Panorama Nederland; Literair spoorzoeken

'Panorama Nederland, Stad en land in proza en poëzie' is dit jaar het thema van de Boekenweek die dinsdag begint. Maar hoe bepalend zijn stad en land voor de hedendaagse literatuur in Nederland? Om dat te onderzoeken schrijft het Cultureel Supplement een prijsvraag uit: de redactie herlas de Nederlandse gedichten en romans die haar de afgelopen tien jaar troffen, op zoek naar beschrijvingen van stad en land. De fotografen Freddy Rikken en Rien Zilvold gingen voor het CS op pad met die citaten in de hand. Nu is het aan de lezer om, op basis van 24 foto's en fragmenten, de namen van schrijvers en de titels van romans en gedichten op te sporen. Onder de goede inzenders wordt een boekenbon verloot ter waarde van ƒ 500,-.

Oplossingen naar Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam, o.v.v. 'Spoorzoeken'.

De uiterste inzenddatum is 27 maart, in de loop van april volgt de uitslag.

1. Lintdorp, Groningen

1. Het dorp Oude Huizen had altijd maar uit één straat bestaan, een lange rechte straat met dicht aan de weg de woonhuizen en een eind het land in de boerderijen. Er was een kruidenier, een slager, een kroeg en een bank. De vooruitgang had slechts één voet aan de grond gekregen: een winkel waarin een afgestudeerde bioloog milieuvriendelijk vlees verkocht.

2. Afsluitdijk

2. Zelf hebben ze wel degelijk hun Afsluitdijk, dat kunstmatig aangebrachte hymen, waardoor de Nederlandse hoer weer maagd werd. Een stevig vlies van basalt en asfalt, om te doen vergeten welke schatten er langs die weg zijn binnengesleept. Het heeft iets aandoenlijks, zo'n toegevoegd maagdenvlies... een onschuldige theeroos achter het oor van een tippelaarster... Maagdom van de oude dag.

3. Aerdenhout

3. We vertrokken. Tussen de bomen en villa's door staarde ik de lange lanen af van Aerdenhout. Ze wentelden voorbij als de schoepen van een rad, elk met een ver, zich verliezend perspectief. Er liepen mensen in, twee jongens met een hollende hond, een mevrouw met een kinderwagen op de rug gezien.

4. Nieuwbouwwijk

4. Onze wijk werd uitgebreid. De nieuwe straten, met namen als Kruisbes, Waterkoe en Zilverhoorn, waren zo eenvormig dat het leek of iemand ons had opgesloten in een spiegelhuis. De gemeente sprak over 'groen licht van de overheid' en 'geweldige toename van de bouwactiviteiten' en we zagen inderdaad overal bouwvakkers die, diep weggedoken in gewatteerde jassen, werkten aan pleintjes en nieuwe huizenblokken.

5. Merwedeplein, Amsterdam

5. Het Wedemerplein heeft de vorm van een trechter en komt uit op een korte, smalle straat die stuit op een hoog flatgebouw dat er haaks op staat, waardoor het lijkt of het plein in die hoek doodloopt. Ik reed enkele rondjes om het plantsoen, een grasveldje omzoomd met dichtbegroeide struiken en in het midden een sculptuur van drie bronzen blokken die met hun bolvormige bovenkant als drie komma's doelloos in het perk staan en parkeerde voor het huis.

6. Schoolplein, St. Odiliënberg

6. Het schoolplein was afgebakend met een lage, stenen muur en daar stond zij tegenaan geleund. (...) Eigenlijk is het muurtje de verzamelplaats van de slome meisjes. Er staan er altijd een paar uit de vijfde en de zesde en van onze klas is Josien Driessen bijvoorbeeld een slome.

7. Het Wijckeler Hop, Friesland

7. En wer op 'e flecht foar de lekkende kraan Fan it fertriet, mei in toarst yn 'e hals Fan eat dat nea te ferslaan wêze sil, mar Ek mei in ferljochting dy't gearballet Yn it krús dat ik draach fan Sompe nei sompe, fan hynstestâl nei Havenstêden fol ynklauwerich kriten Stryk ik op de brede berm del by it Wikeler Hop; (...)

8. Vondelpark

8. De regen had het grint van het pad gespoeld. Behalve wat fietsers was er niemand in het Vondelpark. Ik ging op een bank zitten, at de laatste patatjes en keek uit over het water en de villa's aan de overkant. Hier had ik vaak gezeten en gekeken naar de mensen die in het gras lagen.

9. Wad, Noord-Groningen

9. Niet zeker is, volgens een oude kroniek, of deze streken behoren tot het land of tot de zee. Zozeer in de zee woont men. En zover ervandaan, in de uren dat de zee zich achter de horizon heeft teruggetrokken. Geen zee, maar land dat is ondergelopen.

10. Hondsrug

10. Hij keek om zich heen. Links lagen de beboste heuvels van de Hondsrug, voor hen uit de adembenemende vaalgroene ruimte van de Veenkoloniën, met in de verte de kleine huizen en de kerk van Nieuw Weerdinge en een dunne rij bomen die dwars door het land liep onder een blauwe hemel met grote witte en zwarte wolken. 'Het is hier mooi,' stelde hij vast.

11. Dalfsen

11. Sprakeloos keek Max naar het grote, brede kasteel, dat hij stap voor stap naderde. Opzij en aan de achterkant was het omvat door reusachtige bomen.(-)

Het kasteel was het centrum van een kleine nederzetting. Links was jonge aanplant, die overging in naaldbos, maar rechts waren een paar kleine woningen, een koetshuis, verbouwde stallen en schuren. (-) Beschaduwd door de kolossale kroon van een bruine eik, in de berm van de slotgracht, dreven twee zwarte zwanen met de majesteit van een verhevener bestaan, terwijl tussen de bladeren van de waterlelies, aan de voet van manshoge rododendronstruiken, ordinair kabaal werd gemaakt door een koppel eenden.

12. Vaals

12. Dennen!

Ik zou van een soort geluk om nooit meer aan te wennen haast net als nu van een soort verdriet niet weten of te midden van u staan te blijven, te gaan liggen of tussen u te rennen aldoor.

13. Oud Verlaat

13. Het huis in de diepte, de tuin met bloemen, daarachter de zwevende meren en de rivier. Links Oude Verlaat. Verderop Nieuwe Verlaat. Een sluisje uit 1740, de eerste steen gemetseld door Jonas van Vloten. Rechts de bijgebouwen en de molen. Onze opslagplaatsen. (-) Onder de dijk staat het huis met de tuin met de berk. Op de dijk het huis met de herberg. Rieten stoelen en houten tafels, die op een terras bij het water staan.

14. Polder

14. De zon een dunne plek in dek, geen ganzen, winters uitgekamd riet - zoals iets voor de vierde keer gezegd weer in dezelfde woorden schiet maar daar niet meer te vinden is zo ligt de polder in zijn aanblik voor wie dagelijks door hem fietst.

15. Kopakker, Drenthe

15. Kopakker, had ik in de verslagen gelezen, was een van de weinige ongelukken waarbij een toren wegzakte, compleet verdween, met medeneming van twee Volkswagenbusjes, een als kantoor ingerichte container en een toevallig aanwezige truck met meetapparatuur.(-)

Na het ongeluk begonnen de onderzoeken. Er werden rapporten geschreven, er werden foto's gemaakt. Uiteindelijk sloot men het gebied af en heroverde de natuur wat haar was ontnomen. Op de foto's, die nog tot tien jaar na het ongeluk werden gemaakt, veranderde de door zand en gras omgeven plak asfalt langzaam in een wuivende steppe met hier en daar een jonge berk en later, naarmate de tijd vorderde, weelderige flora. Kopakker werd een wildernis waar planten en dieren ongehinderd hun gang gingen.

16. Madurodam

16. Nu ben ik groot genoeg, de straat ligt aan mijn voet.

17. Varkensstal, Noord-Brabant

17. Toen kreeg de koster opeens de geest. Het is goed mogelijk dat hij alleen maar heeft gewacht tot zij groot genoeg was om ervan te genieten. Aan het schuurtje achter het kippenhok en de duivenkooi werd in een ommezien uit betonplaten een lange stal bijgebouwd, groot als een barak. Daarin werden een stuk of zestien varkens ondergebracht - ook de koster wilde boeren.

18. Waal

18. Zij torste warm zand En duwde voor zich uit haar naam. Zij is voorbij. Het water is weer onbewogen. De verre brug Venetiaans, als was de wereld aan het eind van een penseel en dieper niet. Ook al is het water onbewogen, aan bedaren komt geen eind. Onder verre bruggen stevent zij teneinde en het onvermurwbaar spiegelgladde altijd altijd deint.

19. Geuldal

19. We rijden fijnbepakt aan.

De wilgen knotten en botten en een enkele lariks staat helemaal alleen, lijkt nog steeds een struisvogel met zijn kop in de Limburgse löss want met zijn groene kontpluim omhoog.

Geschenken voor iedereen, denk ik dan een beetje opgetogen. De sparretjes in de verte bewegen zich laag over de grond en wandelen traagjes huiswaarts en de scooter stopt even bij een bosje loofbomen.

Mooi woord.

Loofbomen.

Loofhout.

Ik vraag me wel eens af waarom er geloofd wordt en wat dat met een boom te maken heeft.

(-)

Ik kijk maar eens goed om me heen.

Het hele Geuldal ligt stil.

De zon kijkt op ons.

De wind gaat liggen.

De wereld houdt zijn adem in, ons Geuldal lijkt te slapen waar de heuvels er stil omheen staan. Er valt ergens een heel zacht woord zonder dat ik het meteen hoor.

20. Station, Noord-Brabant

20. Mijn winkel, niet meer dan een hokje voor haastige reizigers in de grote hal van het station, heeft in de voorkant een rechthoekig gat waar de ruil van geld en goederen zich afspeelt. Ontelbare keren per dag ontmoet mijn hand in dat gat de hand van iemand anders, en iedere keer zitten er tussen de ene en de andere hand muntstukken of bankbiljetten, waarachtig een opmerkelijke vorm van contact.

21. Station Overveen

21. Eindelijk doemden in de verte de lichtjes van de stationshal op. Toen we een kwartier later onder de overkapping naar binnen strompelden en ik de borden op het perron zag, werd ik draaierig van de schrik: we waren helemaal niet naar het centrum van Haarlem gelopen, we waren de verkeerde kant opgegaan, dit was station Overveen. Er was hier niet eens een restauratie waar ik patat voor Carlos zou kunnen kopen; het was zo'n stom dorpsstationnetje waar het loket al vroeg dichtging en maar eens per halfuur een trein langsboemelde.

22. Jordaan, Amsterdam

22. Ik kan de eerste indruk die Amsterdam op mij maakte niet meer terugroepen, vergroeid als ik nu ben met de ruggenwervels van haar straatkeien, de houten baarmoeders van haar kroegen en de verweerde lendenen van haar veile buurten. Ik nam mijn intrek in een kleine woning in de Egelantiersstraat, een kiesholte in het rotte gebit van de stad.

23. Hillegom

23. Volgens hem kwam ze, met haar hond, de deur van het Hillegoms Koffiehuis uit. Het gebouwtje is er sinds de verbreding van de uitvalsweg wat armzalig bij komen liggen. De bomen in het midden van de straat moesten worden gekapt. De liguster langs het fietspad verdween. De kaarsrechte weg geeft de zeewind ruim baan om de bruidssluier tegen de achtergevel te verwoesten.