Schröder biedt zicht op een ander Europa

Met een 'Amerikaanse' campagne heeft Gerhard Schröder zich geplaatst in de race naar het Duitse kanselierschap. 'Amerikaans' omdat de premier van Nedersaksen als outsider en tegen de wensen van de bonzen van de SPD in de prominentste plaats veroverde die de partij te vergeven had: het lijsttrekkerschap in de aanstaande Bondsdagverkiezingen.

De stembusstrijd om de Nedersaksische Landdag had het karakter aangenomen van een primary (voorverkiezing in een deelstaat tussen kandidaten voor het Witte Huis). Van tevoren stond vast dat als Schröder zijn positie in Nedersaksen zou weten te behouden Lafontaine, de lieveling van het partijvolk en eveneens kandidaat voor de eerste plaats op de lijst, een stap opzij moest doen. Met genoegen hebben de kiezers van Nedersaksen de SPD hun wil opgelegd, met in het verschiet een zege in Bonn. Schröder bleek zichzelf te hebben overtroefd.

Duitslands nieuwe socialistische leider spiegelt zich graag aan politici als Bill Clinton en Tony Blair. Wat hem betreft had hij al in de galerij der groten gefigureerd als zijn partij hem in 1993 niet de pas had afgesneden. Schröder heeft intussen nog een weg af te leggen die Blair al was gegaan voor hij de aanval op 10 Downingstreet inzette: de hervorming van zijn partij. Blair sloeg zijn slag binnen Labour en schiep New Labour, dat vorig jaar glansrijk de verkiezingen won en de Tories de woestijn instuurde. Schröder heeft tot dusver buiten de partij geopereerd en via een regionaal plebisciet zijn weg gebaand naar de top van de SPD. De partij tolereert hem omdat hij als geen ander de Wille zur Macht personifieert en na een reeks van teleurstellingen, tegenvallers en gebutste reputaties door de jaren heen een reële kans biedt op een nieuw socialistisch tijdperk in Duitsland. Maar hoe socialistisch Schröder is blijft voor veel partijgenoten een open vraag. Dat zij eens een bevredigend antwoord zullen krijgen is hoogst onzeker.

Het is te vroeg om te speculeren over het gesternte waaronder een eventuele kanselier Schröder in het najaar de macht zal overnemen. Maar aangenomen mag worden dat de ingewikkelde verhouding tot zijn partij een belasting zal blijken te zijn wanneer het erop aankomt de sociaal-economische impasse die de afgelopen jaren in de Bondsrepubliek is ontstaan, te doorbreken. Pogingen tot hervormingen van de kant van de regerende coalitie heeft de SPD onder aanvoering van Lafontaine stelselmatig gedwarsboomd, met de meerderheidspositie van de SPD in de medewetgevende Bondsraad als stok achter de deur. Daarbij heeft electoraal opportunisme een rol gespeeld: Lafontaine had, gezien de komende verkiezingen, weinig behoefte de regering een uitweg uit de maatschappelijke ellende te bieden. Maar zijn weerzin tegen stroomlijning van belastingen en sanering van de sociale zekerheid is in essentie ideologisch bepaald. Dat zal een kanselier Schröder nog ontdekken.

Schröder staat voor flexibiliteit in de sociaal-economische arrangementen, maar met mate. Wanneer de Duitse kampioen van flexibilisering en globalisering, de liberale FDP, straks uit de Bondsdag zou verdwijnen, zou Schröder dat signaal niet veronachtzamen. Zijn besluit Preussag Stahl door de deelstaat Nedersaksen te laten overnemen toen het bedrijf door een Oostenrijkse onderneming dreigde te worden ingelijfd, had meer te maken met het veiligstellen van zijn electorale kansen dan met ouderwets staatssocialisme. Toch toont die episode hoe dicht de politicus Schröder het oor bij de grond houdt en hoe gemakkelijk zijn veelgenoemde pragmatisme zonodig de schijn van ideologische zuiverheid aanneemt.

De kandidatuur van Schröder voor het kanselierschap biedt zicht op een ander Europa. In het verleden heeft de premier van Nedersaksen zich uitgesproken voor uitstel van de invoering van de euro. Hij meende dat, gezien de massawerkloosheid in de kernlanden Duitsland en Frankrijk, het moment niet geschikt was. Sinds de euro een onomkeerbaar fenomeen lijkt te zijn geworden, heeft Schröder zich bij de realiteit aangepast. Maar zijn zorg is gebleven. Zijn ideeën over de noodzaak van flankerend beleid om banen te scheppen, komen meer overeen met wat de Franse socialisten voorstaan dan met de afhoudende consensus die tot nu toe de uitkomst van het Europese ministeriële beraad in deze problematiek heeft bepaald. Met drie socialistische partijen in de kernlanden aan de macht, kan het bijna niet anders dan dat de liberale koers van de afgelopen jaren wordt bijgesteld, hoe pragmatisch de nieuwe socialistische leiders ook heten te zijn.

De overname van Preussag Stahl door Nedersaksen wijst op nog iets anders in Schröders politieke bagage. Zijn argument voor de overname was dat hij de beslissingsmacht over deze onderneming binnen de deelstaatgrenzen wilde houden. Internationale, zelfs Europese economische vervlechting wil Schröder niet zonder meer aan de markt overlaten. Ook in dit opzicht zijn er verwante geesten elders in Europa. Industriepolitiek scheen in het licht van het marktdenken en de globalisering een gepasseerd station, zeker toegepast binnen enge nationale en regionale grenzen, maar Schröder schrikt er niet voor terug, zoals hij heeft bewezen. Dat zal invloed hebben op de Europese discussie, als hij in Bonn de macht overneemt.

Heel geleidelijk heeft de Bondsrepubliek zich sinds de val van de Muur opgericht als een factor waarmee de partners rekening hebben te houden. Zelfs Kohl, gids van een Europees Duitsland dat bij president Mitterrand de mark op termijn inruilde voor onmiddellijke aanvaarding van onvoorwaardelijke hereniging, betoonde zich vorig jaar op de top in Amsterdam gevoeliger dan verwacht voor nationaal-Duitse gevoelens, in de vorm van druk uitgeoefend door de Duitse deelstaten. Die achten hun autonome positie in de Duitse federatie bedreigd nu Bonn jaarlijks macht inlevert bij de Europese organen in Brussel. Het gevolg van Kohls houding was stagnatie in de stroomlijning van de Europese instellingen, op zichzelf een noodzakelijke stap met het oog op de aanstaande uitbreiding van de Unie met landen in Oost-Europa.

Schröder lijkt te praktisch om het roer om te gooien en te streven naar een Duits Europa. Dat is ook niet aan de orde. Maar assertiviteit is van hem wel te verwachten. Gelijk Kohl heeft hij herinneringen aan Stunde Null, in zijn geval herinneringen aan een harde en eenzame strijd om het eigen bestaan. Het uiteindelijke succes heeft hem geleerd vooral op zichzelf te vertrouwen. Voor de Duitser Schröder is dat meer dan een persoonlijke ervaring.