandse Zaken, Defensie, Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken moet in het volgende kabinet worden versterkt. Alleen dan kan Nederland als 'middelgroot land in zakformaat' een 'makelaarsrol' vervullen tussen de grote leden van de Europese Unie. Zo'n rol is nodig omdat in de EU het risico van trage besluitvorming en stagnatie groeit wegens interne verdeeldheid en haar geplande uitbreiding zonder institutionele versterking. Dit schrijft minister Voorhoeve (Defensie) vandaag in NRC Handelsblad.

Voorhoeve verwijst naar de competentietwisten tussen zijn collega's Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en Pronk (Ontwikkelingssamenwerking), zoals die vorige week in een dubbelinterview in het blad Internationale Samenwerking bleken. Hij beveelt voor de volgende regeerperiode aan de ministers van de 'buitenlandvijfhoek' niet af en toe maar wekelijks onder leiding van de premier bijeen te laten komen in de ministeriële onderraad voor Europese en internationale aangelegenheden (REIA) om de hoofdpunten van beleid te bespreken.

Volgens Voorhoeve is de EU voor consensus op veiligheidsgebied nog steeds aangewezen op de NAVO, “met de Amerikaanse leiding daarin”. Ook op terreinen van ontwikkelingssamenwerking en milieu ontbreekt het de Unie aan eenheid. Zolang meerderheidsbesluitvorming in de EU niet haalbaar is moet het “voor een samenhangende Europese rol in de wereld vooral van intergouvernementele coördinatie komen”. “Dat kan niet zonder leiding”, meent Voorhoeve. Maar omdat geen van de grote vier West-Europese landen “dominantie aanvaardt van slechts één of twee anderen en kleinere lidstaten geen directorium aanvaarden van de groten” zou Nederland naar een “actieve makelaarsrol” moeten zoeken om Bonn, Parijs en Londen bijeen te krijgen. Met zijn “beperkte machtsmiddelen” is Nederland thuis aangewezen op “een hecht team” dat onder leiding van de premier in staat is tot “een uitgekiende strategie en een professionele tactiek”.

De VVD'er Voorhoeve (52), gepromoveerd op de Nederlandse buitenlandse betrekkingen, keert waarschijnlijk niet in een volgend kabinet terug. Hij acht de bezuinigingen die PvdA en D66 op Defensie voorstellen onverenigbaar met de bestaande taken van de krijgsmacht op het gebied van internationale crisisbeheersing en verdediging. De fracties van die twee regeringspartijen in de Tweede Kamer hebben in december al uitgesproken hem niet terug te willen. In dat opzicht heeft Voorhoeve's artikel ook enigszins de waarde van een politiek testament.