Philips staakt niet-Israel verklaring

TEL-AVIV, 6 MAART. Philips zal geen “niet-in Israel gemaakt” verklaringen meer afgeven en wil voor het einde van dit jaar een kantoor in Tel-Aviv openen.

Betrouwbare kringen bevestigden vanmorgen dat Philips-topman Boonstra dit vorige week heeft gezegd tijdens een onderhoud met Jossi Gal, Israels ambassadeur in Den Haag. Volgens deze bronnen omschreef Boonstra de totdusverre gevoerde discriminerende politiek ten aanzien van Israel als “absurd”.

Volgens de Jerusalem Post van vandaag zal Boonstra tijdens een vergadering van aandeelhouders zeggen dat deze politiek verkeerd was en is veranderd. Boonstra heeft na het onderhoud met de ambassadeur Gal onmiddellijk opdracht gegeven deze politiek te veranderen.

Vorige maand nog bevestigde een woordvoerder van Philips dat klanten die uitdrukkelijk om een niet-Israel verklaring vragen deze ook kregen. De Jerusalem Post haalt vandaag de tekst aan van een niet-in Israel gemaakt verklaring die het bureau van Philips in Dubai op 11 november vorig jaar uitgaf. Daarin staat dat bepaalde naar Afrika verscheepte artikelen niet van Israelische oorsprong zijn, geen materiaal van Israelische oorsprong bevatten en geen deel uitmaken van goederen die door Duitsland als herstelbetalingen aan Israel zijn geleverd.

Het besluit van Philips om Israel als een gelijkwaardige commerciële partner te behandelen is het gevolg van de versterking van Israels internationale commerciële positie en de sterke verzwakking van de Arabische economische boycot sedert het begin van het Israelisch-Palestijnse vredesproces in 1993.

Leidende Amerikaanse, Japanse, Koreaanse en Duitse industrieën hebben zich in Israel gevestigd of er met het oog op regionale ontwikkelingen kantoren geopend. Dankzij de vredesverdragen met Egypte en Jordanie zijn ook Arabische markten voor Israel opengegaan.