Sorgdrager stemt in met afluisteren in woningen criminelen

DEN HAAG, 6 MAART. Minister Sorgdrager (Justitie) gaat akkoord met het onder strikte voorwaarden plaatsen van afluisterapparatuur in de woningen van verdachten. Ze heeft dit de Tweede Kamer gisteren meegedeeld.

Eerder had Sorgdrager gezegd geen afluisterapparatuur in de woningen te willen plaatsen, omdat dit een te grote inbreuk op de privacy van de verdachten zou zijn. Zo wordt de woning opengebroken om de apparatuur ongemerkt te kunnen installeren en worden gesprekken opgenomen die niets met eventuele criminele activiteiten te maken hebben.

De Kamer had bij Sorgdrager op het besluit aangedrongen. Aanvankelijk had een meerderheid van de Kamerleden haar twijfels over het plaatsen van afluisterapparatuur, maar hun houding veranderde na een bezoek aan diverse opsporingsinstanties in New York, vorig jaar november.

Ter voorbereiding op het wetsvoorstel Bijzondere Opsporingsbevoegdheden, een uitvloeisel van de commissie-Van Traa die de misstanden in de opsporing onderzocht, bezochten Kamerleden van PvdA, CDA, VVD, D66 en GroenLinks toen onder andere het New York Police Department, de FBI en de DEA (Drugs Enforcement Agency). Ze raakten daar, met uitzondering van GroenLinks, overtuigd van de noodzaak verdachten af te kunnen luisteren.

Sorgdrager geeft nu gehoor aan de wens van de Kamer, maar stelt wel strenge voorwaarden aan het plaatsen van de apparatuur. Zowel de officier van justitie als de rechter-commissaris moet oordelen of het afluisteren nodig is. Het afluisteren mag alleen bij mensen die worden verdacht van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van minimaal acht jaar staat.